Unicef-directeur Suzanne vertelt over kinderen in noodsituaties en haar hoop voor de toekomst
Suzanne Laszlo (59) is directeur van UNICEF Nederland. Unicef is de grootste kinderrechtenorganisatie ter wereld, opgericht in 1946 door de Verenigde Naties. Ze zijn actief in meer dan 190 landen en Prinses Beatrix is beschermvrouwe van Unicef Nederland. “Je kunt je met je hele hart voor kinderen inzetten, met je ziel en zaligheid, dat vind ik heerlijk.”
“In de huisartsenpraktijk van mijn vader mocht ik als kind altijd helpen met het babyspreekuur”, vertelt Suzanne. “Ik was een jaar of zeven, droeg net als mijn vader een witte jas en ik deed bij baby’s hun luiertje aan en uit. Ik vond het fantastisch.” Misschien werd daar, in de huisartsenpraktijk van haar vader, wel de kiem gelegd voor wat Suzanne nu doet, als directeur van Unicef Nederland. Want het was altijd haar droom om dokter of verpleegkundige te worden. Alleen: het leven liep anders. “Ik deed de havo, daarmee kon ik geen geneeskunde studeren. Bovendien was ik een lastige puber en had geen zin om verder te studeren.” Én de vrijheid lonkte: Suzanne wilde dolgraag het huis uit. Ze ging hotelmanagement studeren, maar via een omweg kwam ze tóch terecht in de gezondheidszorg – want het bloed kruipt waar het niet gaan kan.
Vacature
Bijna tien jaar geleden kwam de vacature vrij voor de functie die ze nu heeft bij Unicef, de kinderrechtenorganisatie van de Verenigde Naties. Ze werkte bij het Rode Kruis, waar ze onder andere hospices had opgezet voor kinderen met een levensbedreigende ziekte. Ze vindt dat ze geluk heeft gehad dat ze dit werk mocht gaan doen, zegt ze. “Ik vind het prachtig om me hard te kunnen maken voor kinderen. Ik heb zelf drie kinderen en ik weet dat het uitmaakt waar je wordt geboren. Niet iedereen heeft dezelfde kansen. Maar we vinden volgens mij allemaal wel dat kinderen allemaal gelijke kansen en gelijke rechten zouden moeten hebben. De kwetsbaarheid van kinderen is zo groot, dat we daar als volwassenen een verantwoordelijkheid voor hebben. Om je daarvoor in te zetten, dat vind ik eigenlijk heel makkelijk. Je kunt je dat doen met je hele hart, met je ziel en zaligheid, dat vind ik heerlijk.”
Wat Suzanne ook aanspreekt in Unicef: het is gebaseerd op een internationaal verdrag, namelijk het Verdrag van de rechten van het kind. “We zijn een solide merk en een grote organisatie die wereldwijd veel impact heeft. Unicef Nederland is daar een klein onderdeel van. Maar ik kan iedereen bellen om het over de rechten van kinderen te hebben. Er is bijna niemand die dan zegt: daar heb ik geen zin in. Bijna alle landen van de wereld hebben het kinderrechten verdrag. Unicef is niet activistisch. We zoeken altijd naar manieren om in gesprek te gaan. Op die manier kun je het dichtst bij de macht bewegen en zo veranderingen voor kinderen teweegbrengen.”
Werkbezoeken
Suzannes eerste veldbezoek was naar Libanon. “Dat was in 2017, er waren daar veel vluchtelingen uit Syrië, en die konden niet naar school. Unicef heeft er in gesprek met de overheid voor gezorgd dat de scholen ’s ochtends openbleven voor Libanese kinderen en dat leraren ’s middags lesgaven aan gevluchte Syrische kinderen.” Unicef heeft kantoren in bijna alle landen van de wereld, vertelt Suzanne. “Daar werken mensen met lokale netwerken die het uitvoerende werk doen. Als ik daar op bezoek ga, laten ze mij zien hoe zij werken. Ik ga ook in gesprek met kinderen en hun ouders. Ik hoor graag hoe zij de hulp van Unicef ervaren, en of we ze nog meer kunnen helpen.” Zo’n werkbezoek dient vooral om in Nederland te kunnen vertellen hoe Unicef in zo’n land helpt. “Dat gaat beter als ik het met eigen ogen heb gezien”, legt Suzanne uit. “In Nederland hebben we honderdduizenden donateurs die ons elke maand geld geven. Ik wil die mensen laten weten wat wij doen met dat geld.”
Die donaties zijn belangrijk. Unicef Nederland ontvangt niets van de Nederlandse overheid en de bijdrage aan Unicef wereldwijd is onlangs gehalveerd. “In Nederland is een enorme teruggang in budget voor ontwikkelingssamenwerking. Dat is er ook in Engeland. Om over Amerika maar niet te spreken”, zegt Suzanne. “Amerika heeft alles gestopt op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Dan gaat het om miljarden. Daar gaan kinderen door dood. Direct. In Ethiopië moesten bijvoorbeeld per direct een heleboel veldklinieken gesloten worden, omdat de salarissen van artsen en verpleegkundigen niet meer konden worden betaald. Dat is maar een klein voorbeeld. Maar dit treft wereldwijd duizenden kinderen. De impact van de bezuinigingen is enorm.” En dat terwijl Unicef sinds de oprichting in 1946 juist veel heeft bereikt, legt Suzanne uit. “In de afgelopen vijftig jaar zijn bijvoorbeeld door vaccinaties 154 miljoen kinderlevens gered. Die vaccinatieprogramma’s kunnen wij nu wereldwijd niet meer doen, omdat er zo gekort wordt op de budgetten voor ontwikkelingshulp. Vaccinaties vormen een basis. Onze eigen kinderen zijn allemaal gevaccineerd. Je wilt toch niet dat wereldwijd de mazelen of rodehond wereldwijd weer losbarst?”
Onmacht
Budgetten die worden gekort, veldklinieken die moeten sluiten waardoor kinderen sterven, vaccinatieprogramma’s die moeten worden gestopt: wat doet dit soort berichten met Suzanne? “Ik voel onmacht en ik word er weleens verdrietig van. Natuurlijk. Alleen heb ik geleerd om dat gevoel om te zetten en te kijken naar wat ik wél kan doen. Anders blokkeer je volledig: onmacht verlamt en dat probeer ik te voorkomen. Dat lukt de ene keer beter dan de andere, ik ben ook maar een mens. Maar ik probeer dan te bedenken: kunnen we niet tóch een groep mensen of een fonds overhalen om een donatie te doen, nog harder lobbyen voor ontwikkelingssamenwerking in Nederland, of kunnen we niet een kamerlid spreken die Kamervragen kan stellen, waardoor we misschien iets meer krijgen?” En dan hebben we het nog niet eens gehad over Gaza, vervolgt Suzanne. “Het kruipt onder je huid als je ziet wat daar gebeurt. Ik vind het soms lastig om met ons team van 120 man optimistisch en hoopvol te blijven. Dat moet, want het heeft geen zin om bij de pakken neer te gaan zitten. Maar het moet soms wel uit mijn tenen komen, want het is gewoon moeilijk. Je begrijpt niet dat mensen moedwillig anderen niet willen helpen. Kijk, als het een-op-een aan iemand vraagt, wil niemand een kind iets aandoen. En toch gebeurt het. Door erover te praten en aan te geven dat het mij ook raakt, lukt het soms om iets voor elkaar te krijgen.”
Persoonlijke drijfveren
Wat haar drijfveren zijn om dit werk te doen? “Ik wil anderen helpen. Daar ben ik mee opgegroeid. Maar ik krijg er ook iets voor terug. Ik word er blij van om anderen te helpen, ik krijg er energie van, het geeft voldoening om dit samen met anderen te doen. Zelfs als ik om de een of andere reden nooit meer zou kunnen werken, dan zou ik mijn week volproppen met vrijwilligerswerk. Ik doe dit werk zeven dagen per week en ik word er nooit moe van. Mijn werk stopt nooit.” Wacht even: Suzanne werkt zeven dagen per week? “Nou ja, ik werk van maandag tot en met vrijdag, en zondag bereid ik me voor op de volgende week. Maar ook als ik vrij ben, sta ik altijd aan. Ik hoef maar iets in de krant of op social media te lezen of ik denk: kunnen we hier iets mee? Dat vind ik niet erg of zwaar, voor mij is dat oké.” Ze heeft thuis een man, vertelt ze. Protesteert die nooit? Dat valt mee, zegt Suzanne. “Natuurlijk vraagt hij weleens of ik nou alwéér ’s avonds weg moet. Hij vindt het soms ook weleens lastig dat ik er met mijn hoofd niet altijd bij ben. Maar hij klaagt niet vaak, ik mag in mijn handen klappen. Mijn kinderen zijn nu groot: ze zijn 29, 27 en 25. Maar toen ze klein waren, was het moeilijker, dan moet je alle ballen in de lucht houden. Nu komen ze soms gezellig langs, daarna gaan ze naar hun eigen huis.”
Onvoorstelbare verhalen
Niet fijn voor het thuisfront, is dat Suzanne voor haar werk weleens rampgebieden bezoekt. Ze is niet naar Gaza geweest, dat is moeilijk toegankelijk. Maar ze maakt elk jaar wel een reis. Vorig jaar ging ze naar Soedan. “Dat was heftig. We konden niet overal komen, omdat sommige gebieden worden gecontroleerd door bepaalde groepen milities. Maar we zijn wel in een aantal vluchtelingenkampen geweest, waar we met vrouwen en kinderen hebben gesproken. De verhalen die je dan hoort, zijn hartverscheurend. Zij zijn vaak al maanden op de vlucht en moeten soms wel tien keer opnieuw vluchten, omdat er opeens bewapende milities komen die alles platgooien. Dan heb je geen tijd meer om terug naar je huis of tent te gaan om wat spullen mee te pakken, maar moet je je kind onder je arm beetpakken en maken dat je wegkomt. En dan die verhalen over vrouwen die onderweg onder het oog van hun kinderen verkracht worden… Dat is onvoorstelbaar.”
Één verhaal raakte Suzanne in het bijzonder. Ze was in een vluchtelingenkamp toen een groepje meisjes van een jaar of zeventien haar aanklampte. “Ik was daar als bezoeker en droeg een Unicef-jas, dan val je wel op in zo’n kamp. Ze vroegen of ze even met mij konden praten. Die meisjes namen mij naar een plek achter een aantal tenten, waar zij vaak met z’n allen waren. Een beetje zoals hangjongeren dat bij ons ook doen. Daar vertelden ze dat ze één ding heel graag wilden, en dat is eindexamen doen. Door de oorlog was dat nu niet mogelijk. De ene wilde rechten studeren, de ander wilde dokter worden. Maar nu was hun toekomst hen ontnomen. Die meisjes waren mondig, ze spraken goed Engels, ze waren ontwikkeld, en nu smeekten ze mij of ik hen kon helpen. Ik werd erdoor overvallen. Misschien ook omdat mijn kinderen ooit die leeftijd hadden. En ja, die onmacht voel ik dan ook weer. Wat dan helpt, is om met onze lokale teams te praten. Soms kunnen ze niets doen, maar soms zijn ze op de achtergrond al met van alles bezig, en willen ze dat niet tegen dat soort meisjes zeggen om geen verwachtingen te wekken. Voor mij zijn dit soort verhalen waardevol. Ik heb hierover in Nederland een aantal radio-interviews gedaan en heb zo mensen bereid gevonden om een bijdrage te leveren. Bovendien komt binnenkort de landendirecteur van Soedan praten met onze minister van Buitenlandse Zaken. Zo probeer ik met alles wat ik in mij heb om mijn onmacht om te zetten in iets positiefs, zodat we daar structurele verbetering kunnen krijgen. Ik weet dat onze lokale mensen veel voor elkaar krijgen, daar trek ik me aan op. Ze zijn hard bezig om te proberen de scholen weer open te krijgen.”
Lichtpuntjes
Wat van het afgelopen jaar staat in haar geheugen gegrift? “Dat het soms zo moeilijk is om het gesprek met elkaar te hebben, gewoon omdat je de ander echt niet begrijpt en je niet in de ander kunt inleven. Ik heb dat nog nooit eerder zo gevoeld als in het afgelopen jaar. Dan heb ik het over Gaza, dat was een groot thema dit jaar. Ik maak me daar soms zorgen over, want hoe kunnen we met elkaar in verbinding blijven als er geen gesprek meer mogelijk is? Het gekke is: kleine kinderen kunnen dat wel. Zet tien kinderen op straat die allemaal een andere taal spreken, en ze gaan met elkaar spelen.” Er waren ook lichtpuntjes dit jaar, vindt Suzanne. “Ik vond het mooi dat zoveel mensen meededen met de Rode Lijn-demonstraties. Ook mensen uit het zogenaamde stille midden die dat nooit eerder hadden gedaan. Zij stonden op, en het was een zachtaardig opstaan. Dat vond ik hoopgevend. Zo komt er ruimte voor dialoog, en dat moeten we koesteren.”
Dat Unicef écht verschil kan maken in het leven van kinderen, hoort ze soms op een indirecte manier terug. “Toen Paul van Vliet 25 jaar ambassadeur was voor Unicef, vroeg hij een bijzonder cadeau, namelijk dat wij een aantal kinderen zouden opsporen met wie hij tijdens zijn veldreizen contact had gehad. Zo vonden we een jongen in Bangladesh die Paul had ontmoet. Paul had tegen hem gezegd dat hij moest zorgen dat hij naar school ging, dat dat het allerbelangrijkste was dat hij voor zijn toekomst kon doen. Wat bleek: deze jongen had dat goed in zijn oren geknoopt. Hij had zich aangemeld voor een houtbewerkingsopleiding en inmiddels was hij timmerman. Hij kon zich de ontmoeting met Paul nog goed herinneren. Dat soort kleine verhalen zijn parels. Want ieder kind dat we kunnen helpen, is er één.”
Foto: Unicef
Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.
LEES OOK

Uit andere media