Rebecca: ‘Mijn obsessie met fitness kostte me mijn huwelijk én gezondheid’

Jarenlang voelde Rebecca (34) zich gevangen in haar eigen lichaam. Als kind werd ze gepest om haar gewicht, als student vocht ze tegen de kilo’s en als volwassene leek ze eindelijk grip op haar leven te krijgen tot haar behoefte aan controle langzaam veranderde in een allesoverheersende obsessie. “Ik was zo bang om weer dat meisje te worden dat werd uitgelachen, dat ik mezelf kapotmaakte.”


sporten

Twee uur sporten

Rebecca: “Ik hoor de wekker gaan en trek meteen mijn sportoutfit aan. Het is pas 5.30 uur, maar ik móét eerst twee uur sporten voordat ik naar mijn werk ga. Ik weet dat ik anders niet rustig achter mijn bureau kan gaan zitten. Als ik thuiskom uit de sportschool, voel ik meteen de drang om mijn sporthorloge te checken: 18.742 stappen. Ik vind dat lang niet niet genoeg. Ik heb nog even voordat ik naar werk moet, dus loop ik rondjes door mijn woonkamer en tuin totdat er 20.000 staat. Pas dan durf ik onder de douche te springen. Tijdens de lunchpauze zegt een collega dat ze het knap vindt hoe gedisciplineerd ik ben. Ik lach en zeg dat sporten mijn ‘me-time’ is. Wat ik niet zeg, is dat mijn hartslag omhoogschiet als mijn avondtraining onverwacht wordt geannuleerd. Dat ik dan paniek voel opkomen. Alsof één gemiste work-out alles kapotmaakt waar ik zo hard voor werk.”

Ongezond eten

“Mijn jeugd was ingewikkeld als het om eten ging. Mijn ouders waren al sinds hun puberteit veel te zwaar en eenmaal volwassen vonden ze gezond koken lastig. Ons avondeten bestond vaak uit patat, kippenvleugels, pizza of pasta met een romige saus uit een pakje. Fruit of groenten? Dat aten we eigenlijk nooit: ze vonden het niet lekker. ‘Wat heb je liever? Een pizza voor je neus of een bord met broccoli?’ vroegen ze dan. Ik had liever dat bord met broccoli, maar ik durfde dat niet eerlijk toe te geven. Ik herinner me dat ik het verschrikkelijk vond, al dat vette en calorierijke eten, maar ik had gewoon geen keuze. Ik wilde gezond eten, maar het was er simpelweg niet.

Pijn

Alles draaide om veel, ongezond en om porties die ik niet kon overslaan. Ik werd dikker en dikker. En dat begon ook anderen op te vallen: mijn vriendinnetjes werden niet op hun gewicht beoordeeld, ik wél. Het verschil was voelbaar en ontzettend pijnlijk. Op school, en ook daarna, werd ik geregeld gepest om mijn gewicht. Dikke Rebecca, walrus, vetklep, dikke trol: ze fluisterden het vaak achter mijn rug, maar ik hoorde alles. Het deed pijn. Heel veel pijn. Ik probeerde mezelf klein te maken in houding en gedrag, alles om maar niet nóg meer op te vallen dan mijn lichaam al deed. Maar was dat genoeg? Ik denk het niet, het pesten ging namelijk gewoon door.”

Jojo

“Toen ik ging studeren en op kamers ging, woog ik 95 kilo, en dat met een lengte van maar 1,62 meter. Als student merkte ik dat jongens nauwelijks naar me keken en dat ik niet werd uitgenodigd op feestjes zoals anderen. Ik probeerde alles om maar íets af te vallen. Ik wilde zijn zoals mijn medestudenten: net zo slank, mooi en populair. Elk dieet dat je maar kunt bedenken heb ik tijdens mijn studententijd geprobeerd: koolhydraatarm, sapkuren, maaltijdvervangers en punten tellen. Soms viel ik tien kilo af en voelde ik me onoverwinnelijk, maar binnen een paar maanden zaten de kilo’s er weer aan. Soms kwamen er zelfs nog een of twee kilo’s bij. Ik werd een soort jojo en elke terugval voelde als een persoonlijk falen. Wat ik toen nog niet besefte, is dat ik niet alleen vocht tegen vet, maar tegen jarenlange schaamte en een gebrek aan aandacht. Elk pondje stond voor een stukje zekerheid dat ik eindelijk gezien zou worden. Het was mentaal erg zwaar.”

Relatie met trainer

“Alles veranderde toen ik 28 jaar was. Ik liep een sportschool binnen in de wijk waar ik net was komen wonen. Ik wilde graag weer een nieuwe afvalpoging doen. ‘Een nieuw huis, een nieuwe start’, hield ik mezelf voor. Kort nadat ik de sportschool was binnengestapt, ontmoette ik Joost, een personal trainer die daar werkte. Hij was vriendelijk, hoorde mijn verhaal aan en keek naar me alsof hij zag wat ik kon worden. Al snel werd hij mijn coach, mijn steun én mijn motivator. Niet alleen binnen de sportschool, maar ook daarbuiten. Wát een klik hadden wij. Ik werd al snel hopeloos verliefd op hem. En het goede nieuws? Hij ook op mij. Ik wist niet wat ik meemaakte. Joost leerde me koken met verse en biologische ingrediënten en sleepte me bijna iedere dag mee naar de sportschool voor een groepsles of personal training. Hij gaf me het gevoel dat ik waardevol was. Voor het eerst in mijn leven zag iemand me écht staan en voelde gezond leven niet als straf, maar als iets waar ik trots op kon zijn.

Niet genoeg

In het eerste jaar van onze relatie verloor ik ruim twintig kilo. Met elke kilo die ik verloor, voelde ik me zelfverzekerder en aantrekkelijker worden. Ik werd steeds blijer van mijn spiegelbeeld. Maar met elk pondje dat verdween, groeide ook een stem in mij die zei: dit is nog niet genoeg, dit is pas het begin. Ik moest van mezelf doorgaan: harder trainen, beter eten en meer discipline hebben. Elke rustdag voelde voor mij als falen en elke gemiste les als een persoonlijke tekortkoming. Wie had ooit gedacht dat ik verslaafd zou worden aan sporten én afvallen? Ik in ieder geval niet.”

Obsessie

“Na een halfjaar relatie werd ik, op de dag dat ik 29 werd, ten huwelijk gevraagd door Joost. Ik was dolgelukkig en wilde zo snel mogelijk met hem trouwen. Precies op de dag dat we een jaar samen waren, gaven we elkaar het jawoord. Ik trouwde met mijn beste vriend, zo voelde het echt voor mij. Joost deed alles voor me: hij zorgde voor me en motiveerde me. Maar wat hij zag als steun, werd voor mij langzaam een instrument om mijn obsessie te voeden.

Discussie

Waar we eerst samen lachten, kookten en simpelweg van het leven genoten, werd elke maaltijd voor mij een punt van discussie in mijn hoofd: bevat dit genoeg eiwitten? Is het niet te vet? Mag ik dit wel eten? Ook voelde elke training als een verplichting. Ik moest en zou gaan. Soms sportte ik twee keer per dag, soms zelfs drie keer, en ik raakte in paniek als Joost of iemand anders voorstelde om iets anders te doen. ‘We kunnen toch eerst even sporten?’ zei ik dan, alsof mijn hele dag in gevaar kwam wanneer ik mijn routine onderbrak. Mijn gedrag was op dat moment allesbehalve gezond. Sporten was voor mij een obsessie geworden, een manier om controle te houden over alles wat anders onzeker en onveilig voelde.”

Eetstoornis

“Toen ik uiteindelijk nog maar 48 kilo woog, ik was ondertussen 47 kilo afgevallen, kon Joost het niet meer aanzien. Voorzichtig vroeg hij of ik misschien een eetstoornis had. Hij zag het verschil tussen gezond en obsessief en was bang geworden. Ik werd boos. Voor mijn gevoel had ik eindelijk het lichaam bereikt dat ik altijd had gewild: slank, fit en sterk. Hoe kon hij dat niet zien? Vanaf dat moment kregen we steeds vaker ruzie. Hij wilde ons leven samen redden, dat gaf hij ook aan, maar ik wilde alleen maar perfectie. Een aantal maanden later vroeg hij een scheiding aan; hij kon het niet meer aanzien, zei hij. Dat voelde als een klap in mijn gezicht. Terwijl hij zijn spullen bij elkaar pakte en in een koffer stopte, trok ik mijn sportschoenen aan om naar de sportschool te gaan. Ik kon mijn verdriet er het beste uitzweten, vond ik. Zelfs op zo’n heftig moment als dat lukte het me niet om het sporten los te laten.

Dunner en dunner

Een paar dagen na de breuk stond mijn moeder huilend voor de deur. Ze maakte zich zorgen om mij. Ze zei dat ze zag dat ik dunner en dunner werd en dat ze bang was me te verliezen. Die dag gingen mijn ogen open, het voelde als een kantelpunt. Ik moest leren dat het obsessief najagen van een getal op de weegschaal me niets gaf, behalve eenzaamheid, fysieke uitputting en het verliezen van de man van wie ik hield. Met de hulp van een diëtist kwam ik zeven kilo aan. Dat was allesbehalve makkelijk. Elke kilo die erbij kwam, voelde als een verlies van controle. Het was heftig en duurde in totaal bijna achttien maanden, maar nadat ik die tien kilo was aangekomen, zag ik het verschil.”

Vallen en opstaan

“Zelfs nu, een jaar later, merk ik nog hoe diep de obsessie zat. Ik krijg nog steeds hulp van een diëtist en daarnaast praat ik wekelijks met een psycholoog. Het is niet niks wat er in mijn leven is gebeurd, dus ik probeer alles een plek te geven. Mijn sportobsessie heb ik nog niet helemaal los kunnen laten, maar ik ga wel de goede kant op. Ik maak nog steeds schema’s voor maaltijden en trainingen. Sporten doe ik nog steeds iedere dag, maar lang niet meer zo heftig als eerst. Niet drie keer per dag een zware les: ik wissel cardio af met kracht en ontspanning. Dat had ik eerder niet gekund.

Milder

Ik probeer milder te zijn voor mezelf. Sporten is niet langer het middelpunt van mijn dag. Ik probeer weer te luisteren naar mijn lichaam, al gaat dat met vallen en opstaan. Sommige dagen voel ik me sterk en denk ik dat ik het ergste achter me heb gelaten. Op andere dagen hoor ik dat oude stemmetje dat weer zegt dat het strakker moet, lichter moet, beter moet. Het verschil is alleen dat ik er nu niet meer automatisch naar luister. Als ik nu in de spiegel kijk, zie ik niet alleen meer wat er anders moet. Ik zie ook wat mijn lichaam allemaal heeft doorstaan. Soms vind ik dat nog moeilijk te accepteren, maar ik leer het. Stap voor stap.

Huwelijk

Wat me het meest pijn doet, is dat mijn obsessie me mijn huwelijk heeft gekost. Joost was degene die me juist wilde laten zien dat ik al goed was zoals ik was, en dat besef komt misschien wel te laat. Als ik ergens spijt van heb, is het dat ik niet eerder heb ingezien hoe ver ik was gegaan. Ik weet dat ik er nog niet ben. Misschien ben je daar ook nooit helemaal. Maar één ding weet ik wel: ik wil nooit meer zo gevangen zitten in mijn eigen hoofd als toen. Gezond zijn betekent voor mij nu niet meer zo licht mogelijk zijn, maar vrij genoeg om te leven. En dat is iets waar ik elke dag opnieuw voor kies.”

Om privacyredenen zijn alle namen veranderd, De echte namen zijn bekend bij de redactie.​​​​​​
Foto: Getty Images

Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.

LEES OOK

Lees meer Persoonlijke verhalen
Persoonlijke verhalen
012026 Vriendinclub 820x270

Uit andere media


Vera Guldemeester

Vera Guldemeester werkt als freelance redacteur bij Vriendin en creëert content over onderwerpen als: seks, liefde, mode, kinderen en huisdieren. Ze heeft een passie voor schrijven, reizen en eten. Als ze niet aan het werk is, dan is ze in de keuken te vinden, waar ze de lekkerste taarten en koekjes bakt.

Meer van Vera