Persoonlijke verhalen

Claudia heeft 3 kinderen met ADHD: ‘Rust kennen wij niet’

Bij Claudia (42) thuis is het altijd druk. Van haar vier kinderen hebben er drie ADHD, zoon Daan heeft daarnaast een verstandelijke beperking. “De ADHD komt van mij en ergens is dat een zegen. Zonder mijn energie had ik het niet volgehouden.”

Claudia: “Aan Gijs (15) merkten we aanvankelijk niets, zijn ontwikkeling als baby verliep keurig volgens het boekje. Dat was wel anders bij zijn broertje Daan (13). Al in de kraamweek viel me op dat hij heftig reageerde op zeep op het washandje. Hij verkrampte helemaal. Gebruikte ik een washandje zonder zeep, dan was er niets aan de hand. Dat vond ik gek. Later ontdekten we dat hij tactiele afweer had: hij vond het gevoel van de zeep op zijn huid niet prettig. Daan hield niet van lichamelijk contact, hij zette zich letterlijk tegen ons af. En hij had geen grijpreflex. Als we een vinger in zijn handje legden, trok hij zijn hand terug.

Ik werk in de gehandicaptenzorg en ben daardoor misschien alerter op afwijkende signalen. Dat Daan ons vanuit de wipstoel met een wat dode blik in zijn ogen aankeek, vond ik zorgelijk. Het was alsof hij dwars door me heen keek. Ik trok aan de bel bij het consultatiebureau, meerdere keren, maar daar vonden ze mij een overbezorgde moeder. Toen Daan negen maanden was, was de maat voor mij vol. Ik ben naar de huisarts gegaan, die mij meteen doorverwees naar een kinderneuroloog. Daar kregen we het bericht dat Daan zo zwaar gehandicapt was, dat hij waarschijnlijk nooit zelfstandig zou kunnen zitten of lopen. Onze wereld stortte in.”

Altijd alert

“We kwamen in een achtbaan terecht. En iedere keer als we uit wilden stappen, startte het volgende rondje. Want Daan bleek ook epilepsie te hebben. Hij had niet de bekende schudaanvallen, maar absences. Hij viel steeds even weg. Dat we bij vlagen geen contact met hem kregen, lag daar dus aan.

Ondanks dat ik kapot was van de diagnose, was ik ook positief. Ik geloof er sterk in dat een kind zijn ouders uitkiest. Wij konden dit blijkbaar aan, daar hield ik me aan vast. Doordat we zo veel zorgen hadden om Daan, letten we minder op Gijs. Hij werd gedwongen snel zelfstandig te worden. We waren in die begintijd altijd moe. Daan had heftige slaapproblemen. Ik sliep met een camera naast mijn bed waarmee ik hem in de gaten kon houden. Ik was altijd alert.

Mijn (inmiddels ex-) man en ik wilden graag een groot gezin. Vier kinderen was ons ideaal. Dat Daan zo ernstig gehandicapt was, veranderde niets aan die wens. Sterker nog; nu wilden we helemaal een derde kind. We wilden Gijs niet later alleen met de zorg voor én zijn bejaarde ouders én zijn gehandicapte broertje opzadelen. Dat is een mooie gedachte natuurlijk, maar het geeft geen enkele garantie. Ook dit kindje zou gehandicapt kunnen zijn. En als we dat zouden weten, wilden we het niet laten weghalen, hadden we al besproken. Dat vonden we niet fair tegenover Daan.”

Mijlpaal

“Ik raakte vrij snel zwanger van Juul (11). Het was een zware zwangerschap, zo met de zorg voor Daan erbij. Hij kreeg medicijnen tegen zijn epilepsie en de aanvallen bleven weg. Mijn gevoel zei me na een tijdje dat hij wel met de medicatie kon stoppen. Dat overlegden we met de arts, die aangaf dat dit absoluut niet gebruikelijk was. Toch zette ik door; mocht hij weer aanvallen krijgen, zouden we meteen weer beginnen. Ik wilde geen onnodige medicatie aan mijn kind geven. De aanvallen bleven uit en Daan begon zich ineens te ontwikkelen. Hij maakte klanken, begon te kruipen en leerde zitten. En later leerde hij praten. Als je gezegd is dat je kind dat nooit zelfstandig kan doen, ben je daar zielsgelukkig mee. Alles wat Daan leerde, zagen wij als mijlpaal. We hadden ook zeker wel onze slechte dagen, soms zaten we er echt doorheen. Een week voor Juuls geboorte liep Daan los. Iets waar we nooit op hadden durven hopen.

Aan kleine Juul merkten we al snel dat ze veel pit had. Maar dan ook echt heel veel pit. Ik zie mezelf nog worstelen om haar in de maxicosi te krijgen. Ze was acht maanden en niet in de gordels te krijgen. Daar zocht ik op dat moment niets achter, maar toen ze ouder werd, viel mij steeds meer op dat ze ‘anders’ was. Ze was zo pittig en zo temperamentvol. En ze leek vaak compleet in haar eigen wereld te leven. Na Juul kregen we Pleun. Met haar erbij waren we compleet. Het was druk en hectisch bij ons thuis, maar ook heel gezellig en leuk.”

Pittig

“Juuls gedrag werd heftiger naarmate ze ouder werd. Ze tolereerde geen correctie en had niets met straffen en belonen. Haar driftbuien waren behoorlijk heftig. Ze daagde Gijs voortdurend uit, ik speelde de hele dag voor scheidsrechter. Alles was zwart of wit voor haar; dat Gijs na een heftige ruzie niet meteen meer met haar wilde spelen, begreep ze niet. Ze deed toch nu weer lief? In haar eerste half jaar kleuterschool sprak ze niet en ze keek de juf ook niet aan. Dat deed ze ook als we familie op bezoek kregen.

Het gevoel dat er iets aan de hand was met Juul, werd steeds sterker. Als ik dat hardop uitsprak, probeerden mensen mij gerust te stellen. Ieder kind was weleens pittig, zeiden ze dan bijvoorbeeld. Ondertussen merkte ik ook wat aan Gijs, hij was toen een jaar of acht. Gijs wilde veel bevestiging. Als we bijvoorbeeld op verjaardagsvisite gingen, wilde hij weten hoelang we daar bleven, wie er allemaal waren, wat het cadeautje was; ieder detail moest ik met hem doornemen.”

Testen op ADHD

We besloten, in overleg met school, de kinderen te laten testen. Juul bleek autisme en ADHD te hebben. Gijs heeft kenmerken van autisme. En ook Daan bleek naast zijn verstandelijke handicap autisme en ADHD te hebben. Ik ben niet zo van de stempels, maar het helpt je wel je kinderen te begrijpen. Inmiddels weten we ook dat Pleun kenmerken van ADHD heeft; ze is snel afgeleid en ontzettend beweeglijk.

Lees ook: Linda’s zoon heeft door een aandoening altijd honger

Dit verhaal komt uit Vriendin.

Reageer op dit artikel