Zo ga je slim om met kibbelende kinderen
Je hoort het al aan de stilte. Die nét iets te lange stilte. En ja hoor: binnen dertig seconden verandert een discussie over een beker in een complete broers-en-zussenoorlog. Jij staat ertussen met een pollepel in je hand en vraagt je af: doen we iets verkeerd?
Adem in. Ruzie tussen broers en zussen is niet alleen normaal, het is bijna onvermijdelijk. Sterker nog, het is een soort oefenterrein voor het echte leven. Thuis leren kinderen wat ze later ook nodig hebben: grenzen aangeven, onderhandelen, omgaan met jaloezie en, met enige tegenzin, delen. Dat betekent niet dat je alles maar moet laten gebeuren. Het betekent wel dat niet elk conflict een noodgeval is.
Speel niet voor rechter
Vaak is het verleidelijk om meteen in te grijpen en de rechter te spelen bij een ruzie. Wie begon? Wie is schuldig? Wie moet sorry zeggen? Maar zodra jij die rol pakt, verschuift de focus. In plaats van samen een oplossing te zoeken, gaan ze jou overtuigen dat zij gelijk hebben. En geloof me: kinderen zijn verrassend goede advocaten als het om hun eigen zaak gaat.
Wat beter werkt, is even pas op de plaats maken. Luister kort naar beide kanten en leg de bal terug: “Ik hoor twee verhalen. Hoe lossen jullie dit samen op?” In het begin kijken ze je aan alsof je hun wifi hebt uitgezet, maar geef het tijd. Conflicten oplossen is een vaardigheid en vaardigheden moet je oefenen.
Onderliggende gevoelens
Onder veel ruzies zit trouwens iets anders verstopt dan je op het eerste gezicht ziet. “Hij is stom!” betekent soms: “Ik voel me buitengesloten.” “Zij pakt altijd alles af!” kan eigenlijk zijn: “Ik wil ook gezien worden.” Door kinderen te helpen woorden te geven aan wat ze voelen, haal je al veel spanning uit de situatie. Boos zijn mag, maar pijn doen niet. Die simpele huisregel maakt vaak al een wereld van verschil.
Wat je liever niet doet?
Vergelijken. Zinnen als “Waarom kun jij niet rustig zijn zoals je zus?” gooien ongemerkt olie op het vuur. Ook steeds dezelfde schuldige aanwijzen werkt averechts. Kinderen kunnen zich opvallend snel gaan gedragen naar het label dat ze krijgen.
En hoe klein het onderwerp soms ook lijkt, die knuffel, die plek op de bank, die blauwe beker, voor hen is het op dat moment groot. Door hun gevoel serieus te nemen (zonder het drama groter te maken dan nodig), voelen ze zich gehoord. Dat alleen al kan de helft van de ruzie oplossen.
Grenzen
Natuurlijk zijn er grenzen. Als één kind structureel bang is voor de ander, als ruzies vaak fysiek worden of als er steeds een duidelijke ‘winnaar’ en ‘verliezer’ is, dan is er meer begeleiding nodig. Maar het dagelijkse gekibbel? Dat hoort bij opgroeien.
En eerlijk is eerlijk: als ze na een felle woordenwisseling vijf minuten later samen onder een dekentje liggen te lachen om een stom filmpje, dan weet je eigenlijk genoeg. Ze oefenen, botsen, herstellen: precies zoals relaties werken. Dus de volgende keer dat je denkt: daar gáán we weer… weet dan dat dit geen teken is dat het misgaat. Het is juist een teken dat ze leren. Zelfs al voelt dat rond etenstijd soms totaal anders.
Beeld: Getty Images
Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.
LEES OOK

Uit andere media