Rommy is een schaduwweduwe: ‘Mijn minnaar stierf, ik kon er met niemand over praten’

Vijftien jaar lang hebben Rommy (48) en Simon (51) een liefdesrelatie. Rommy is dan al gescheiden, maar Simon is nog steeds getrouwd. Ze zien elkaar wekelijks, tot die dag dat ze ineens niets meer van hem hoort en er pas dagen later, via een rouwadvertentie in de krant, achter komt dat Simon is overleden. Als schaduwweduwe kon zij geen afscheid van hem nemen. Ze kan geen kant op met haar verdriet.


Schrijf Je In Voor De Nieuwsbrief (27)
Mijngeheim

Net als Vriendin brengt ook Mijn Geheim de allermooiste persoonlijke verhalen, die we hier graag elke week met je willen delen.

Meer verhalen die raken? Abonneer je op Mijn Geheim!

Gestorven minnaar

“Ik was totaal gesloopt door verdriet, toen ik eindelijk bij een rouwcoach binnenstapte en stamelde: ‘Ik weet niet wat te doen, ik kom helemaal om in de rouw om mijn gestorven minnaar.’ Ik deed mijn verhaal en toen zei ze: ‘Ik ga je helpen, maar wat jij doormaakt is geen rouw. Wás het dat maar.’ Ze legde me uit dat rouw, hoe verdrietig ook, een natuurlijk proces is binnen het leven, gericht op heling. Rouw zorgt ervoor dat er een dun laagje huid over een gapende wond groeit, maar er zijn wel een paar elementen nodig om het proces zijn werk te kunnen laten doen. Afscheid kunnen nemen van je dierbare bijvoorbeeld en je verdriet kunnen delen met anderen. Ik kon geen van beide.

Geen afscheid

Ik verloor mijn geliefde, maar mijn verdriet moest ik voor me houden. Ik heb Simon geen gedag kunnen zeggen, hem niet zijn ogen zien sluiten of zijn laatste adem horen uitblazen. Mijn moment van afscheid van Simon was een rouwadvertentie in de krant, die ik uitknipte en vol verdriet tegen mijn borst drukte. Hij was op dat moment al een paar dagen dood. Dagen waarop ik geleefd had alsof er niets aan de hand was. Waarop ik gewoon naar de supermarkt was gegaan om broccoli en bananen te kopen.  Waarop ik had geluncht met een vriendin en met haar had gelachen alsof er niets aan de hand was. Terwijl Simon dood was. Míjn Simon – al was hij nooit alleen van mij. Ik leerde hem achttien jaar geleden kennen. We werden buren in een gloednieuwe wijk en stonden elk aan een kant van een troosteloos heggetje dat onze percelen van elkaar scheidde. De klik was er meteen toen we elkaar de hand schudden. ‘De sfeer moeten we zelf maar maken,’ lachte Simon terwijl hij om zich heen gebaarde. ‘Laten we daar binnenkort dan als buren maar een borrel op drinken,’ zei ik.

Verliefd

Die eerste burenborrel kwam er en er zouden nog vele borrels volgen. Onze kinderen, baby’s en peuters nog, werden over de tuinafscheiding getild voor oppasavondjes, tot de heg te hoog werd en we er een poort in maakten. We liepen vrijelijk elkaars achtertuin in en alle gezinsleden konden het goed met elkaar vinden, maar van iedereen hadden Simon en ik de grootste klik. Hij was de enige met wie ik besprak hoezeer het gezinsleven soms op me drukte. Ik was altijd een avontuurlijke meid geweest, die nooit had gedacht te settelen. Maar ik werd verliefd en het leek wel alsof ik even met mijn ogen had geknipperd en plots echtgenote en mama was geworden. Begrijp me niet verkeerd: ik hield zielsveel van mijn dochters, maar ik was niet de oermoeder zoals je die soms ziet. Ik miste het om te kunnen reizen, om overal en nergens te kunnen wonen.

Hecht

Ik zorgde met liefde voor mijn gezin, maar het was geen totale levensvervulling en dat knaagde soms.
In Simon herkende ik diezelfde onrust. Op de eerste burenborrel, toen mijn man en Simons echtgenote al waren afgehaakt en wij nog een sigaret deelden, zei Simon tegen me: ‘Ik kijk soms in de spiegel en dan herken ik gewoon de man niet die ik zie. Vader, serieuze zakenman, echtgenoot. Maar ben ik dat wel? Of speel ik het?’ Het was een bekentenis die vanaf dat moment onze vriendschap beklonk.

In de jaren erna werden we zo hecht dat er roddels rondgingen in de wijk. ‘Hebben die twee soms wat met elkaar? Je ziet ze altijd samen lopen met hun honden. En nu werkt zij nog in zijn bedrijf óók.’
We konden erom lachen en onze partners ook. Dat heb ik altijd opmerkelijk gevonden, dat mijn toenmalige man en Simons vrouw nooit in twijfel leken te trekken of onze hechte band nog wel platonisch was.”

Minnaars

“Ook toen dat nog het geval was, was er al een bepaalde seksuele spanning tussen ons. Ik denk dat we het beschouwden als een onschuldige bijkomstigheid van een vriendschap tussen een man en een vrouw.
Maar toen ik na jaren Simons aanbod aannam in zijn bedrijf te komen werken en we samen op zakenreis gingen, verdween die onschuld. Het was bizar hoe vanzelfsprekend we één hotelkamer boekten voor onze eerste gezamenlijke reis. Ik stapte bij hem in bed en vlijde me in zijn armen. Vanaf toen waren we vrienden én minnaars en dat voldeed voor ons. Simon was een loyaal en liefhebbend gezinshoofd en ik, inmiddels gescheiden, genoot van de vrijheid die ik ervaarde na het einde van mijn huwelijk. Ik begon een eigen zaak en trad uit dienst bij Simons bedrijf.

Wekelijks

De starterswijk hadden we allebei inmiddels achter ons gelaten, waarbij het contact dat er al die tijd tussen onze gezinnen was geweest, op een natuurlijke manier verwaterde. Hij bewoonde met vrouw en kinderen een woonboot Amsterdam en ik trok na mijn scheiding in een boerderijtje op het platteland.
Dat Simon en ik elkaar bleven ontmoeten, wist niemand. We zagen elkaar wekelijks bij mij thuis. Zodra mijn kinderen bij hun vader waren, bracht Simon een dag en soms ook een nacht bij mij door. Tweemaal per jaar vloog ik hem achterna als hij op zakenreis was en dan hadden we een paar heerlijke dagen samen. We waren gelukkig en dachten dat niets of niemand ons uit elkaar zou kunnen drijven.

Hersenbloeding

Het was een hersenbloeding. Simon is op de tennisbaan ineengezakt en twee uur later in het ziekenhuis overleden. Dit hoorde ik later via-via. De eerste dagen na zijn dood verwonderde ik me erover dat hij niet op mijn appjes reageerde, maar maakte ik mij nog geen zorgen. We appten elkaar vaak dagen nauwelijks. Hij was bovendien geregeld zijn tweede telefoon, waarop wij communiceerden, kwijt. Die lag dan nog in zijn auto en zijn auto stond dan op Schiphol of bij de garage. Ik wist dat hij altijd, hoe dan ook, op woensdagmiddag even liet weten hoe zijn agenda er voor de rest van de week uitzag. Maar het bleef die woensdag stil. Ik appte tientallen keren, stuurde een sms, checkte of hij actief was geweest op zijn social media en  belde hem zelfs, iets dat we nooit deden. Die avond wist ik dat er iets ernstigs moest zijn gebeurd. Toch ben ik kalm naar bed gegaan, alsof ik het naderend onheil kon bezweren door er simpelweg geen aandacht aan te schenken. Toen de volgende ochtend de krant op de deurmat viel, was de halve pagina aan rouwadvertenties die zijn naam droegen, de bevestiging van wat ik diep in mijn hart al wist. Ik was hem kwijt.”

Heftige emoties

“Hij werd in besloten kring gecremeerd, vermeldde de advertentie. Dat vond ik, en dat is heel gek, op dat moment erger dan zijn overlijden. Niet zijn dood sloot mij het meest buiten van zijn leven, maar het afscheid daarvan zonder mij. Voor het eerst in al die jaren heb ik een onversneden jaloezie gevoeld op zijn vrouw. Ik dacht niet aan haar verlies en verdriet, maar alleen maar aan haar privilege afscheid van Simon te kunnen nemen. Boosheid, onmacht, wanhoop, verdriet, ongeloof, jaloezie en schuld… de emoties vertrapten me in hun gevecht het van elkaar te winnen.

Spijt

De eerste maanden na Simons dood was ik een zombie. Overdag deed ik mijn werk, vervulde ik mijn sociale taken en die als moeder. Pas als ik mijn bedlampje uit knipte, kwamen de tranen. Nooit heb ik me eenzamer gevoeld dan in die donkere uren, waarin het opgekropte verdriet zich met geweld uit mijn lijf perste. Ik zocht hem overal. In mijn herinneringen, maar ook letterlijk in mijn bed. Ik werd soms met een schok wakker en tilde dan hoopvol de lakens op. Misschien was dit een nachtmerrie en lag zijn verfomfaaide krullenbol gewoon op het kussen naast me.

Achteraf heb ik spijt gehad van mijn trouwe stilzwijgen over onze liefde. We hadden het afgesproken na onze allereerste nacht samen: we vertellen het geen mens. Ik deelde hem al in zoveel opzichten met anderen, dat dit als een fantastische intimiteit voelde. Dit was óns geheim, van hem en van mij en van niemand anders. Maar na zijn dood sloeg dat wat ik koesterde me keihard in het gezicht en stond ik alleen met mijn verdriet. Moest ik het mijn vriendinnen alsnog vertellen? Hoeveel had ik dan wel niet uit- en toe te lichten. Ik had er de moed en energie niet voor.

Rouwcoach

Pas na maanden besloot ik om een rouwcoach te raadplegen en heb ik voor het eerst mijn verhaal gedaan. Over onze liefde, onze vriendschap en hoe ik wanhopig zoek naar een soort bewijs dat Simon écht dood is. Er was geen afscheidskus, geen uitvaart en er is geen graf. Op mijn wanhopigste momenten vraag ik mij zelfs af: bestond hij wel? Bestonden wíj wel?

Mijn coach helpt me om in elk geval niet langer te vechten tegen mijn verdriet. Het is geen rouwproces, maar eerder het terugwinnen van mezelf op de golf van emoties die me verstikt. Ze leert me ook bij mezelf het recht op te eisen, om verdriet te voelen. Ik mag huilen om Simon, wat mijn schuldgevoel me ook probeert aan te praten.

Oud-buurvrouwen

Na Simons dood ben ik zijn vrouw een keer tegengekomen in de foyer van de schouwburg. Twee oud-buurvrouwen die ooit elkaars kinderen troostten en recepten en kleding met elkaar uitwisselden. We keken, maar groetten geen van beiden. Toen wist ik dat ze het wist. Misschien heeft ze na zijn dood Simons tweede telefoon bekeken. Misschien wist ze het gewoon altijd al, zoals ze zeggen dat bedrogen vrouwen vaak diep in hun hart doen. Ik deed het natuurlijk niet, maar ik verlangde er een moment hevig naar haar te omhelzen. Omdat alleen ook zij weet wat het is om zo van hem gehouden te hebben.”

Uit privacy-overwegingen zijn de namen in dit verhaal gewijzigd. Namen bij redactie bekend.
Foto: Getty Images

Geraakt door dit verhaal? Word abonnee van Mijn Geheim en ontvang nog meer échte verhalen in je brievenbus!

LEES OOK

Lees meer Mijn Geheim
Mijn Geheim
012026 Vriendinclub 820x270

Uit andere media


Meer van Natascha