Lilian: ‘Ik heb mijn eigen zoon aangegeven bij de politie’
Lilian (48) en Jurre (51) zagen ook wel dat hun zoon Joris (21) het foute pad opging. Blowen, wiet dealen, foute vrienden met wapens. Toen ze ontdekten dat hij betrokken was bij een straatoverval, gaven ze hem aan. “Ik weet dat we het juiste hebben gedaan. En toch kan ik het mezelf nog steeds niet vergeven…”
Lilian: “Drie maanden lang werd ik badend in het zweet wakker. Áls ik al sliep. Dan droomde ik dat mijn zoon van negentien in de gevangenis zat na een straatberoving. In zo’n oranje pak als je ziet in Amerikaanse tv-series, tussen de zware jongens die hem aftuigden en kanten van het leven lieten zien die een jongen van negentien, of wie dan ook, nooit te zien zou mogen krijgen. Zodra ik wakker schrok, daalde mijn hartslag: gelukkig, het was maar een droom. Om me na een paar seconden te realiseren dat het weliswaar een nachtmerrie was, maar eentje die, in grote lijnen, daadwerkelijk plaatsvond.
Gedrag veranderde
Joris was de vrolijkste kleuter op aarde, een makkelijke baby ook. De oudste van drie, na hem kregen mijn man Jurre en ik nog twee dochters. Hij had veel aandacht nodig, maar vond alles goed als ik hem betrok in waar ik mee bezig was. Intens, maar wist ik veel, hij was mijn eerste kind. Zijn gedrag veranderde toen hij naar de basisschool ging. Door de dagelijkse prikkels van de buitenwereld raakte hij snel afgeleid of overweldigd, en zocht dan andere ‘taakjes’. Klasgenoten van hun werk houden. Iemand op het schoolplein een onverwachte por geven om te kijken wat er gebeurde. Hij bedoelde het niet kwaad, sterker nog: weinig kinderen waren misschien wel zo gevoelig als hij. Een stoorzender, vonden leraren vanaf groep 3 desondanks. ADHD, constateerde de psychiater in groep 6, toen Joris bijna dagelijks huilend naar school vertrok omdat hij zich zo onbegrepen voelde. Die diagnose bood handvatten. En medicatie. Jarenlang was Joris weer zijn oude, vrolijke zelf. Tot hij op zijn vijftiende, in 4 vmbo, zijn medicatie niet meer wilde en het blowen ontdekte.
Vlucht
Hij pubert gewoon hevig, dacht ik aanvankelijk. Rookte ik zelf ook niet mijn eerste jointje toen ik vijftien was? Maar waar ik rookte omdat het cool was, gebruikte Joris het als vlucht. Hij lag niet lekker bij leeftijdsgenoten door zijn vaak hyper en impulsieve gedrag. Voelde zich niet gezien door leraren op school en bovenal ontzettend eenzaam. Van zijn vijfde tot zijn tiende had hij te horen gekregen dat hij niet goed was zoals hij was. Daarna accepteerde de buitenwereld hem alleen als hij medicatie slikte. Nu probeerde hij, zoekend zoals dat hoort als je vijftien bent, opnieuw zijn pure zelf te zijn, en was het nóg niet goed. Achteraf begrijp ik het allemaal volledig. Maar toen dreef het me tot wanhoop.”
Alles geprobeerd
“Joris werd zestien en kwam op straat in aanraking met jongeren uit heel andere thuissituaties. Jongens die werden verwaarloosd, soms al verslaafd waren, bekend waren bij de politie. Jurre en ik probeerden van alles. Huisarrest geven. Joris positief stimuleren door leuke activiteiten te ondernemen, samen te sporten, hem te prijzen om zijn sterke kanten. We keken of het hielp als we hem juist vrijer lieten. Het baatte allemaal niet. Tegen de tijd dat zijn eindexamen – dat hij wonder boven wonder haalde – achter de rug was, liep hij ’s ochtends om tien uur al met een joint in zijn mond de deur uit. Hij deed niet eens meer zijn best het te verstoppen.
Contact met hem krijgen was niet meer mogelijk. Avond na avond braken Jurre en ik ons het hoofd over wat we verkeerd hadden gedaan. Deden we Joris tekort? Waren we andere ouders voor zijn zusjes? Dat laatste was zeker het geval, maar ieder kind vraagt een andere opvoeding en de meiden liepen nu eenmaal lekker in de pas, wat dat ook mag inhouden. Joris was vaak nachtenlang verdwenen. Hij reageerde niet op apps, en áls hij thuiskwam, verdween hij linea recta naar zijn kamer. Sporadisch vond ik een gespreksopening, tijdens een autoritje of in de keuken, op de schaarse momenten dat hij thuis at, in plaats van op straat. Dan vertelde hij dat hij niet wist wat hij wilde met zijn leven en het allemaal niet meer zag zitten. Psychologische hulp weigerde hij. En andere oplossingen aandragen was wel het slechtste wat ik kon doen, leerde ik, daarvan sloeg hij alleen maar dicht. Dus luisterde ik alleen maar op zulke momenten, hield hem vast en bad dat alle positieve opvoeding die we er de afgelopen zestien jaar in hadden gestopt, heus nog zat en nog wel tot uiting zou komen.”
Onleefbare jaren
“Zo ploeterden we vier jaar door, waarvan drie ronduit onleefbaar waren. De zorgen om Joris beïnvloedden ons gezin, werk, onze relatie en nachtrust. Ik schaamde me naar familie en vrienden, deed mijn best de lichtpuntjes te benoemen en te verzwijgen dat mijn kind ontspoorde. Ik nam het mezelf kwalijk. Had ik hem wel genoeg begeleid bij zijn ADHD? Had ik te vaak negatief of boos tegen hem gedaan? Was er iets wat ik tijdens de zwangerschap misschien al anders had moeten doen, waardoor hij nu zo was geworden? Jurre worstelde net als ik, maar op zijn eigen manier. Waar mijn zorgen om Joris mijn hele leven overheersten, vluchtte hij in werk en sporten. Hij vond dat onze meiden zorgeloze aandacht verdienden, en richtte zich wanneer hij thuis was volledig op hen. Voor mij voelde dat alsof hij Joris had afgeschreven, wat de zóveelste afwijzing in zijn leven zou betekenen. Het leek een uitzichtloze situatie.
‘Heb vertrouwen, hij komt vanzelf wanneer het kwartje is gevallen; jullie zijn z’n enige veilige basis’, zeiden vriendinnen die wel op de hoogte waren. Wijze woorden, weet ik nu, maar toen kon ik ze wel slaan. Vertrouwen? Het gros van de tijd had ik geen idee waar mijn bloedeigen, minderjarige kind uithing. Het enige wat ik zeker wist, was dat het slecht met hem ging, hij zich tussen mensen met verkeerde intenties begaf, zich suf blowde en god weet wat nog meer gebruikte. Hij wilde geen opleiding volgen en rolde van het ene vage baantje in het andere om zijn verslaving en het eten op straat te bekostigen, en was vaak hele periodes werkloos. Dat laatste baarde me nog het meest zorgen, want waar betaalde hij zijn wiet dan van? Ik had hem nooit kunnen betrappen op iets illegaals, maar een stemmetje in mijn achterhoofd dat zich steeds vaker en luider aan me opdrong, zei dat ik natuurlijk wel beter wist.”
Iets klopt niet
“Die bevestiging kwam kort nadat Joris op een zaterdagmiddag, hij was inmiddels negentien, zomaar binnenliep. Nuchter, bijna opgewekt. ‘Hé mamsiepamsie’, zei hij, ‘ik heb je gemist.’ Hij pakte een appel, liep naar boven en daarna hoorde ik de douche lopen. Ik begreep er niets van. Mijn dochters waren al even verbaasd. ‘Mam, Joris kwam net kletsen en hij was echt superchill!’ Bang het onheil te tarten, besloot ik het te laten voor wat het was. De opgewerkte houding van Joris hield een week of twee aan. Hij was aan de slag bij een restaurant in de buurt, hielp in het huishouden, en wanneer hij niet werkte, at hij elke maaltijd mee. Natuurlijk voelden Jurre en ik wel dat er iets niet klopte. Daardoor hield Jurre afstand van Joris, maar ik wilde er niet aan. Ik had mijn zoon weer terug, ik moest en zou hem laten voelen hoe gewenst hij was.
Verlinkt
Ik kwam terug van boodschappen doen toen ik Joris op een avond opgefokt hoorde bellen, zijn bulderende stem dreunde door de muren. Ik ving flarden op. Veel straattaal en gevloek. Iemand werd een rat genoemd, er vielen termen die ik niet snapte. Hij was verlinkt, zoveel begreep ik wel. Mijn hart schoot in mijn keel. Dus toch. Nadat Joris had opgehangen, hoorde ik hem ijsberen door zijn kamer. Jurre was niet thuis, de meiden waren bezig met huiswerk. Met een kop thee stapte ik Joris’ kamer binnen in de hoop tot een gesprek te komen, en trof hem huilend en paniekerig aan. Met gierende uithalen vertelde hij me het verhaal van begin af aan. Om het blowen te bekostigen, dealde hij weleens wiet op straat. Hij kreeg zijn stash van een zogenaamde vriend, met wie hij de winst na verkoop deelde. Hij deed het al anderhalf jaar, maar bleek op een gegeven moment te dealen in het gebied van een concurrerende groep jongeren. Om Joris af te schrikken hadden ze hem beroofd onder dreiging van een steekwapen. Zijn geld, de wiet, zijn dure merkjas, alles had hij moeten inleveren. Dat hij zijn telefoon nog had was mazzel, die had hij om onduidelijke redenen kort daarvoor aan een vriend gegeven. Joris’ leverancier was op z’n zachtst gezegd not amused en eiste zijn deel van de waarde: driehonderd euro. Even verslikte ik me. Joris liep dus structureel met zeshonderd euro aan drugs en contanten op zak door de stad? Ik besloot hem uit te laten praten, over dit stuk hoorde ik vast later meer. Joris kreeg het aandeel van zijn leverancier niet bij elkaar gewerkt, vervolgde hij. Dus besloten zijn vrienden en hij het terug te halen bij de rivaliserende partij. Het idee was dat ze die jongens gewoon even flink bang zouden maken. Beetje schreeuwen, beetje stoer doen. Tot een van die ‘vrienden’ een pistool trok. Joris had geen idee dat die jongen dat in zijn bezit had en wilde er niets mee te maken hebben, maar nam wel het geld van hun slachtoffers aan. En nu, terwijl hij dit verhaal overstuur aan me vertelde, was zijn vriend met het pistool opgepakt en had Joris verlinkt bij de politie – of zo wist de rest van de groep te vertellen.”
Misselijk van angst
“Mijn gedachten schoten alle kanten op. Ik wilde gillen, vluchten, Joris in een dekentje wikkelen en als een baby in mijn armen beschermen voor al het onheil in de wereld. In plaats daarvan zei ik: ‘Oké, voor alles is een oplossing, dit komt goed.’ Joris smeekte me niet naar de politie te gaan, wilde ik dat echt beloven? Ik kon hem geen eerlijk antwoord geven. Ik verbood hem met wie dan ook contact te hebben en misselijk van angst wachtte ik tot Jurre thuiskwam. We hebben geen minuut geslapen die nacht. Gingen alle scenario’s af. Als Joris niet zou worden opgepakt, zou hij op straat vogelvrij zijn. Als de politie hem zelf zou komen halen, was hij medeplichtig aan een roofoverval. Misschien zou het gelden als verzachtende omstandigheid als Jurre en ik hem aangaven, dachten we. Bovendien wilden we een duidelijke grens stellen. We wilden vierkant achter Joris staan, maar dat betekende dat we niet langer mee konden in zijn slechte keuzes. Hij moest hard op zijn gezicht gaan om te leren dat hij zijn leven echt moest beteren. De volgende dag meldden Jurre en ik ons, zonder het aan Joris te melden, bij de politie.
Het juiste
Ik weet dat we het juiste hebben gedaan. En toch kan ik het mezelf nog steeds niet vergeven. Ik heb mijn kind verraden. Maar als ik het niet had gedaan, was hij misschien nooit uit het criminele circuit gekomen, of erger. De politie kwam meteen in actie. Joris werd ondervraagd maar mocht thuis afwachten tot het proces. Hij bleek maar een heel kleine speler in een veel groter verhaal, voor de politie was hij bijzaak. Dat was voor een groot deel te danken aan zijn onberispelijke verleden. Eén jongen moest naar de gevangenis. Joris kreeg – vanwege zijn privacy kort samengevat – een fikse taakstraf en moest zijn leven aantoonbaar beteren. Een sisser, als je het mij vraagt. Daarnaast heeft hij een strafblad, wat het in de toekomst moeilijk kan maken sommige beroepen uit te oefenen. We hebben een nieuw telefoonnummer voor hem geregeld en Joris is zeker een jaar de deur niet uit geweest. Ook ik was ons leven lange tijd niet zeker, doodsbang dat iemand de boel zou komen vergelden. Er stond een thuiskommelding bij de politie, maar die is per definitie te laat als iemand kwaad wil. Via-via hoorde Joris een jaar geleden dat de jongen die destijds vast zat, weer op vrije voeten is en zich ook gedeisd houdt. Dat stelt me enigszins gerust.
Joris is inmiddels 21. Onze band is veranderd. Joris is ons dankbaar dat we hem hebben bijgestaan, al blijft het een feit dat we hem hebben aangegeven. Andersom zijn we trots dat hij inmiddels een opleiding volgt, weer medicatie slikt, is gestopt met blowen en een vriendin heeft bij wie hij het gros van de tijd verblijft. Maar vertrouwen kun je nooit helemaal lijmen, er blijft altijd een breuklijn zichtbaar. Mijn vriendinnen hadden wel gelijk. Uiteindelijk is onze opvoeding een sterke basis gebleken waar Joris naar is teruggekeerd. En die hem misschien wel bewuster aan zijn toekomst laat bouwen dan waar middelmatig ‘in de pas lopen’ toe had kunnen leiden.”
Tekst: Jordinde Benner
Om privacyredenen zijn alle namen veranderd, De echte namen zijn bekend bij de redactie.
Foto: Getty Images</em Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.
LEES OOK

Uit andere media