Selma spreekt namens slachtoffers en nabestaanden

Toen onlangs de rechtszaak over de moord op de zeventienjarige Lisa uit Abcoude begon, zat ook Selma Hetharia (44) in de zaal. Als media-adviseur voor Namens de Familie staat zij slachtoffers, nabestaanden en achterblijvers bij in zaken die veel belangstelling van de pers trekken. “Er komt ineens heel veel op mensen af.”


Schrijf Je In Voor De Nieuwsbrief (10)

Selma: “Laatst kreeg ik een appje van een moeder wiens dochter werd verkracht door een voetballer en die ik een tijd geleden hielp om te gaan met de media-aandacht. Ik kon je destijds niet bedanken, schreef ze, er was toen te veel stress. Maar het was echt heel belangrijk dat je er was. Dat vond ik bijzonder. Net als de vele berichtjes die ik kreeg van andere families die ik heb bijgestaan, toen ze zagen dat ik nu betrokken ben bij de zaak van Lisa uit Abcoude. Wat goed dat jij de familie bijstaat, las ik. Veel wijsheid en jij kan dit. Dat betekent veel. In elk geval dat ik ze heb kunnen helpen in een moeilijke tijd.
Dat doe ik voor Namens de Familie, dat kosteloos slachtoffers, achterblijvers en nabestaanden bijstaat in de omgang met de media. Het initiatief ontstond zes jaar geleden na de overlijdens van Job Lips en Anne Faber. Job was achttien toen hij vermist raakte in Spanje. Zijn vader Roek werd opeens geconfronteerd met foto’s van zijn zoon die in de media kwamen. Toen Anne Faber om het leven werd gebracht, fungeerde haar oom Hans als woordvoerder van de familie. Roek en Hans hadden allebei een media-achtergrond en beseften dat overal woordvoerders zijn, zoals bij politie, bedrijven en gemeentes. Maar er is niks voor slachtoffers, terwijl dat ook zo nodig kan zijn. Het idee speelde ook al bij Slachtofferhulp Nederland en zo werd, als onderdeel daarvan, Namens de Familie opgericht.
Zelf raakte ik daar vier jaar geleden bij betrokken. Al 22 jaar werk ik in het communicatievak, hiervoor lang bij de Postcode Loterij. Ik was erbij als mensen een groot geldbedrag wonnen. Die hielp ik dan met hoe ze het beste een interview konden geven: wat zeg je wel en wat juist niet? Ook onderhield ik contacten met de media. Ik stopte daar, nadat ik moeder was geworden. Het was tijd om voor mezelf te beginnen en zo beter de regie te hebben over mijn agenda. Nu heb ik mijn eigen adviesbureau en werk ik voor zowel bedrijven als overheidsdiensten.
Met Namens de Familie kwam ik via via in aanraking. Het leek me mooi om daar hulp te kunnen bieden, dus ging ik op gesprek. Dat is best intensief. Je hebt een Verklaring Omtrent het Gedrag nodig en wordt flink gescreend. Ook werd ik meteen gewaarschuwd: ‘Dit is heftig werk en heel anders dan woordvoerder zijn voor een bedrijf. Je komt thuis bij mensen die net iets vreselijks hebben meegemaakt. Besef je dat?’ Dat deed ik.”

Verkeerd beeld

“Ik vroeg of ik ‘rustig’ kon beginnen, in elk geval nog even geen zaken met kinderen. Dat zou misschien net te dichtbij komen, met drie kleintjes thuis… Inmiddels doe ik dat soort zaken wel. Mijn eerste zaak speelde in Heerenveen: een jonge vrouw, Lisette, ging na een avond stappen mee naar huis met een vriendin en een aantal mannen en kreeg een overdosis GHB. Ze raakte in coma en overleed tien dagen later. Eerst werd gedacht dat ze het per ongeluk zelf had genomen. Haar familie stelde daar vraagtekens bij.
Uiteindelijk stonden één van de mannen en haar vriendin terecht voor dood door schuld omdat ze te laat 112 hadden gebeld. Ik kwam er pas rond de zittingen bij, omdat haar moeder vond dat er in de media een verkeerd beeld werd geschetst van haar dochter. Zij wilde vertellen hoe Lisette echt was en daar heb ik haar bij geholpen. Rond dezelfde tijd was er een zaak van een vijftienjarig meisje dat was verkracht door haar sportcoach. Daarbij heb ik de media verzocht geen persoonlijke gegevens te delen, omdat de identiteit anders makkelijk te herleiden zou zijn.”

Mediastorm

“Wij als adviseurs zijn een soort brug tussen families en de media en springen in als er een mediastorm is. Dan komt er veel op mensen af en vragen wij ze waar ze behoefte aan hebben. We benaderen de families nooit zelf, maar worden ingeschakeld door een professionele instantie: meestal door een casemanager van Slachtofferhulp Nederland, andere keren door de politie of een advocaat. Er zijn zo’n twintig media-adviseurs, verspreid over het hele land. Ik werk in de regio’s Amsterdam, Utrecht en Friesland, omdat ik daar opgroeide en de taal versta. Zaken kiezen we niet zelf. Er is een coördinator die de intakegesprekken met de families doet en een adviseur kiest op basis van locatie, beschikbaarheid en wat bij je past. Dit is bewust geen fulltimefunctie. We doen het naast ons andere werk. Alleen maar hiermee bezig zijn zou te veel zijn.
Als ik bij mensen thuiskom, begin ik met vooral luisteren. Behoeften van families zijn heel verschillend en daar sluit ik op aan. Soms willen ze meteen iets ondernemen richting de media. Zoals een oproep doen, bijvoorbeeld bij een vermissing. Dan schets ik een palet van mogelijkheden. Ik vraag wat ze willen vertellen en leg bijbehorende contacten met de media.
Maar de behoefte kan ook heel anders zijn, zoals bij de familie van Lisa. Die zei tegen me: ‘Lisa is van ons, de mensen die van haar houden, niet van iedereen. We willen rust en privacy.’ Dan ga ik er zo veel mogelijk vóór staan om ze te beschermen. Ik ben daarin realistisch, want de media weet vaak al veel. In het geval van Lisa wisten journalisten al haar naam. De ouders voelden zich onder druk gezet en dat leverde veel spanning op. Uiteindelijk heb ik de media verzocht om alleen haar voornaam te gebruiken en daar is gelukkig gehoor aan gegeven.”

Persoonlijke details

“Het is een lastige balans, want journalisten hebben natuurlijk een ander belang: zij willen het verhaal vertellen en daarbij soms ook persoonlijke details delen. Als die niet van de familie zelf komen, halen ze ze soms ergens anders. Zoals via Facebook. Veel mensen realiseren zich niet hoeveel online te vinden is. Ook als je zelf al je instellingen op privé zet, kunnen andere familieleden, vrienden of kennissen dat niet doen. Ik heb meegemaakt dat op die manier, ondanks mijn verzoek om privacy, toch veel naar buiten kwam – ook dingen die niet klopten. Dat is pijnlijk voor zo’n familie, maar ik sta dan machteloos.
Met de meeste pers heb ik een goede relatie en kan ik afspraken maken, maar er zijn ook media die het toch belangrijk vinden om te scoren. Dan wordt er van alles opgeklopt en bijvoorbeeld iemand opgevoerd als ‘hartsvriendin’ die dat helemaal niet is, of buren vertellen over mensen die ze eigenlijk niet kennen. Het is trouwens wel mooi om te zeggen dat dat in Abcoude heel goed ging. Het is een kleine gemeenschap, die wist dat de familie van Lisa echt rust en privacy wilde. Veel mensen, zoals van scholen en sportclubs, hebben eerst gecheckt wat de familie wilde, dat was fijn. Ik hoor ook weleens van journalisten: ‘Maar Nederland wil meer over het slachtoffer weten.’ Dan denk ik: dat zal best, maar wat is nu belangrijker? Dit gaat wel over mensen die iets vreselijks meemaken en hun wensen staan voorop.
Een andere familie die ik al jaren bijsta, is die van Marianne Vaatstra. Zij werd in 1999 verkracht en vermoord gevonden in een weiland. Pas na vele jaren werd door DNA-onderzoek de dader opgespoord, een boer die vlakbij woonde. De familie kwam bij mij voordat de dader zou vrijkomen. Daar zou weer veel aandacht voor zijn. Maar ook werd een tv-serie gemaakt zonder dat ze daarin waren gekend en ze wilden benadrukken dat ze het verschrikkelijk vonden dat Marianne als een verdienmodel wordt gebruikt.
Ik kan niet zeggen dat bepaalde zaken me meer bijblijven dan andere. Ik onthoud álle namen en ook veel data. Dat hoort bij het werk en hoe nauw betrokken je bij mensen raakt. Niet dat ik met iedereen contact houd. Soms is een zaak af en het mediastuk echt afgerond. Met sommige mensen blijf ik waarschijnlijk altijd wel een lijntje houden, ook omdat het contact al zo lang loopt. En mensen uit mijn eigen regio kom ik soms gewoon op straat tegen. Maar iedereen is voor mij even belangrijk en geef ik mijn tijd en aandacht.”

Loslaten

“Ik kom bij families die dingen meemaken die raken aan ieders eigen angst. Voordat ik naar binnen ga, haal ik diep adem en zeg tegen mezelf: ‘Ik ben hier om te helpen.’ Ik kom daar als professional en kan niet naast mensen gaan zitten huilen. Dus schakel ik mezelf en alle emoties even uit. Tegelijk ben ik ook maar een mens, dus voordat ik naar huis ga, moet ik even tijd voor mezelf nemen. Mijn auto is daarin belangrijk: op de terugweg zet ik de muziek hard aan of ik bel met een collega om het van me af te praten. We hebben geheimhoudingsplicht en werken met een buddysysteem. Thuis stap ik mijn eigen wereld weer in. Mijn man en ik hebben een gezin met kleine kinderen. Zodra ik thuis ben, komen zij op me af en gaat het om hun verhalen. Het helpt ook dat mijn kantoor ergens anders is. Zo kan ik het thuis loslaten.
In zo’n mediastorm maak ik lange dagen en heb ik totaal geen regie op mijn agenda: mijn telefoon staat roodgloeiend en ik sta constant aan. Op dat moment vind ik dat niet moeilijk en ga ik gewoon. De uitdaging is om ook voor mezelf te blijven zorgen en af en toe even rust te pakken, door in de zon een kopje thee te drinken, in de natuur te wandelen of paard te rijden. Gelukkig houden mijn man en ouders me in zo’n heftige tijd ook in de gaten. Zij kennen mij het beste. Het is fijn dat we in een dorp wonen waar mensen naar elkaar omkijken. Er zijn ouders die in een drukke periode aanbieden dat mijn kinderen even bij hen kunnen spelen.
In mijn eigen leven ben ik alerter geworden, omdat ik weet wat er kan gebeuren. Tegelijk weet ik dat we in de media relatief veel negatieve dingen horen. Juist door dit werk weet ik dat de kans dat je vermoord wordt door een onbekende vele malen kleiner is dan partnergeweld of een ongeluk. Mijn kinderen kijken het Jeugdjournaal en horen over dingen die gebeuren waar ik bij betrokken ben. Ik heb het met hun leerkracht gehad over hoe ik daarmee omga, want ze vragen me ook wat voor werk ik doe. Dan zeg ik dat er iemand is overleden en dat ik de familie help met de media. Op een niveau dat ze begrijpen en waarvan ze niet bang worden, natuurlijk. Laatst zei mijn dochter, zo aandoenlijk: ‘Er is iemand overleden, maar we gaan toch allemaal dood? Dan zijn mensen verdrietig, troost je elkaar en gaat het weer wat beter.’ Zo praten mijn kinderen erover, lief en wijs. En daarna gaan ze weer lekker spelen, precies zoals het hoort.”

Foto: Marloes Bosch
Visagie: Wilma Scholte

Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.

LEES OOK

Lees meer Persoonlijke verhalen
Persoonlijke verhalen
012026 Vriendinclub 820x270

Uit andere media


Meer van Tanja