7x van je familie moet je het hebben: ‘Ze zorgde voor mij, mijn baby, zelfs voor mijn man’
Familieleden, je krijgt ze nu eenmaal cadeau en er valt weinig te kiezen. Soms verrassen ze je op een manier die je liever niet had gewild, en soms zijn ze ineens je reddende engel.
‘Ik heb gehuild van opluchting’
Livia (38): “Radeloos was ik, toen mijn man me na acht jaar van de ene op de andere dag op straat zette. Ik had geen huis, niks. En vind maar eens iets in deze tijd. Nachtenlang lag ik bij mijn ouders op de zolderkamer wakker van de vraag waar ik met mijn twee kleine kinderen moest wonen. En toen kwam ineens mijn tante, die ik op dat moment hooguit twee keer per jaar zag, met het liefste aanbod ooit: ze had een chalet in het bos, groot genoeg voor mij en mijn jongens om voorlopig te verblijven. Normaal was ze er zelf vrijwel ieder weekend te vinden, maar zolang ik het huisje nodig had, zou ze in de weekenden gewoon in haar appartement in Utrecht blijven. Ik heb gehuild van opluchting en nog steeds kan ik volschieten als ik eraan denk. Zo close waren we niet en dan toch zoiets groots doen en je eigen fijne weekenden in het bos opgeven, dat vind ik ongelooflijk lief. Het grappige is dat mijn zoons – toen vijf en vier jaar – en ik er geweldige maanden hebben beleefd. Het huisje was knus en zij konden buiten heerlijk ravotten, hutten bouwen en voetballen. Met mijn tante heb ik in die tijd vaak buiten op de veranda gezeten, pratend, lachend, soms huilend. Ze gaf me niet alleen een huis, maar ook veel steun. In mijn jeugd woonden zij en mijn oom in het buitenland en daardoor had ik niet zo’n nauwe band met haar, maar toen ze hoorde van mijn situatie schijnt ze meteen gezegd te hebben: je familie moet je altijd helpen. Inmiddels heb ik een eigen huis, maar nog steeds ga ik elke week bij mijn tante eten.”
‘Zij zitten op de bank van het zuurverdiende geld van mijn ouders’
Larissa (36): “Ik vroeg me al af hoe ze het allemaal deden, mijn zus en haar vriend. Waar hard werken ons van huis uit is meegegeven met mijn ouders als lichtend voorbeeld daarvan, heeft mijn zus op een of andere manier het familie-gen gemist. Zelf run ik twee horecazaken, mijn broer werkt zestig uur per week op de Zuidas en zelfs mijn ouders van in de zeventig springen nog bij in het bedrijf waar ze tot hun pensioen hebben gewerkt. Mijn zus daarentegen is altijd ziek, zwak en misselijk en heeft nog nooit langer dan een halfjaar ergens gewerkt. Haar vriend is uit hetzelfde hout gesneden en toch wonen ze riant en lijken ze nooit geldproblemen te hebben. Sinds ik onlangs mijn vader hielp bij de belastingaangifte, weet ik hoe dat komt. Van de rekening van mijn ouders worden bijna wekelijks tikkies betaald. De ontvanger: mijn zus. Mijn vader reageerde beschaamd toen ik dat zag, mijn moeder ging meteen in de verdediging. ‘Ze is niet zoals jullie’, zei ze. ‘Jullie zijn sterk, zij heeft minder geluk.’ Minder gelúk?! Ze is gewoon lui! Maar ja, zij en haar vriend hebben inmiddels een geweldige troefkaart in handen. Het is niet aardig van mij, maar zo denk ik echt over de baby die ze zes maanden geleden kregen. Want mijn ouders zijn als de dood dat het kind het aan iets ontbreekt en dus zijn de tikkies – die al zeker twee, drie jaar worden gestuurd – nu nog hoger geworden. Ik heb flink stennis geschopt bij mijn ouders, maar ze lijken wel doof. ‘Hier heb je vijftig euro’, zei mijn vader. ‘Als je het dan zo oneerlijk vindt.’ Maar daar gaat het niet om, ik hoef geen geld. Ik kan het alleen niet uitstaan dat mijn ouders altijd hard hebben gewerkt voor hun zuurverdiende geld en dat mijn zus en haar vriend er schaamteloos van op de bank zitten.”
‘Ze zorgde voor mij, mijn baby, mijn huis, zelfs voor mijn man’
Zoë (31): “Eén stomme misstap van het keukentrapje en daar lag ik, op de vloer, in de ambulance, op de eerste hulp en uiteindelijk op de operatietafel. Mijn been gebroken, mijn rug ook, ik moest weken zo niet maanden herstellen. Hoe dan, met een werkende man en een baby van acht maanden? Mijn man kon een paar dagen zorgverlof krijgen, de baby had twee dagen opvang en dat was het dan wel zo’n beetje. En o ja, eens per dag thuiszorg, maar dat zou al snel eens per week worden. Mijn ouders zijn allebei ziek en konden niet helpen. En toen was daar ineens Lieke, de jongste zus van mijn man. Net klaar met haar studie en vol ambitie om de arbeidsmarkt te bestormen, maar zonder nadenken zette ze die ambitie in de koelkast en hield in plaats daarvan haar studentenbaantje in een kroeg nog wat langer aan om bij ons bij te springen. ‘Daar ben je familie voor’, was haar simpele redenering en vanaf dat moment zorgde ze wekenlang voor mij, onze baby, ons huis en zelfs voor haar eigen broer want ze wist natuurlijk precies wat zijn lievelingseten is. Inmiddels ben ik weer helemaal op de been en heeft Lieke een geweldige baan gevonden, maar ik zal nooit vergeten wat ze voor ons heeft gedaan. Zonder haar hadden we het echt heel moeilijk gehad.”
‘En ik kon die zwijnenstal schoonmaken’
Indira (43): “Met piepende banden reed ik naar het ziekenhuis toen mijn vader van 81 een herseninfarct had gehad. Onderweg belde ik naar mijn broer, maar die nam uiteraard weer eens niet op. Zelden is hij bereikbaar en voor mantelzorg, iets wat ik al jaren voor mijn vader deed, moet je hem ook niet bellen. Maar ik vond dat hij dit moest weten.
Uren later belde hij terug, zwaar beschonken en amper aanspreekbaar. Mijn broer heeft al jaren een alcoholprobleem en om er zelf niet aan onderdoor te gaan, heb ik afstand van hem genomen. Dat klinkt hard, maar ik kan hem niet redden en ik heb genoeg met hem meegemaakt om te weten dat ik dat niet meer moet proberen. Ik dacht daardoor dat hij me niet meer kon verrassen, maar toch is het hem gelukt. Terwijl ik zat te waken aan het ziekenhuisbed van mijn vader, nam mijn broer doodleuk zijn intrek in mijn vaders seniorenflat. Hij zat namelijk even zonder huis en dit kwam wel goed uit. Niet één keer heeft hij zich bij mijn vaders bed laten zien en toen mijn vader een paar dagen later overleed, appte hij alleen dat we het over de erfenis moesten hebben. Na de begrafenis, waar mijn broer beneveld op de eerste rij zat, moest het huis van mijn vader leeg. En wat ik daar aantrof… Mijn broer was uiteraard alweer gevlogen, maar de zwijnenstal die hij had achtergelaten, kon ik opruimen. Ik zal je de details besparen, maar ik heb nog nooit zoiets smerigs gezien. Kokhalzend en huilend ruimde ik samen met mijn man op en maakte schoon. Mijn broer heb ik alleen nog gezien bij de notaris, toen hij zijn kindsdeel kwam opeisen. Puur en alleen voor de nagedachtenis aan mijn vader heb ik toen mijn mond gehouden, maar wat had ik hem graag de waarheid gezegd.”
‘Ineens duwde ze de sleutels in mijn hand’
Michaela (39): “Na een zwaar jaar met een scheiding en het verlies van mijn baan, keek ik enorm uit naar de kerstvakantie. Ik had een huisje in Duitsland geboekt, in de sneeuw, waar ik met mijn twee kinderen een weekje alleen maar zou ontspannen, spelletjes doen, sneeuwpoppen bouwen en gewoon even genieten, want dat was ik wel verleerd. En toen, drie dagen voor vertrek, klonk er een vreemd geluid onder de motorkap van mijn auto, zag ik een rookpluim en deed hij helemaal niets meer. Kapot, concludeerde de garage weinig verrassend. Niet meer te redden. Geld voor een nieuwe had ik alleen echt niet, er stond letterlijk honderdvijftig euro op mijn rekening en aangezien mijn ex weigerde te betalen, had ik ook geen uitzicht op een leuke som om een auto van te financieren. Ik belde mijn zus met de vraag of ze me misschien op kon halen bij de garage en eenmaal bij haar in de auto brak ik. Ik kon niet meer stoppen met huilen, alles kwam eruit: de scheiding, de geldproblemen, dat ik weliswaar een nieuwe baan had maar een veel lager salaris, dat Duitsland niet door kon gaan – het ging alle kanten op. Mijn zus nam me mee naar huis tot ik weer wat gekalmeerd was en samen maakten we een financieel plan, maar ja, het zou heel krap blijven. Ik vond het heel erg dat we niet naar Duitsland konden, maar nog erger was dat ik een auto nodig heb om naar mijn werk te gaan. Lenen, zei ik, maar met een tijdelijk contract is dat niet zo makkelijk.
Twee dagen later hoorde ik ineens getoeter voor mijn huis. Ik liep naar buiten en daar stapte mijn zus uit een auto die ik niet kende. Ze liep naar me toe en drukte de sleutels in mijn hand. ‘Deze is van jou’, zei ze. ‘Gelukkig konden ze hem nog net op tijd voor Duitsland rijklaar maken.’ Ik kon echt niet geloven wat ze zei, stamelde dat ik daar geen geld voor had. Maar nee, het was een cadeau, ze wilde er geen euro voor hebben. Ik heb echt gegild van blijdschap en ongeloof. Het is natuurlijk al geweldig dat ik nu weer een auto heb én dat we een paar heerlijke dagen in Duitsland konden beleven, maar nog veel fijner vind ik het gevoel dat ik echt altijd op mijn familie kan terugvallen.”
‘Ik voelde mijn hart opzwellen’
Bodile (40): “Het was flink schrikken toen mijn moeder een paar jaar geleden de diagnose borstkanker kreeg. Van een actief leven met veel afspraken en vaak oppassen bij ons, werd ze een doodzieke vrouw die bijna niks meer kon. Inmiddels heeft ze geen kanker meer, maar door allerlei complicaties heeft ze veel zorg nodig. Ik ben haar enige kind en dus komt de mantelzorg op mij en mijn man neer. Dat is soms best veel en zwaar en zeker in het begin, met al die ziekenhuisbezoeken, zat ik soms huilend in de auto. Vanwege angst en verdriet om haar gezondheid, maar ook omdat ik niet meer wist hoe ik het allemaal moest doen. Maar toen bleek hulp ineens veel dichterbij dan ik dacht. Mijn schoonmoeder, met wie ik tot dan toe een goede, maar niet per se heel warme band had, ontpopte zich tot een reddende engel die ik nooit van haar had verwacht. Ze bood in eerste instantie aan om mij en mijn man te ondersteunen door op te passen, te koken en voor het huishouden te zorgen als wij er zelf te druk voor waren. Maar gaandeweg nam ze ook een deel van de mantelzorg voor mijn moeder over – ze wonen toch bij elkaar in de buurt. En zo gaat het nu nog steeds. Altijd opgewekt rijdt ze mijn moeder naar het ziekenhuis, de fysiotherapeut, de apotheek of waar ze ook maar naartoe moet. Al snel was dat voor mijn moeder veel meer dan een rit naar een verplichting. Ze ziet er echt naar uit en belt mij achteraf dan helemaal blij op dat het zo gezellig is geweest. Vaak stopt mijn schoonmoeder op de terugweg bij een tentje en gaan ze koffiedrinken. Als ik dat hoor, voel ik echt mijn hart opzwellen. Mijn moeder is mijn alles en als iemand zo lief voor haar is, betekent dat veel voor me.”
‘We hadden helemaal niets meer’
Inge (57): “Nooit heb ik geweten hoe snel een schoorsteenbrand kan uitbreiden, tot we de brandweer belden omdat we dus een schoorsteenbrand hadden en binnen enkele minuten ons huis in lichterlaaie stond. Nadat de boel was geblust, bleek de schade enorm. We hadden echt helemaal niets meer. Gelukkig werd er opvang geregeld en zouden we de schade vergoed krijgen, maar voordat alles geregeld is, ben je echt een tijd verder. We hadden geen meubels, geen kleding, geen toiletspullen, geen beddengoed, geen keukengerei – het is bizar dat je pas beseft wat je allemaal gebruikt op een dag als je het ineens niet meer hebt. Het is aan mijn zus te danken dat ik toen niet gek ben geworden van wanhoop. Binnen een dag startte zij een inzamelingsactie en dankzij haar grote netwerk, kwam er van alle kanten hulp. Binnen een paar dagen hadden we een hele uitzet bij elkaar en konden we in ons tijdelijke huis leven. Achteraf heb ik geprobeerd iedereen te bedanken en de, in mijn ogen, geleende spullen terug te geven, maar iedereen zei: hou maar. Ik kan er nog ontroerd van raken, zoveel warmte en naastenliefde. Je hoort zoveel over de verharding van de maatschappij, maar wij hebben echt een andere kant gezien.”
Om privacyredenen zijn de namen in dit artikel gefingeerd.
Foto: Getty Images
Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.
LEES OOK

Uit andere media