Irene (42) heeft een relatie met Tim (49) die terminaal ziek is

Irene (42) heeft een relatie met Tim (49) die terminaal ziek is. Al eerder verloor zij haar man aan dezelfde ziekte en dat zij nu weer voor dit onvermijdelijke pad kiest, roept onbegrip en weerstand op.


koppel relatie
Mijngeheim

Net als Vriendin brengt ook Mijn Geheim de allermooiste persoonlijke verhalen, die we hier graag elke week met je willen delen.

Meer verhalen die raken? Abonneer je op Mijn Geheim!

“Ik moest eraan wennen dat iedereen een mening heeft over mijn relatie met Tim. Meestal een negatieve, ook nog eens. ‘Wat doe je je kinderen aan,’ heb ik al tig keer gehoord. ‘Je bent een grote egoïst’ en tegelijkertijd: ‘Je zou eens wat meer aan jezelf moeten denken.’ Het was in het begin moeilijk om zoveel weerstand te voelen, om nooit eens iemand te horen zeggen: ‘Meid, wat heerlijk voor jullie.’
Inmiddels kan ik het commentaar langs mij heen laten gaan. Degenen die het belangrijkste voor mij zijn, mijn kinderen, hebben ons verzekerd dat ze achter onze relatie staan. Dat is het enige dat telt en Tim en ik hebben besloten geen minuut meer te verspillen aan negativiteit. We halen alles uit ons leven, genieten van elke minuut. Want die minuten tikken alleen maar verder af en we hebben geen tijd te verliezen.
Ik ontmoette Tim een jaar geleden op een bijeenkomst van de patiëntenvereniging van een progressieve spierziekte. Ik had mijn man anderhalf jaar daarvoor verloren en tijdens zijn ziekte veel aan het lotgenotencontact gehad. De fijne gesprekken met andere patiënten en hun partners motiveerden me om na zijn dood actief te worden als vrijwilliger. Ik help bijeenkomsten organiseren voor patiënten en hun gezinsleden. Zij kunnen daar, zonder elkaar iets uit te hoeven leggen, met elkaar praten over van alles en nog wat. Over de emotionele impact van de ziekte, over praktische dingen, maar vaak ook gewoon over het leven van alledag. Iedere aanwezige weet helaas maar al te goed wat het betekent om te leven met de dood op de hielen. Want deze ziekte kent geen genade en wint helaas altijd.”

Zachte landing

“Bij mijn man ging het heel snel. Binnen negen maanden na de diagnose overleed hij. Bij anderen duurt het veel langer. Toen Tim voor het eerst op een bijeenkomst kwam, dacht ik even dat hij een meegekomen familielid was. Hij zag er goed uit, had de hele middag een vrolijke glimlach op zijn gezicht en bewoog zich vrij en energiek tussen alle bezoekers. Met iedereen maakte hij een praatje en het leek wel of de bezoekersruimte een beetje oplichtte door zijn aanwezigheid. Tegen het einde van die middag, toen mijn bardienst erop zat, vroeg ik hem op de man af:  ‘Je bent de opgewektste deelnemer die we in lange tijd hebben gehad, hoe doe je dat?’ Hij keek me indringend aan en zei: ‘Ik voel sinds de diagnose meer dan ooit dat ik leef. Hiervoor leefde ik vanuit vanzelfsprekendheid. Ik voel me bevrijd, al weet ik dat dit voor iedereen anders is.’

Kunstwerken

Toen ik hem vertelde hoe de ziekte mijn man en mij had overdonderd, maakte de intensiteit van zijn betrokkenheid indruk op me. Het was de manier waarop hij zijn hoofd een beetje schuin hield en zijn oor dicht bij me bracht, om in het geroezemoes maar niets te missen van mijn woorden. Het was hoe hij zijn ogen sloot om zich te concentreren op mijn verhaal. De manier waarop hij knikte en me vervolgens aankeek, met zóveel warmte in zijn blik, raakte me diep. Zoiets is haast niet uit te leggen. Ik had al honderd keer eerder mijn verhaal gedaan, aan familie, buren, vriendinnen, kennissen, de uitvaartbegeleider, mijn rouwcoach en noem maar op. Nooit eerder had ik het gevoel dat ik als het ware een zachte landing maakte. Tim nam mijn woorden zorgvuldig in zich op, maar hij hield tegelijkertijd een prettige afstand. Hij liet mijn verdriet van mij zijn, en van mij alleen. Hij zei niet: ‘Ik weet hoe je je voelt’, hij betrok zelfs zijn eigen situatie niet op de mijne. Over hem kregen we het pas later. Dat gebeurde tijdens een ontmoeting de week erop. We hadden ontdekt niet ver van elkaar vandaan te wonen en Tim nodigde me uit het atelier te bezoeken waar hij hobbymatig schilderde.

Ik teken en schilder zelf ook en ging graag op zijn uitnodiging in. Terwijl hij me rondleidde en zijn indrukwekkende collectie werken liet zien, vroeg ik hem naar zijn ziekte. Hij legde duidelijk zijn ziel en zaligheid in zijn kunstwerken. Dan juist een ziekte te krijgen die een gerichte aanslag pleegt op motoriek, leek mij zo verschrikkelijk wreed.
Maar Tim gebaarde om zich heen en zei: ‘Kijk naar wat ik allemaal heb kunnen maken. Ik ben een gezegend mens. Ik kijk liever in dankbaarheid om dan in angst vooruit.’ Die woorden inspireerden me. Het leek alsof het verdriet om mijn man, dat nog zo zwaar op mij drukte, plots een stuwende kracht werd. Thuisgekomen belde ik een goede vriendin. ‘Ik heb zo’n fijn gesprek gehad,’ zei ik, ‘met zo’n leuke man. Ik wil weer leven.’ Ik vergeet nooit haar woorden: ‘Je klinkt verliefd. Wéér een terminale man. Wat doe je jezelf en je kinderen aan?’

Genieten

“In één ding had ze gelijk: ik was verliefd. Tim en ik besloten eens per week samen te schilderen in zijn atelier en al snel spraken we uit dat we gevoelens hadden voor elkaar.
Het was het startsein voor een doldwaze liefde, ik kan het niet anders omschrijven. We zijn gek op elkaar en steken het niet onder stoelen of banken. We leven, vrijen, zingen en dansen alsof elke dag de laatste is. Misschien is dat wel wat mensen irriteert: dat we zo vrolijk en uitbundig zijn en dat dat een beetje ongepast lijkt. Want ja, Tim gaat dood. En moet je daar dan niet onder gebukt gaan? Dat is wat mensen zouden begrijpen. Ze weten zich geen houding te geven tegenover ons geluk, zo lijkt het.
Mijn moeder weigert Tim te ontmoeten, omdat ze, in haar woorden, ’hier niet nog een keer zin in heeft’. Veel vrienden en kennissen die wijlen mijn man hebben gekend, laten al tijden helemaal niets meer van zich horen en nemen ook hun telefoon niet op.

Binnen mijn voormalige vriendinnengroep speelt ook jaloezie een rol, vermoed ik. Hoe saai of ellendig hun huwelijken of banen ook waren, ik was áltijd nog net iets miserabeler, met mijn dode man. En kijk mij nu eens: één dode man achter de rug, de tweede in aantocht en intussen spring ik met hem uit een vliegtuig en dans ik op straat. Tim en ik halen het onderste uit de kan. Niet alleen maakten we een parachutesprong en hebben we per motor Noorwegen doorkruist, we genieten ook van de kleine dingen van het leven. Samen koken, naar de film, op een terrasje zitten en elkaars hand vasthouden. Tot voor kort schilderden we nog samen, maar daarvan hebben we afscheid moeten nemen. Tims ziekte kijkt steeds vaker en langer om het hoekje en dat nemen we zoals het komt. Steeds zien we wat er nog wél kan en zoeken we daar onze geluksmomenten in.”

Waardevol

“Natuurlijk zie ik er tegenop hem te verliezen. Mijn kinderen, zestien en achttien, doen dat ook. Zij hebben zich gehecht aan Tim. We hebben met zijn vieren veel gesproken over wat ze zich daarmee op de hals haalden. Namelijk wéér verdriet. Wéér een aftakelingsproces op hun netvlies. Maar ze zeggen ook: ‘Onze mooie band met Tim is het waard. We hadden hem niet willen missen.’
En zo zie ik het ook. Onze liefde is wat het leven ons in de schoot wierp. Het is verdrietig dat ik veel mensen ben kwijtgeraakt door mijn relatie met Tim, maar ook dat is hij waard. Hij heeft me geleerd het leven in zijn volle intensiteit te voelen en daar hoort straks ook afscheid en verdriet bij. Ik ben er zeker van dat ik dan kracht zal putten uit al het mooie dat onze relatie mij heeft gebracht.”

Uit privacy-overwegingen zijn de namen in dit verhaal gewijzigd. Namen bij de redactie bekend.
Foto: Getty Images

Geraakt door dit verhaal? Word abonnee van Mijn Geheim en ontvang nog meer échte verhalen in je brievenbus!

LEES OOK

Lees meer Mijn Geheim
Mijn Geheim
012026 Vriendinclub 820x270

Uit andere media


Meer van Natascha