Verpleegkundige Jennifer strijdt voor betere zorg
Jennifer Bergkamp (45) is palliatief wijkverpleegkundige, spreker en politiek adviseur, en strijdt al jaren tegen bureaucratie in de zorg. Ze laat zien dat goede zorg niet draait om protocollen en formulieren, maar om luisteren, afstemmen en oog hebben voor de mens achter de patiënt.
‘Elke dag gebeuren er mooie, stille dingen. Mensen die blijven zorgen, luisteren, vasthouden en doorvragen. Mensen die niet alleen meedenken, maar ook kritisch tegen- en terugdenken. Dat is geen zwakte, maar een kracht. De zorg heeft die stemmen nodig. Sterker nog: ze leeft ervan,’ schrijft Jennifer op LinkedIn. Ze werkt als palliatief wijkverpleegkundige bij Buurtzorg Nederland. Jennifer heeft vijfentwintig jaar ervaring in de zorg en strijdt al jaren voor verbetering van het systeem. In samenwerking met journalist Marlies Kieft schreef ze het boek Het mooiste vak van de wereld over hoe de mens centraal moet staan in de zorg. Door haar consequente en duidelijke stem is zij inmiddels ook politiek adviseur met betrekking tot haar vakgebied en een veelgevraagd spreker op congressen en in de media.
Want er kan veel beter. De bureaucratie is omvangrijk en een groeiend aantal verpleegkundigen haakt af. Cijfers laten zien dat zorgpersoneel tot wel veertig procent van de werktijd kwijt is aan administratie. Dat leidt tot extra werk- en regeldruk en tot minder werkplezier. Een kwart van de zorgverleners overweegt te stoppen, omdat zij te weinig tijd ervaren voor patiënten én voor zichzelf, waardoor het werk minder aantrekkelijk wordt.
Weerbarstige praktijk
Ook Bergkamp koos ooit voor het vak om mensen te helpen, om met liefde en aandacht voor hen te zorgen. Niet om codes te leren, protocollen af te vinken en zorg te verantwoorden die zij al had verleend. Al op jonge leeftijd ontdekte ze dat de praktijk weerbarstiger was. “Ik liep stage in een bejaardentehuis en merkte al snel dat ik anders keek naar zorg en sociale relaties dan de norm was. Dat mensen maar twee keer per dag op vaste tijden mochten plassen, vond ik bijvoorbeeld belachelijk. Waarom kon dat niet op een ander moment? Ook moest ik elke ochtend dezelfde onzinnige gesprekjes voeren over het zonnetje dat scheen of de bingo, en de krant voorlezen aan iemand die zich duidelijk ellendig voelde. Als mijn collega’s er niet waren, pakte ik het anders aan, op mijn manier. Ik vroeg bijvoorbeeld aan iemand die halfzijdig verlamd was: hoe voel je je? Hoe is dit voor je? Wat wil je, wie is er voor je? Dat soort vragen. Omdat collega’s dat niet zagen, kregen ze een verkeerd beeld van me. Ze vonden me stil, niet sociaal, niet geschikt voor het vak.”
Bijzondere rol
Jennifer overwoog te stoppen. Misschien paste ze er inderdaad niet tussen, als het zo ingewikkeld was om zorg te verlenen op een manier die voor haar vanzelfsprekend voelde. “Mevrouw Joosten, die zelf dertig jaar verpleegkundige was geweest en in het bejaardentehuis woonde waar ik stage liep, vond het verschrikkelijk dat ik wilde stoppen. Zij zei dat ik het moest proberen, omdat ik het wél in me had. Daar ben ik haar nog steeds dankbaar voor, want dit is het mooiste vak van de wereld, zolang we de patiënt maar op één zetten. Ik vind het bijzonder om toegelaten te worden op momenten dat iemand op zijn kwetsbaarst is. Dat je een rol mag spelen in iemands leven, en dat iemand je zoveel vertrouwen schenkt. Het gaat om mensen die iets is overkomen, die het zelf niet meer redden en die jou aankijken en denken: jij bent er, nu komt het goed.”
Tijdens haar opleiding deed Jennifer al wat ze nu in de politiek en de media doet: haar weerstand tegen protocollen uitspreken, kritisch kijken, vragen stellen. Waarom moet het op deze manier? Kan het niet anders? “Ik dwong docenten om na te denken, en daar hadden ze niet altijd antwoord op. Terwijl ik denk: mensen passen niet in hokjes. Het is geen kwestie van lijstjes afvinken.”
Mooier en menselijker
Jennifer haalde haar verpleegkundig examen, werkt achtereenvolgens in een verpleeghuis, in de particuliere thuiszorg en in de wijkverpleging. Uiteindelijk werd ze palliatief verpleegkundige en koos ze ervoor om bij Buurtzorg te gaan werken, waar minder regels en meer menselijkheid centraal staan. “Het mooie aan Buurtzorg is dat we zonder dichtgetimmerde protocollen werken en samen met het team bedenken hoe we het aanpakken. Onze werkgever waardeert het dat we meedenken over hoe het anders kan. Mooier. Menselijker. Juist door soms af te wijken van vaste regels.”
In de praktijk begint zorg vaak met een indicatie, een zorgplan, een formulier. Standaardvragen. Een diagnose. Een zorgplan rolt uit het systeem en gaat mee naar huis met de cliënt. Maar volgens Jennifer past dat plan lang niet altijd bij het leven dat zich achter de voordeur afspeelt, ‘Goede zorg ontstaat niet op papier, maar in het echte leven. Je kunt bijvoorbeeld precies hebben vastgelegd welke oefeningen iemand moet doen voor de fysiotherapeut. En ja, de meeste mensen kunnen die oefeningen prima uitvoeren. Maar ondertussen kunnen er andere dingen spelen: een zoon of dochter die in een burn-out zit, kleinkinderen die ziek zijn, een buurvrouw die wegvalt, een mantelzorger die overbelast is. Ook die zaken zijn van invloed op een cliënt. Een waardevolle zorgrelatie bouw je op door samen te bepalen wat iemand nodig heeft en belangrijk vindt.”
Team
Volgens Jennifer werkt een team veel effectiever en betekenisvoller als er ruimte is om net dat stapje extra te zetten. “Maar die ruimte moet je wél krijgen, en daar gaat het vaak mis bij organisaties die verder van de praktijk afstaan. Samen paasbrood eten met iemand die de hele Pasen alleen is, kan net zo waardevol zijn als het plakken van een pleister. Bij Buurtzorg bepalen wij samen wat zinvol is; bij veel andere organisaties doet het bestuur dat en heet het al snel ‘zonde van de tijd’. Maar als je het hele plaatje bekijkt, is het dat niet. Mensen willen gezien worden, vaak in kleine dingen. Even letten op de kalender, zien dat het de sterfdag is van iemands partner en vragen: hoe gaat het vandaag met u? Dat ene moment kan het verschil maken.”
Enorme opsteker
Steeds vaker zet Jennifer zich actief in om de zorg te verbeteren. Ze kreeg landelijke aandacht met een LinkedIn-bericht over een terminale patiënt die onvoldoende incontinentiemateriaal kreeg, omdat de zorgverzekeraar het niet volledig vergoedde. “Ik was gefrustreerd en wilde het van me af schrijven. Dat het zo hard zou gaan, had ik nooit kunnen bevroeden. Uiteindelijk is een motie aangenomen waarin zorgverleners voortaan bepalen wat er geleverd moet worden, niet de leverancier.”
Ook zorgde zij ervoor dat de Palliakit – een box met essentiële middelen voor patiënten in de terminale fase – landelijk werd vergoed. “Voorheen stond je te klooien: ampullen zonder naald, gaasjes zonder pleisters. Het kostte veel te veel tijd. Dat is met de Palliakit veranderd.”
Daarnaast wist ze de verplichte registratie van cliëntprofielen tegen te houden. “Met dat systeem werden cliënten in hokjes geplaatst. Elke verandering vroeg nieuwe formulieren, codes en verantwoording. Precies waar we in de zorg juist vanaf willen. Bovendien is geen enkele cliënt hetzelfde. Ik heb me er vanaf het begin fel tegen verzet.”
Stem laten horen
Dat ging niet zonder strijd. Verpleegkundigen werden onder druk gezet, er ging veel geld in om, en belangen speelden een grotere rol dan zorginhoud. Toch bleef Jennifer haar stem laten horen: in de media, in praatprogramma’s, op LinkedIn en in columns voor Nursing. Ze werd uitgenodigd door V&VN, de beroepsvereniging verzorgenden en verpleegkundigen en sprak met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Nederlandse Zorgautoriteit. “Er was al zoveel geld geïnvesteerd dat men het project wilde doorzetten. Maar het waren besluiten óver de zorg, zonder de zorg zelf te horen. Langzaam begon er iets te schuiven. Toen gaf VWS aan dat het geen goed plan was, en in de Kamer werd het uiteindelijk volledig weggestemd. Dat was een enorme opsteker.”
In het begin, zegt ze, dacht ze nog: waarom willen ze eigenlijk met míj praten? Ik ben maar één verpleegkundige. “Maar dit heeft me iets anders geleerd. Het laat zien dat je als verpleegkundige wél degelijk verandering teweeg kunt brengen. Dat vraagt lef. Moed. En soms gewoon dwars durven zijn. Dat geef ik ook mee aan jonge verpleegkundigen in opleiding. Veel zorgverleners zijn moe – van bezuinigingen, van systemen, van het gevoel dat verzet toch geen zin heeft. Dat hoor ik vaak. Maar ik weet nu: het kán wel degelijk effect hebben.”
Nieuwe strijd
Inmiddels voert Jennifer een nieuwe strijd: tegen regionale aanmeldportalen.“Zorgverleners regelen het nu samen via een app: wie kan welke zorg oppakken? Korte lijnen, duidelijkheid, snelheid. In onze regio wordt dat nu anders ingericht: elke werkdag om half twee moeten alle zorgverleners bij elkaar zitten om zorg te verdelen. Dat kost enorm veel tijd en gebeurt alleen op werkdagen. Wie vrijdagmiddag na half twee zorg nodig heeft, komt pas maandag aan bod. Het hele weekend moeten families het zelf regelen. Als ik maandagmiddag binnenkom, is de situatie vaak volledig uit de hand gelopen. Door deze werkwijze kunnen we zo’n dertigduizend zorgaanvragen minder behandelen. Feitelijk zet je meer wijkverpleegkundigen achter een bureau. Zo organiseer je zorgverleners weg.” Volgens Jennifer maakt bureaucratie de zorg onnodig ingewikkeld en draagt het bij aan het voortijdig uitstromen van jonge verpleegkundigen. Anders dan bij Buurtzorg werkt men bij veel organisaties strikt volgens vaste lijnen: zo hoort het, zo doen we het. Er is een schema bedacht, uitgerold en moet worden afgedraaid – waardoor het denken en de eigen inzet van medewerkers verloren gaat. Terwijl zorg juist zoveel rijker wordt wanneer je er als persoon in aanwezig mag zijn. Jij doet het op jouw manier, een collega op de hare. Dat verschil is geen probleem, maar een waarde.”
Daar komt bij dat zorg bij veel organisaties in strak afgebakende tijdseenheden moet worden geleverd. “De verpleegkundige is degene die het geld binnenbrengt voor de organisatie. Daarboven hangen besturen, adviesraden en managementlagen – allemaal betaald van datzelfde werk. Dat betekent: meer mensen helpen in kortere tijd, omdat de organisatie zo is ingericht. Verandering vraagt iets ongemakkelijks van bestuur en management: durven denken dat je misschien niet nodig bent. En dat is ingewikkeld als je daar je hypotheek van betaalt.”
Aandacht boven protocol
Die overtuiging komt niet uit theorie, maar uit de praktijk. Jennifer vertelt over een vrouw met dementie, die haar woorden grotendeels kwijt was en veel geluid maakte. Er klopt iets niet, dacht Jennifer. Toen ze dichterbij kwam, herkende de vrouw haar: Ik ken jou. Blauwe Buurtzorg. Onder de douche raakte ze steeds verder van slag – veel beweging, veel geluid. Jennifer herkende het patroon van haar autistische neefje: overprikkeling. Te veel tegelijk. “Ik legde de hand van de vrouw op mijn been. Mijn broek werd nat en het water liep in mijn schoenen, maar het hielp. De vrouw werd rustiger, voelde: ik ben niet alleen. Het probleem was niet het douchen, maar de hoeveelheid prikkels. Dat los je niet op met een protocol, maar met aandacht. Dit zijn de momenten waarop zichtbaar wordt waar zorg werkelijk om draait: niet het afdraaien van een model, maar kijken, voelen en afstemmen. Minder bureaucratie is niet alleen efficiënter, maar vooral menselijker – en ruimte voor zorgverleners is geen risico, maar een voorwaarde voor goede zorg.’
Foto: Yasmijn Tan
Visagie: Wilma Scholte
Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.
LEES OOK

Uit andere media