Simone: ‘Afvallen met Ozempic? Dat vind ik valsspelen’
Simone (39) probeert al jaren af te vallen. Diëten, sporten en opnieuw beginnen: ze kent het proces van binnen en buiten. Terwijl steeds meer mensen in haar omgeving kiezen voor hulpmiddelen als Ozempic, blijft zij vasthouden aan haar eigen weg. “Ik wil geen injecties, ik wil begrijpen waarom ik eet als ik me verveel, als ik gestrest of moe ben.”
Afvallen
Simone: “Een paar weken geleden zat ik met twee vriendinnen in de zon op het terras van ons favoriete café, toen het gesprek ineens op afvallen kwam. Het is zo’n onderwerp dat bij ons altijd een beetje tussen neus en lippen door begint, maar vaak al snel een stuk serieuzer wordt. Alle drie willen we namelijk al jaren heel wat kilo’s kwijt. We bestelden nog een rondje muntthee toen een van mijn vriendinnen zei: ‘Ik ben laatst trouwens begonnen met Ozempic.’ Mijn andere vriendin knikte meteen en zei dat zij het ook gebruikte.
Ozempic
Ik lachte een beetje en probeerde geïnteresseerd te klinken toen ik vroeg: ‘O ja? Werkt het bij jullie een beetje?’ Maar vanbinnen gebeurde er van alles. Ik voelde iets wat ik niet meteen kon plaatsen. Jaloezie misschien, of frustratie. Of allebei. Terwijl zij allebei enthousiast vertelden dat ze in korte tijd al meerdere kilo’s kwijt waren en dat ze eindelijk niet meer de hele dag aan eten hoefden te denken, hoorde ik mezelf zeggen dat ik het knap vond dat ze er zo open over zijn. En dat meende ik ook, echt. Maar tegelijkertijd dacht ik: is dit het dan? Is dit hoe we het tegenwoordig doen?”
25 kilo zwaarder
“Al jaren ben ik bezig met afvallen. Sinds het eind van mijn studententijd eigenlijk al, dat is nu zo’n vijftien jaar geleden. Toen ik op kamers ging, begon het allemaal. Ik had vrijheid, geen ouders die meekeken naar mijn eetgedrag en een koelkast die ik helemaal zelf mocht vullen. Dat betekende in mijn geval: diepvriespizza’s, afhaalmaaltijden en snacks. Heel veel snacks. Van roze koeken tot chips en van borrelnootjes tot chocolademousse. Ik at ontzettend veel, iedere dag weer. Ik kwam langzaam aan en voor ik het doorhad, was ik zo’n 25 kilo zwaarder. En die kilo’s gingen er niet meer zomaar af.
Alles geprobeerd
In de jaren daarna heb ik alles geprobeerd om af te vallen. Echt alles. Een koolhydraatarm dieet, intermittent fasting, sapkuren en shakes. Er was altijd wel een periode waarin het lukte. Dan viel ik vijf, soms tien kilo af en voelde ik me onoverwinnelijk. Ik kocht nieuwe kleren, kreeg complimenten en dacht: dit is het, nu heb ik het eindelijk door. Maar vroeg of laat kwam het er weer aan. Altijd en soms zelfs nog meer dan ervoor. Het jojoën werd bijna een vast onderdeel van mijn leven. Wat mensen niet zien, is hoeveel moeite het kost, hoeveel discipline ik nodig heb en hoe vaak ik nee moet zeggen tegen dingen waar ik eigenlijk ja tegen wil zeggen. Het zit de hele dag in mijn hoofd. Wat kan ik wel eten en wat niet, hoe laat ga ik sporten en hoeveel stappen heb ik vandaag al gezet? Het is nooit gewoon even leven. Het is altijd rekenen, plannen en corrigeren.”
Shortcut gevonden
“Misschien is dat wel waarom het me zo raakt als mijn vriendinnen zeggen dat ze met Ozempic afvallen. Niet omdat ik het ze niet gun, integendeel. Als het voor mijn vriendinnen werkt en ze zich er beter door voelen, wie ben ik dan om daar iets van te vinden? Maar ergens voelt het voor mij alsof ik een spel speel volgens alle regels, terwijl anderen ineens een soort ‘shortcut’ hebben gevonden en dat maakt iets in mij boos. Of eigenlijk eerder verdrietig, want ik wil ook dat dit hele afvalproces voor mij een stuk makkelijker wordt, dat die kilo’s er óók zo vanaf vliegen. Dat lijkt me heerlijk.
Weerstand
Ik merk dat ik daar de laatste tijd steeds vaker over nadenk. Zeker nu het overal om me heen lijkt te gebeuren. Op mijn werk hoor ik erover, op verjaardagen en zelfs in de sportschool. Laatst stond ik naast een vrouw in de kleedkamer die haar sportlegging omhoog trok en tegen een vriendin zei: ‘Ik zit nu drie weken aan de Ozempic en ik ben al zes kilo kwijt. Zes! Daar deed ik vroeger minimaal een halfjaar over.’ Haar vriendin reageerde enthousiast, stelde vragen en ik stond daar, met mijn tas in mijn handen, en voelde me ineens achter. Alsof ik iets miste. Alsof ik de memo had gemist waarin stond dat dit dé nieuwe manier van afvallen was. Tegelijkertijd voelde ik weerstand, een soort koppigheid bijna: nee, zo wil ik het niet doen. Ik wil niet afhankelijk zijn van zo’n middel. Ik wil niet het gevoel hebben dat het wegvalt als ik stop. Maar die gedachte gaat vaak gepaard met een andere, eerlijkere gedachte: wat als het gewoon werkt? Wat als het mij óók zou helpen? En waarom gun ik mezelf dat dan niet?”
Geen stemmetje meer
“Ik heb daar echt mee geworsteld, meer dan ik in eerste instantie wilde toegeven. Want het is makkelijk om te zeggen dat je principieel bent, dat je het op eigen kracht wilt doen, maar daar zit ook trots in. En daarnaast een beetje angst. Angst dat als ik het anders doe, ik moet toegeven dat het me zelf niet lukt. En dat raakt iets diepers. Ik ben altijd iemand geweest die dingen zelf wilde oplossen. Niet zeuren, gewoon doorgaan. Dat heeft me ook veel gebracht in mijn leven, maar op dit vlak lijkt het me nu juist in de weg te zitten. Want hoe vaker ik faal, hoe harder ik voor mezelf word. Hoe strenger de regels, hoe groter de teleurstelling als ik ze niet volhoud.
Niet als valsspelen
Twee weken na dat terrasgesprek sprak ik één van die vriendinnen apart. We gingen door het bos wandelen om aan onze 10.000 stappen van die dag te komen en ik besloot het gewoon te benoemen. Ik vertelde haar dat ik dat hele afvalproces maar lastig vond en dat, toen ze vertelde dat ze Ozempic gebruikte, er iets met mij gebeurde. Iets wat ik niet meteen kon benoemen, maar wat me wel raakte. Zij reageerde verrassend open en deelde dingen die ze eerder nooit zo had uitgesproken. Ze vertelde dat ze zich jarenlang ontzettend had geschaamd voor haar gewicht, dat ze alles had geprobeerd en dat dit voor haar voelde als een laatste redmiddel. Ze ziet het niet als valsspelen, maar eerder als een goede hulp. Ze zei iets wat me echt bijbleef: ‘Ik heb me nog nooit zo rustig gevoeld in mijn hoofd.’ Geen constante strijd meer en geen stemmetje dat de hele dag met eten bezig is. Gewoon rust. Dat raakte me. Omdat ik me realiseerde dat ik die rust eigenlijk helemaal niet ken. Mijn hoofd is al jaren druk als het om eten gaat. Altijd dat onderhandelen, dat plannen en dat compenseren. Misschien ben ik zo gewend geraakt aan die strijd, dat ik niet eens meer weet hoe het zonder voelt. Dat zette me aan het denken.”
Vorm van controle
“Want als ik eerlijk ben, heb ik óók hulp nodig. Alleen kies ik ervoor om die hulp niet in de vorm van Ozempic te zoeken. Ik wil geen injecties, ik wil begrijpen waarom ik eet als ik me verveel, als ik gestrest of simpelweg moe ben. Ik wil dat het van mij komt, dat het iets is wat ik zélf doe en leer. Maar hoe langer ik daarover nadenk, hoe vaker ik mezelf afvraag of dat niet óók een vorm van controle is. Alsof het alleen telt als ik het helemaal alleen kan. Alsof ik het pas ‘goed’ doe wanneer het moeilijk is. Misschien leg ik de lat voor mezelf wel onbewust zo hoog, dat ik er bijna niet overheen kán.
Hulp zoeken
Daarom denk ik erover om hulp te zoeken. Niet alleen bij een diëtist, misschien ook wel bij een therapeut. Want hoe meer ik erbij stilsta, hoe duidelijker het wordt dat het bij mij niet alleen over eten gaat. Eten is eerder een uitlaatklep dan het echte probleem. Een diëtist lijkt me fijn om structuur en houvast te krijgen, iemand die met me meekijkt zonder oordeel en die me helpt om patronen te doorbreken. Maar ik voel ook dat ik een laag dieper moet. Dat ik wil begrijpen waar dat constante denken over eten vandaan komt, waarom ik zo streng ben voor mezelf en waarom ik het gevoel heb dat ik moet afzien om iets waard te zijn. Dat soort vragen los je niet op met alleen een eetschema. Misschien is dit wel de eerste keer dat ik het niet alleen wil oplossen, maar echt wil gaan begrijpen.”
Milder voor mezelf
“Er zijn dagen dat ik denk: Simone, waar ben je nu weer mee bezig? Dat ik langs een spiegel loop en alleen maar mijn dubbele onderkin, dikke benen en dikke buik zie. Maar er zijn ook dagen waarop ik denk: had ik maar gewoon die prik met Ozempic genomen, dan was ik nu misschien al tien kilo lichter geweest, in plaats van die twee kilo nu. Die gedachte komt echt wel voorbij, helaas vaker dan ik soms wil toegeven. Maar er zijn ook kleine momenten waarop ik trots ben. Trots dat ik écht aan de slag ga met mezelf. De sterkste versie van mezelf worden, dat lijkt me wel wat.
Streng
Ik probeer milder te worden. Naar mezelf, maar ook naar anderen. Want uiteindelijk doet iedereen maar wat hij of zij denkt dat goed is. Mijn vriendinnen met Ozempic maken een keuze die voor hen werkt. Ik maak een andere keuze. Dat betekent niet dat een van ons gelijk heeft. Wat ik wel begin te zien, is dat mijn oordeel over ‘valsspelen’ waarschijnlijk minder over hen zegt dan over mij. Over hoe streng ik ben voor mezelf. Over hoe ik heb geleerd dat iets pas telt als het moeite kost, wanneer het zwaar is. En misschien is dat wel waar voor mij de echte verandering zit. Niet in hoeveel kilo eraf gaat, maar in hoe ik naar mezelf kijk. Of ik mezelf iets gun of dat ik mezelf blijf straffen. Want als ik heel eerlijk ben, wil ik nog wel het allermeest afvallen van het idee dat het altijd moeilijk moet zijn om goed genoeg te zijn. Dat ik pas trots mag zijn als het zwaar was. Misschien mag het ook een keer anders. Mag het ook een keer een beetje zachter.”
Om privacyredenen zijn alle namen veranderd, de echte namen zijn bekend bij de redactie.
Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.
LEES OOK

Uit andere media