Beroepsmilitair Mandy werd voor de VereNigde naties uitgezonden naar Libanon

Als enige Nederlandse beroepsmilitair maakte Mandy (34) deel uit van de VN-vredesmacht in het zuiden van Libanon. Deze missie veranderde haar. “Ik ben iemand die van controle houdt, maar nu moest ik dat helemaal loslaten.”


Ontwerp Zonder Titel

Mandy: “In december 2024 kwam ik net terug uit Zuid-Libanon, waar ik een jaar als militair genderadviseur had gewerkt bij de VN-vredesmacht UNIFIL (United Nations Interim Force in Lebanon). Het hoofdkwartier is gestationeerd aan de kust in de plaats Naqoura, precies op de grens van Israël en Libanon van waaruit Hezbollah actief is. Vooral het laatste half jaar van mijn verblijf daar, was ontzettend onrustig. De spanningen tussen de partijen liepen destijds hoog op, in verband met de oorlog in Gaza. Er waren elke dag beschietingen of bombardementen. Soms zat ik wel tien uur lang in een bunker met mijn helm op en kogelwerend vest aan, te wachten tot het veilig was buiten. Die constante dreiging van geweld doet iets met een mens. Daar moet je van bijkomen. Dus terwijl buiten het vuurwerk werd afgestoken en iedereen elkaar een gelukkig nieuw jaar wenste, voelde ik me nog een beetje verdwaasd en afwezig. Fysiek was ik in Nederland, maar met mijn hoofd zat ik nog bij alles wat ik in Libanon had meegemaakt en bij iedereen die ik daar had achtergelaten.

Familie van militairen

Ik kom uit een familie van militairen. Mijn opa diende in Indië, mijn vader was beroepsmilitair en ook mijn broertje koos voor een baan in het leger. Dat ik dit ook zou doen, was geen vanzelfsprekendheid. Ik ben best een meisjes-meisje. Ik had altijd een bijbaan bij een parfumerie en na mijn studie Marketing & pr kwam ik terecht in de cosmetica-industrie. Toch zat ik daar niet helemaal op mijn plek, dus besloot ik na een paar jaar alsnog naar de Koninklijke Militaire Academie te gaan om beroepsmilitair te worden. Inmiddels zijn we tien jaar verder en ben ik regelmatig op uitzending, werkbezoek of trainingsmissie geweest naar het buitenland. Vijf maanden zat ik in Irak en in Mali en Afghanistan was ik enkele weken. Elke keer met een groep.

Enige Nederlander

De laatste missie naar Libanon was in dat opzicht compleet anders. Ik ging erheen als enige Nederlander, een jaar lang. Mezelf erop voorbereiden was best lastig, want je weet niet precies wat je kunt verwachten. Mijn voorganger had al wel verteld dat het soms heel intens kon zijn, maar wat ze daar precies mee bedoelde, begreep ik pas toen ik er was. Ik weet nog dat ik net vijf minuten op de basis rondliep, toen er een bombardement begon en we direct de bunker in moesten. Mijn hart zat in mijn keel en ik dacht: waar ben ik aan begonnen? Hoe ga ik dit een jaar lang verdragen en volhouden? Zo durfde ik de eerste twee weken niet te douchen. Wat als het alarm zou afgaan en ik veiligheid moest zoeken? Ik kwam ineens in zo’n andere wereld terecht.

Genderperspectieven

In Libanon was het mijn taak om genderperspectieven te integreren in militaire operaties. Ik gaf trainingen aan buitenlandse VN-collega’s. Leerde ze bijvoorbeeld hoe ze het beste kunnen omgaan met de vrouwen die in het gebied wonen. Dat zijn veelal moslima’s. Aan collega’s vertelde ik hoe je ze aan kunt spreken zonder culturele gevoeligheden te raken. En waarom het van belang is om vrouwelijke militairen mee te nemen op patrouilles. Het gaat voor een deel om bewustwording. Als je met een tank door een gebied rijdt en je weet dat je op een gegeven moment een meisjesschool en een lokale markt passeert, waar doorgaans alleen vrouwen naartoe gaan, dan kun je misschien beter een andere route kiezen. Wat we proberen te doen, is alle mensen in een conflict te zien en een stem te geven.”

Structuur in de dagen

“Omdat ik als enige Nederlander daar was, heb ik de eerste tijd vooral gebruikt om een sociaal netwerk op te bouwen. Ik werd vrienden met collega-blauwhelmen uit onder meer Estland en Ierland. Als we even niet aan het werk waren, dronken we koffie, gingen we samen sporten of uit eten. Op die manier probeerde ik zoveel mogelijk structuur in mijn dagen aan te brengen. In het begin was er ook nog regelmatig contact met het thuisfront. Je bent net weg en kunt nog aanhaken met wat daar allemaal speelt. En dat was nogal wat. In totaal ben ik drie keer dat jaar teruggevlogen naar Nederland. De eerste keer omdat mijn relatie van ruim vier jaar stukliep. Het hing al een tijdje in de lucht, toch toen het zover was, was het heel verdrietig. Ons huis werd verkocht en ik ben voor de overdracht en de opslag van mijn spullen teruggekomen. Een paar weken later moest ik opnieuw het vliegtuig in. Dit keer was mijn opa – de Indiëganger – overleden. Er bestaat regelgeving vanuit Defensie dat je terug mag als er thuis iets aan de hand is. Op zo’n moment proberen ze altijd een vliegticket voor je te regelen. Alleen als het qua veiligheid te gevaarlijk is, kun je niet weg. Dat was bijna het geval toen mijn vader een openhartoperatie moest ondergaan. Hij ging in september onder het mes. Dat had niet een maand later moeten gebeuren, want dan had ik niet bij hem in het ziekenhuis kunnen zijn om hem te ondersteunen. Nu kon ik nog net op en neer vanuit Libanon voordat het daar echt heftig werd en het geweld daar van beide kanten nietsontziend losbarstte.”

Drie veiligheidsniveaus

“Waar ik in het begin nog wel wat bewegingsvrijheid had in het kamp en af en toe ook nog weleens buiten de poorten eropuit ging, werd dit gaandeweg steeds lastiger. Er golden drie veiligheidsniveaus. Bij level 1 kun je vrij bewegen in en buiten de basis, bij level 2 moet je binnenblijven en bij level 3 zoek je zo snel mogelijk een bunker op. Mijn helm en kogelwerend vest had ik overigens 24/7 bij me. Dat moest ook wel, want de explosies en inslagen kwamen steeds dichter bij onze basis. Israël liet op een gegeven moment zelfs weten dat de VN-militairen moesten vertrekken uit het gebied, wat we natuurlijk niet deden. We vormden als het ware een menselijke buffer tussen de twee strijdende partijen, maar werden gaandeweg zelf het doelwit. Op een gegeven moment werd de situatie echt penibel. Ik moest gaan nadenken over een evacuatieplan en een noodrantsoen aanleggen voor als ik daar een tijdlang vast kwam te zitten. Ik nam contact op met mijn collega’s in Nederland. Helaas was er nogal wat ‘ruis’ op de lijn en werd er nauwelijks gereageerd. Alsof de ernst van de situatie niet tot hen doordrong. Ik voelde me een roepende in de woestijn, dat was wel frustrerend. Uiteindelijk kreeg ik van een ondersteunende eenheid uit Beiroet een paar extra dozen met voedsel, ver over de datum weliswaar. Het zijn rantsoen-pakketten, eten waar je water bij doet. Niet iets om je op te verheugen, maar het maakte me niet veel uit: eten is eten. In het leger leer je dat je soms alleen nog maar functioneel eet. Eten omdat je moet eten, anders houd je het niet vol. Gelukkig heb ik geen honger geleden, maar ik was wel afgevallen, vooral van de stress.”

Stukje menselijkheid

“In het leger gaat natuurlijk alles over regels, orde en discipline, maar als het erop aan komt, hoort daar wat mij betreft omzien naar elkaar bij. Een stukje menselijkheid. Even bij elkaar inchecken: gaat het écht wel…? Ik vond dat heel belangrijk. Ook om het vol te houden. Ik had een paar buitenlandse collega’s op de basis die ik in de gaten hield en andersom. En ook met een aantal mensen buiten de basis die ik ontmoette. Zoals Ryan uit Beiroet, een ambulancebroeder. We liepen elkaar op een dag per ongeluk tegen het lijf en kregen een bijzondere band. Onder normale omstandigheden waren we misschien wel voor elkaar gevallen en hadden we iets kunnen opbouwen, nu stonden we beiden onder grote druk en moesten vooral zien te overleven. Met hem belde ik af en toe. Dan kon ik mijn verhaal kwijt en luisterde ik naar het zijne.
Waar ik ook veel aan heb gehad, zijn de dieren die her en der op de basis rondliepen en werden opgevangen in een dierenasiel. Tijdens patrouilles kwamen we vaak honden en katten tegen die waren achtergelaten door hun vluchtende eigenaren. Soms gewond, soms hongerig of bang. Met een groepje vrijwilligers zette ik me heel actief in voor deze dieren. Tegelijkertijd gaven de dieren mij afleiding. Hoe vaak ik wel niet ergens heb geschuild met een kat of hond tegen me aangedrukt, terwijl de gevechtsvliegtuigen met zwaar geschut overvlogen. Het vreemde is dat het went. Het gevaar dat je dagelijks meemaakt, het lawaai van de bombardementen die je hoort, het wordt bijna het nieuwe normaal. Daaraan zie je hoe veerkrachtig mensen zijn. Hoe snel ze zich aanpassen aan veranderende situaties. Ik ben iemand die van controle houdt, maar nu moest ik dat helemaal loslaten. Leren leven in onzekerheid. Oorlog maakt gebouwen kapot, maar ook zekerheden. Elke dag is het afwachten en kijken: wat vliegt er vandaag door de lucht?”

Onder je huid

“Voor de mensen in Nederland is het misschien nog steeds een ver-van-mijn-bed-show, iets abstracts. Ik heb nu met eigen ogen gezien wat oorlog aanricht en kan daardoor voor mijn gevoel niet meer de andere kant uitkijken. Dat wil ik ook niet. Wat ik daar heb gezien en meegemaakt, is onder mijn huid gaan zitten. In 2024 kwam er vlak voor kerst een staakt-het-vuren tussen Israël en Hezbollah. Mijn missie zat erop en ik kon veilig terug naar Nederland.
Ik merkte dat ik thuis mijn ervaringen niet echt met iemand kon delen. Daarom ben ik alles van me af gaan schrijven. Eerst om het te ordenen en structureren, later werd het een manier om te verwerken. En dat werd een boek. De periode in Libanon heeft me tot het uiterste gedreven, ik heb angst gehad, verlies gezien. Maar ook vriendschappen gesloten, moed en onverwachte momenten van licht mee­gemaakt. Al schrijvende probeerde ik voor mezelf te achterhalen wat mijn volgende stap gaat zijn. Wat wil ik nu? Waar liggen mijn prioriteiten, waar word ik blij van? Vroeger maakte ik me druk om basale dingen als ‘wat eten we vandaag?’ Een futiliteit, weet ik nu. In die zin ben ik veranderd, er is iets in me aangewakkerd.
Ik ben bezig met grotere levensvragen. Zoekende. Dat is nieuw voor mij. Ik was altijd iemand van het vijfjarenplan. Kijk, ik heb een tattoo laten zetten. Hier staat in het Arabisch Alles is geschreven. Ik hoorde dat vaak van Libanezen terug, als ik het even niet zag zitten. Dat ene zinnetje gaf me dan zoveel rust. Het werkte relativerend. Soms ben je ook maar een klein radertje en heb je nauwelijks grip op het grotere plaatje. Mijn rol – zowel qua werk als privé – moet ik de komende tijd opnieuw zien uit te vinden. Ik zou bijna zeggen:ik zie wel wat er op mijn pad komt.”

Meer lezen? Hier kan je het boek van Mandy bestellen:

Foto: Mariel Kolmschot
Visagie: Nicolette Brøndsted

Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.

LEES OOK

Lees meer Persoonlijke verhalen
Nieuwtjes Persoonlijke verhalen
012026 Vriendinclub 820x270

Uit andere media


Meer van Jolanda