Wilma past op huisdieren: ‘Ik leef als een nomade en zwerf van het ene naar het andere oppashuis’
Terwijl veel mensen ieder jaar naar dezelfde vakantiebestemming vertrekken, voelt Wilma zich juist overal thuis. Al zeven jaar woont ze steeds in het huis van iemand anders, waar ze met liefde op de woning én de dieren past. “Zodra de voordeur achter de eigenaren dichtvalt, voel ik me thuis.”
Even voorstellen
Wilma (66)
Thuis: alleenstaand, één zoon
Wat: fulltime oppasser
Plek in mijnhaet
Wilma: “De honden waar ik vaker op pas, gaan helemaal uit hun panty als ze mij weer zien. Honden hebben een plek in mijn hart, ik heb er zelf ook twee gehad. Deze zomer pas ik op een huis met twee Berner Sennenhonden, dat is stiekem mijn favoriete ras. Of er ook dieren zijn waar ik liever niet op pas? Nou, op vissen ben ik niet dol. Maar als mensen een paar koikarpers hebben, denk ik: vooruit met de geit. Voor reptielen en andere koudbloedige dieren ben ik een enorme schijterd, en voor slangen en hagedissen ben ik echt bang.
Twee gekko’s
Laatst ging ik kennismaken met mensen bij wie ik zou gaan oppassen. Dat doe ik altijd van tevoren. Als het niet goed voelt, doe ik het niet. Deze mensen hadden een leuke hond. Belt die vrouw een dag van tevoren: was ze vergeten te zeggen dat ze in een kamer ook twee gekko’s hadden. De rillingen liepen over mijn rug, dat wilde ik dus serieus niet. Gelukkig kon ze regelen dat haar schoonouders de gekko’s voerden.
Nomade
“Ik pas al zeven jaar op huizen. Fulltime, ja. Mijn ex-man Kees bleef na de scheiding mijn beste vriend en zakenpartner. Toen hij in 2009 overleed, was het verlies groot. Ook in financieel opzicht. Ik zei vaak gekscherend dat ik altijd nog escort kon worden. Daar ben ik gelukkig van weggebleven, maar ik heb wel moeten besluiten om mijn huurhuis op te geven. Sinds dat moment leef ik als een nomade en zwerf ik van het ene naar het andere oppashuis.”
Overleden
“Mijn eerste ervaring was verschrikkelijk. Ik paste in Zeeland op een huis waar twee paarden, een hond, een poes en dertien kippen waren. In de drie maanden dat ik er zat, overleed de hond, waaraan ik verknocht was geraakt, en ook een van de paarden. Het andere paard in de paddock stond er met grote, angstige ogen bij. De eigenaar bleef er laconiek onder, maar ik dacht: erger dan dit kan het niet worden. Al wilde ik ook niet opgeven. Nu vind ik het leven als nomade geweldig. Het past bij mij. Het is gek, maar zodra de eigenaren de deur achter zich dichttrekken, voel ik me thuis.”

Uit andere media