Sandra handelde in cocaïne en werd opgepakt
Sandra (56) werd in 2008 opgepakt voor drugshandel. Ze moest haar dochter Esther van toen bijna tien jaar en zoontje van tien maanden achterlaten en werd, net als haar man en twaalf andere familieleden, vastgezet. Esther (28) verwijt haar moeder niets. Het heeft haar zelfs geïnspireerd om strafrechtadvocaat te worden.
Esther: “Ik was die bewuste dag in mei op de manege bij mijn eigen paard, waar ik zo ongeveer 24/7 was. Dat mijn ouders mij niet op kwamen halen, vond ik wel een beetje vreemd. Ik wilde naar huis en kreeg ze niet te pakken. Tegen tien uur ’s avonds kwam er een politieagent het terrein op rijden. Hij wilde met mij praten over mijn ouders. ‘Zijn ze dood?’ vroeg ik meteen. Er moest wel iets heel ergs gebeurd zijn. De agent vertelde dat mijn vader en moeder gearresteerd waren. Hij wilde weten of ik ooit iets geks gezien had thuis – iets wat hij mij helemaal niet had mogen vragen. Ik had geen idee waar hij het over had en bleef heel rustig. Mijn broertje werd opgevangen door een tante en ik mocht bij de eigenaren van de manege blijven. Waarvoor ze waren opgepakt, wist ik niet. Mijn ouders zaten in beperking, wat inhield dat ik vier weken geen contact met ze mocht hebben. Ook andere familieleden zaten vast. Ik weet nog dat ik het op school gewoon in de kring vertelde: ‘Mijn ouders zijn gearresteerd.’ Ik schaamde me nergens voor, nog steeds niet trouwens. Maar natuurlijk was ik verdrietig.”
Sandra: “Ik had geen idee waar mijn kinderen zaten, ik wist niet eens waar mijn man was. Twee weken heb ik in complete twijfel geleefd. Ik mocht een uurtje per dag luchten, had geen radio en alleen een oud boek uit 1980 in mijn cel. Ik deed niets dan slapen. Ik was nog maar tien maanden eerder bevallen en mijn zoontje was een huilbaby. Alle vermoeidheid en de stress kwam er in de cel uit. ‘Alles wat je slaapt, zit je niet’, zeggen ze wel. Dat klopt ook.
Ik reed een korte periode drugs voor een oom, net als mijn man. Dat was destijds begonnen uit geldgebrek. We hadden niets en ik had Esther al. Het gebeurde regelmatig dat we haar eten gaven en zelf toekeken, omdat er geen geld voor meer eten was. Drugsrijden was een snelle manier om van onze geldzorgen af te komen. En eerlijk; ik vond het ook leuk om te doen. Na een tijdje zijn we gestopt en vond Peter een baan in de bouw en ik in het casino.”
Geen pakangst
Sandra: “Maar toen overleed mijn oom. Het was zijn wens dat ik zijn drugslijn kreeg en dat ik financieel voor zijn ex-vrouw en zoontje zou zorgen. We zijn het ernaast gaan doen. We hadden allebei een baan en we runden de drugslijn. Klanten belden ons en wij stuurden de jongens die voor ons reden op pad. De cocaïne verdeelden we boven op zolder over kleine envelopjes. Esther wist van niets. We hielden haar daar volledig buiten. We verwenden haar wel tot op het bot met het vele geld dat we verdienden. Zo kreeg ze een pony en gingen we regelmatig op vakantie of uit eten. Kleding kopen was nooit een probleem. Ik kon geen nee zeggen. Ik genoot van het wereldje, een gewone vrouw begint hier niet aan. Ik heb altijd al van spanning gehouden. De mensen keken tegen me op, ik vond het geweldig. Bang dat ik gepakt werd, was ik niet. Een crimineel heeft die angst niet. Wel waren we oplettend.
Op een dag hadden we zulke goede zaken gedaan, dat onze voorraad op was. In onze familie werd nog een drugslijn gerund. Daar haalden we wat extra cocaïne bij en toevallig werd die oom getapt door de politie. Zo zijn ze bij ons uitgekomen.
Toen ik na de periode van beperking mocht bellen, heb ik als eerste met Esther gesproken. We moesten allebei heel erg huilen. Het was verschrikkelijk. Ik heb alles verteld. Je hebt kinderen van tien en kinderen van tien; Esther was al heel slim. Ik schaamde me. Ze was niet boos, ze vond het vooral heel zielig voor me dat ik vastzat.”
Esther: “Daar kun je je als kind geen voorstelling bij maken. Ik kende de gevangenis alleen van cartoons en televisie. Ik zag mijn ouders al zitten in zo’n pakkie, achter de tralies. Na vier weken mocht ik voor het eerst weer bij mijn moeder op bezoek komen, ik was inmiddels van de manege-eigenaren naar mijn opa en oma verhuisd. We hebben een uur lang alleen maar gehuild en geknuffeld. Daarna mocht ik mijn ouders iedere week zien.”
Driftbuien
Sandra: “De gedachte aan de bezoekjes, heb ik heel ver weggestopt. Het doet me te veel pijn daaraan te denken. Met Esther kon ik praten en we belden ook veel en ik schreef brieven. Maar mijn zoontje was nog zo jong. Voor hem is het onbewust veel erger geweest. Dat merkte ik pas toen ik na zeventien maanden weer vrijkwam en we met zijn driftbuien te maken kregen. Tot z’n achtste heeft hij bij mij in bed geslapen. Pas toen we samen naar het televisieprogramma Buch in de Bajes hadden gekeken en ik hem had uitgelegd dat wij daar dus ook hadden gezeten, kwam hij tot rust. Hij heeft sindsdien nooit meer een driftbui gehad.”
Esther: “Ik besloot toen mijn ouders vastzaten, dat ik strafrechtadvocaat wilde worden. Ik zal nooit weten hoe het is om vast te zitten, dat weet je alleen als het je zelf is overkomen. Maar ik kom wel heel dichtbij. En ik weet wat de naasten van iemand in detentie meemaken, daardoor kan ik mensen beter begeleiden, denk ik. Ik hoef nog maar een paar maanden en dan heb ik m’n master gehaald.”
Sandra: “Mijn zoon wil graag bij de Dienst Speciale Interventies van de politie werken, maar ze kammen je hele familie uit, dus hij komt die screening niet door. Hij wordt gestraft voor iets waar hij niks aan kan doen. Hij was pas tien maanden… Ik heb geen spijt van wat ik gedaan heb, ik heb wel spijt dat het mijn kinderen geraakt heeft.”
Gevormd
Esther: “We waren geen doorsnee gezin en dat zijn we ook nooit geworden. Vrijwel iedereen hier in de omgeving weet wat er gebeurd is. Mensen kijken ons nog steeds raar aan. Maar we zijn heel hecht en als gezin één front. Wat we hebben meegemaakt, heeft ons gevormd. Wij zullen niet oordelen over anderen. We zijn heel gelovig, iets wat de meesten niet van ons verwachten, na wat we hebben meegemaakt is dat alleen maar gegroeid.”
Sandra: “We hebben een tijd terug meegewerkt aan de podcast Veroordeeld, van journalist Lauren Fabels en advocaat Veerle Hammerstein, de advocaat die mij heeft bijgestaan. Zij vertellen het verhaal achter een misdaad. Ik wil niet goedpraten wat ik gedaan heb, maar er zit altijd een verhaal achter een misdaad. Een kat in het nauw maakt rare sprongen, het lijntje tussen goed en slecht is heel dun. Mensen zijn geneigd alleen te kijken naar wat je fout hebt gedaan, terwijl we vrijwel allemaal ook een goede kant hebben. Ik heb echt wel even getwijfeld ons verhaal in een podcast te vertellen, maar heb het toch besloten te doen – ook omdat ik graag iets voor Veerle wilde terugdoen na alles wat ze voor mij betekend heeft.”
Moraalridder
Esther: “Ik heb in 2011 in het televisieprogramma Je zal het maar zijn, verteld over hoe het is als je ouders in de gevangenis zitten. Ik was er heel open over. Ik was en ben een moraalridder en vond het belangrijk mijn verhaal te delen zodat kinderen in een soortgelijke situatie wisten dat ze niet de enige waren. Gelukkig ben ik er nooit om gepest.”
Sandra: “Dat hadden ze ook niet hoeven proberen! Esther heeft haar op haar tanden.”
Esther: “Ik vind het niet stoer dat mijn ouders drugsdealers waren, maar ik zie er wel de positieve kanten van in. Ik ben erdoor gegroeid en ik heb er mijn eigen pad door leren te kiezen. Ik zie het tegenwoordig vooral als toegevoegde waarde in mijn leven en ook in mijn toekomstige baan. Ik wil het niet verstoppen en ik wil me er niet voor schamen. Ik ga me er als advocaat voor inzetten dat mensen de best mogelijke verdediging krijgen, voor wie ze zijn als persoon, niét voor wat ze gedaan hebben.”
Sandra: “Ik ben nog steeds elke dag in mijn hoofd bezig met die tijd in de gevangenis, maar detentie is niet het einde, daar zijn wij het voorbeeld van. Door ons verhaal te delen, hopen we mensen te inspireren en motiveren dat ze na gevangenschap nog een kans hebben. Uit negatieve ervaringen in het leven, kun je echt iets moois maken. Dat hebben mijn man en ik gedaan, we zien dat Esther het nu ook doet. We geloofden haar direct, toen ze op haar tiende al zo stellig vertelde dat ze later advocaat wilde worden. We zijn ontzettend trots dat het haar gaat lukken. Het heeft misschien allemaal wel zo moeten zijn…”
Foto: Yasmijn Tan
Visagie: Wilma Scholte
Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.
LEES OOK

Uit andere media