Elles kreeg haar ouders’ erfenis en kon niet stoppen met kopen
Zoveel geld had ze nog nooit op haar rekening gehad, maar in plaats van dat ze verstandige dingen deed met de erfenis van haar ouders, kocht Elles (47) zich helemaal gek aan van alles en nog wat. “Ineens wilde ik een carport.”
Elles: “Ik kom uit een gezin dat in het woordenboek bij de s van spaarzaamheid zou staan. Alles ging altijd met mate, nooit een uitspatting, zuinigheid troef. Als kind wist ik niet beter dan dat ik de afdragertjes van mijn zus kreeg, net als haar fiets en rolschaatsen, die óók al tweedehands waren. En dat vond ik prima, ik had nooit echt grote wensen. Ja, een eigen paard, maar ik wist ook: dat gaat nooit gebeuren. Niet omdat het geld er niet was, maar omdat mijn ouders nooit zo’n grote uitgave zouden doen plus nog de maandelijkse kosten. Bij het idee alleen al kregen ze een rolberoerte. Toch ben ik nooit iets tekortgekomen. Toen ik het huis uitging, heb ik juist vaak gedacht: fijn dat ik geleerd heb om zuinig te zijn. Als arme student kon ik prima rondkomen dankzij het voorbeeld van mijn ouders. En zij konden ruim meebetalen aan mijn studie omdat ze daarvoor meer dan genoeg hadden gespaard. Mijn ouders werkten allebei en het geld was er dus wel degelijk, maar hun hele idee was: waarom zou je het uitgeven als je ook kan sparen?
Lange tijd heb ik gedacht dat deze mentaliteit in mijn bloed zat. Maar goed ook, omdat ik niet zoveel kan werken en deels afhankelijk ben van een uitkering. Voor mijn man geldt hetzelfde. We hebben het niet breed, maar we redden het. En, zo zeiden we altijd tegen elkaar: zoveel hebben we ook niet nodig. Althans, dat dachten we.”
Eerst genieten
“Drie jaar geleden overleden mijn ouders niet zo lang na elkaar. Mijn zus en ik hadden eigenlijk nooit echt nagedacht over de erfenis. Het zou wel goed geregeld zijn, zeiden we weleens tegen elkaar. Met zo’n pietje precies als vader wisten we dat het testament op orde was en dat we zeker geen schulden zouden erven. Toen we eenmaal bij de notaris zaten, wisten we niet wat ons overkwam. Mijn ouders hadden niet een klein beetje gespaard in hun leven, ze bleken een soort fortuin te hebben. Met het geld uit de verkoop van het huis erbij, erfden mijn zus en ik netto allebei honderdvijftigduizend euro. Een astronomisch bedrag vergeleken bij wat ik zelf had en bij wat ik maandelijks binnenkrijg.
Meteen ging er van alles door mijn hoofd: misschien konden mijn man en ik nu eindelijk een huis kopen of een keertje naar Curaçao. Een nieuwe auto, want de onze begon wel erg te rammelen. En ik had mooie schoenen gezien, maar die waren tweehonderd euro. Het voelde alsof de wereld aan mijn voeten lag en ik was mijn ouders enorm dankbaar, al had ik graag gezien dat ze er zelf wat meer van hadden genoten. Juist omdat zij zo spaarzaam waren geweest, voelde ik toen heel sterk verantwoordelijkheid voor al dat geld. Ik moest er in elk geval ook iets verstandigs mee doen, zoals investeren in aandelen of een pensioen. Iets wat mijn ouders gedaan zouden hebben.
Mooie voornemens, maar zodra het geld op mijn rekening stond, verdwenen die al snel naar de achtergrond. Ik had nog nooit zoveel nullen op mijn rekening gezien en dat deed iets raars met me. Ik wist wel dat ik ook nog dat verstandige moest doen, maar dat schoof telkens een stapje omlaag op mijn lijstje. Eerst wilde ik genieten. Tegen mezelf en mijn man riep ik dingen over hoe kort het leven was en dat je jezelf ook leuke dingen moest gunnen – juist omdát mijn ouders dat nooit hadden gedaan. En dus boekten we die vakantie naar Curaçao en daarna kwam er een auto. ‘Nu de aandelen’, zei ik toen nog, maar ik heb weinig verstand van dat soort zaken en wist niet waar te beginnen.
En eerlijk gezegd, andere dingen lonkten meer. Mijn man wilde bijvoorbeeld een jacuzzi, dus kochten we een jacuzzi. Een carport, die konden we ook wel gebruiken. Nooit eerder had ik bedacht dat ik een carport wilde, maar ja, als je geld hebt, heb je wensen. Veel wensen. Ik kon gewoon niet stoppen met kopen: kleding, schoenen, sieraden, parfum. Ik ging naar een dure kapper, liet mijn ogen laseren en mijn pigmentvlekken verwijderen. We gingen weekendjes weg in luxe hotels en uit eten in chique restaurants. Allemaal dingen waar ik nooit naar had getaald tót ik het kon betalen. Het was alsof het feit dat het geld er was, een hebberigheid in mij aanwakkerde die ik van mezelf niet kende. En al die tijd dacht ik: maar ik ga er óók iets verstandigs mee doen. Tot dat geen optie meer was.”
Het is op
“Ik zag natuurlijk het saldo van mijn spaarrekening wel naar beneden gaan, maar het is gek hoe je iets kunt zien en tegelijkertijd kunt ontkennen. Als ik inlogde, keek ik heel vluchtig naar het bedrag en dan dacht ik: er is nog genoeg. Ergens knaagde er wel iets, maar mijn hebberigheid won het dan weer. Tot ik op een dag, ongeveer twee jaar nadat ik het geld had ontvangen, ineens echt zag wat er stond: tweeduizend euro. Dat was alles wat er over was van die anderhalve ton die ik had ontvangen. Ik riep mijn man en raakte gek genoeg een beetje in paniek, alsof ik bestolen was. ‘Het is bijna op’, zei ik tegen hem alsof ik het zelf niet echt kon geloven. Hij had dezelfde verbazing. ‘Hoe kan dat nou?’ vroeg hij, maar we wisten natuurlijk allebei het antwoord wel. Het was alsof ik op een soort shopping-trip had gezeten en nu ineens met een klap terugkwam op aarde. En daarmee moest ik ook beseffen: ik heb dit zelf gedaan.
In het begin probeerde ik het weg te lachen. ‘We hebben het toch leuk gehad?’ zei ik dan. Maar ’s nachts lag ik wakker. Niet eens vanwege het feit dat we nu zo goed als op nul stonden, maar vooral omdat ik voelde dat mijn ouders teleurgesteld zouden zijn. Als er twee mensen zijn die mij hebben geleerd om goed met geld om te gaan, zijn zij het. En juist hún geld heb ik over de balk gesmeten. ‘Stop het in stenen’, was iets wat mijn vader vaak zei als hij ons iets uitlegde over hoe om te gaan met geld. Met dat advies heb ik niets gedaan. Ik stopte het in een jacuzzi waar we nauwelijks nog in zitten, kleding die ik niet vaak meer draag en een carport waarvan ik elke dag denk: waarom wilde ik dat in hemelsnaam? Het enige waar ik echt met plezier op terugkijk, is de vakantie op Curaçao. Een mooie herinnering is zo veel meer waard dan spullen. Die les had ik eerder moeten leren, ik heb nog genoeg landen op mijn verlanglijstje staan. Maar dat kan ik voorlopig wel vergeten.
Gaandeweg werd ik boos op mezelf, maar ook verdrietig om wie ik kennelijk kon zijn. Iemand die verblind door zo’n groot bedrag ineens macht meende te hebben, een gevoel van meedoen, van ‘kijk eens wat ik allemaal heb’. Ik voelde me stoer en soms zelfs beter dan anderen om hoeveel geld ik had en wat ik er allemaal mee kon doen. Neem die carport. De buren hebben er niet eentje en keken vol bewondering naar de onze. Toen voelde ik me echt trots op wat wij wél konden en zij niet. Achteraf vind ik dat geen fijne conclusie over mezelf. Ik wist niet dat ik zo was en ik wil helemaal niet zo zijn. Geld als status, dat zou het laatste zijn wat mijn ouders hadden gewild.
Ik wist niet hoe snel ik die laatste tweeduizend euro alsnog op een beleggingsrekening moest storten. Omdat ik zelf niet goed weet hoe dat werkt, heb ik een vriend van ons om hulp gevraagd. Ik wilde eerst mijn zus vragen, maar dan zou ze natuurlijk weten dat er geen honderdvijftigduizend maar slechts tweeduizend euro is om te beleggen en die gedachte bezorgde me zoveel schaamte. Zij heeft geen idee dat het geld zo goed als op is, al kan ze natuurlijk ook rekenen. Zijzelf heeft er wel heel verstandige dingen mee gedaan, zoals een deel van hun hypotheek aflossen. Het geeft me ergens een beetje troost dat we in elk geval nog met tweeduizend euro beleggen en daar dus meer van maken. Niet zoveel als het had kunnen zijn, maar toch.”
Geen buffer
“Toen het geld op was, moesten we terug naar ons oude leven. We hadden geen buffer meer en ik moest opnieuw leren nadenken over uitgaven. Dat is op zich goed geweest voor mij, terug naar het normale. Lang heb ik het gevoel gehad dat ik had gefaald. Maar inmiddels zie ik het anders. Niet mooier dan het is – ik zou zó een stuk van dat geld terug willen – maar ik heb mezelf beter leren kennen. Hoe ik reageer op overvloed. Hoe ik verlang naar bewonderd worden, naar kunnen zeggen: kijk eens wat wij kunnen betalen. Dat is geen fijne ontdekking, maar wel een eerlijke. Ik heb een paar gesprekken met een psycholoog gehad die ik met het schaamrood op de kaken heb verteld wat er was gebeurd. Zij liet me inzien dat mijn reactie menselijk was. Ze zei: ‘Je hebt jaren krap geleefd en kreeg ineens vrijheid die je nooit hebt gekend. Geen wonder dat je daarmee niet kon omgaan.’ Dat vond ik ergens een troost.
Inmiddels doen we weer normaal met geld en merk ik: ik ben niet ongelukkiger met minder. Ik spaar elke maand twintig euro. Het is weinig, maar het is iets, het geeft me een goed gevoel. Mijn ouders hebben me geleerd dat sparen belangrijk is en ik heb die les pas echt begrepen toen ik het had verprutst. Als ik nog eens zo’n bedrag zou ontvangen – wat niet erg waarschijnlijk is – zou ik het heel anders doen. Misschien is dat ook wat een erfenis kan zijn: niet alleen geld, maar inzicht. Een harde les, maar wel een die blijft hangen.”
Om privacyredenen zijn alle namen veranderd, De echte namen zijn bekend bij de redactie.
Foto: Getty Images
Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.
LEES OOK

Uit andere media