Persoonlijke verhalen

Marja (46): ‘Ik wilde nooit kinderen, maar nu heb ik spijt’

Marja (46) en Jan (44) hebben geen kinderen. Een bewuste keuze. Totdat Marja tóch begon te twijfelen. Nu ze met overgangsklachten kampt, beseft ze dat ze te laat is. “Bij elke opvlieger raak ik intens verdrietig: een gezin is mijn lang verstopte hartenwens.”

Marja: “Mijn lichaam maakt zich duidelijk op voor een nieuwe fase. Al een paar maanden word ik niet meer ongesteld en bij elke opvlieger of doorweekt nachthemd van weer een nacht flink zweten, raak ik intens verdrietig. Mijn menopauze is voor mij vooral een teken dat ik niet meer vruchtbaar ben en dat vind ik een afschuwelijke gedachte. Alsof nu pas écht tot me doordringt dat de kans om ooit moeder te worden definitief voorbij is. Terwijl iedereen in mijn omgeving en zelfs mijn eigen man denkt dat ik gelukkig ben met hoe zorgeloos we leven met allebei een leuke baan, een mooi huis, regelmatig een weekend weg of een vakantie en onze hond Max, hunker ik in stilte naar kinderen. Naar zwanger zijn, leven voelen in mijn buik en naar een lieve baby in een wieg. Mijn man Jan zou zich gek schrikken als ik hem dit zou opbiechten. Hij weet niet beter dan dat ik net zo gesteld ben op ons vrije leven als hij en zou me afschilderen als een ‘hormonale dwaas’, zoals hij me wel vaker noemt, nu ik in de overgang kom. Maar dit heeft niets te maken met stemmingswisselingen, fladderende hormonen of humeurigheid, maar alles met een lang verstopte hartenwens.”

Zware jeugd

“Jan en ik zijn bewust kinderloos. Tenminste, de vraag ‘wel of geen kinderen’ heeft bij ons nooit echt lang gespeeld. Voor Jan was het namelijk vanaf dag één duidelijk: hij wil ze absoluut niet. Toen ik hem 24 jaar geleden leerde kennen, vertelde hij me al op onze eerste date dat hij geen kinderwens had. Hij was daar heel helder in, zei dat als ik wel kinderen wilde, we beter niet nog een tweede keer konden afspreken. Het was bij hem geen kwestie van ‘misschien, toch, later, ooit’, maar echt keihard ‘nee’. Jan komt uit een gezin van zes met een vader die alcoholist was en losse handjes had. Om het minste of geringste sloeg zijn vader erop los. Er was weinig liefde in huis – zijn moeder werkte zich een slag in de rondte om het gezin en huishouden draaiende te houden, zonder veel geld – en Jan heeft altijd alles moeten delen.

Van zijn speelgoed en kleding, tot zijn slaapplek. Hij sliep samen met een jonger broertje in één bed. Na zijn zware jeugd beloofde hij aan zichzelf dat hij het later materieel beter zou krijgen én dat hij nooit dezelfde fouten zou maken als zijn vader. Dat kon hij het beste doen door zelf geen kinderen te krijgen, zo vond hij. En daar heeft hij zich aan gehouden. Hij werkt als zelfstandig timmerman en verdient aardig. Hij heeft een motor, een vissersbootje en verwent mij met leuke spullen. En zegt het totaal niet te missen dat we geen kinderen hebben. Ik vond het toentertijd op zich wel jammer dat Jan zo anti-kinderen was, maar accepteerde het meteen. Ik was stapelverliefd op hem en had hem zelfs beloofd mee naar de maan te verhuizen als hij me dat had gevraagd. Ik was net 22 jaar en had zelf ook nog niet echt goed nagedacht over het onderwerp.”

Lees ook: Lizzy: ‘Mijn kinderwens is sterker dan de liefde voor mijn vriend’

’t Kriebelde niet

“Ooit zag ik mezelf wel achter de kinderwagen lopen, maar ik wist nog niet hoe en wanneer. Ook omdat mijn moeder MS had en ik fulltime als mantelzorger voor haar zorgde. Dat heb ik bijna tot aan haar dood gedaan, nu zes jaar geleden. Er was in die jaren gewoon geen tijd om een eigen gezin te stichten. Mijn moeder was alleenstaand en ik heb geen broers of zussen. Haar zorg slokte mijn uren op. Als ik bij mijn moeder vandaan kwam, moest ik nog eens bij onszelf thuis aan de gang, schoonmaken en eten koken. Ik was blij als ik ’s avonds en in het weekend – dan nam de thuiszorg mijn taken over – rustig met een boek op de bank kon zitten. Baby’s van vriendinnen vond ik erg lief, drukke kinderverjaardagspartijtjes gezellig en we pasten graag een keer op een neefje of nichtje van Jans broers en zussen, maar het kriebelde niet. Ik was er dus jarenlang van overtuigd dat ook ik geen kinderen wilde en dat het een goede beslissing was geweest. Jan en ik waren erg happy samen en koesterden ons vrije leven.”

Toch twijfels

“Mijn twijfels kwamen toen mijn moeder overleed. Op het moment dat ik haar begrafenis moest organiseren, drong pas tot mij door hoe fijn het was voor mijn moeder dat ze mij had gehad. Daardoor ging ik nadenken. Wie zou er aan mijn kist staan als ik later zou sterven dan Jan? Zou ik alleen overblijven als hij zou overlijden en hoe zou dat zijn? En wie zou mij helpen als ik ziekelijk werd? Na mama’s dood viel ik in een gat. Ik had ineens zeeën van tijd, mijn baan had ik al jaren geleden opgegeven om voor mijn moeder te kunnen zorgen. Gelukkig kon ik voor drie dagen aan de slag bij de thuiszorgorganisatie die mama had bijgestaan. Die kans heb ik aangegrepen, zodat ik overdag genoeg om handen had. Maar ik merkte nu pas hoe klein mijn sociale kring was. Voorheen ging ik regelmatig na het eten nog naar mijn moeder om met haar koffie te drinken of haar samen met de nachtverpleegkundige in bed te leggen. Jan was ’s avonds en in het weekend toch vaak op pad: klussen, vissen of toeren met zijn motor. Nu mijn moeders bezoekjes wegvielen, verveelde ik me. Tv kijken vond ik saai en mijn vriendinnen hadden doordeweeks geen tijd om in de stad af te spreken, omdat ze dan druk waren met hun kinderen.”

Leeg leven

“Ik realiseerde me steeds meer dat mijn leven er de komende twintig jaar nog zo leeg uit zou gaan zien. Zeker zolang Jan nog een eigen bedrijf had, zou er naast de vakantie en af en toe een vrij weekend, weinig tijd zijn voor gezamenlijke uitjes of activiteiten. Ik moest een eigen hobby zoeken, anders zou ik verpieteren. In eerste instantie ging ik sporten. Ik volgde yogaklasjes, ging spinnen en deed aan zumba. Zo vulde ik mijn avonden, maar echte vervulling gaf het me niet. Ik zat nog veel alleen en keek uren tv. Uiteindelijk hebben we een hond genomen, zodat ik weer aanspraak had en iets om voor te zorgen. Dat lukte aardig.

Zeker in de eerste maanden was ik hartstikke druk om onze aanhankelijke, speelse pup te transformeren in een gehoorzame, waakzame labradoodle. Ik kon er al mijn liefde in kwijt. Tegelijkertijd wakkerde het zorgen voor onze Max mijn moederliefde aan. Een pup is wat dat betreft net een baby, er gaat veel tijd in de verzorging zitten en je moet ’m, net als kinderen, echt opvoeden. Maar als ik ’s zomers met mijn hondje op het strand wandelde en kinderen zag spelen in het zand, begon ik steeds vaker te denken aan het hebben van een gezin. Hoe anders mijn leven dan zou zijn, en hoe mooi ook?”

Misschien per ongeluk?

“Het waren gedachten die ik voor me hield. Bij Jan hoefde ik er niet meer mee aan te komen. Ik wist immers al ruim twintig jaar dat hij ze niet wilde. Heel veel vriendinnen had ik niet meer, we waren door onze verschillende levens uit elkaar gegroeid. En bovendien, wie van hen zou me begrijpen? Toen vriendinnen en schoonzussen van mij zwanger waren, heb ik vaak stoer geroepen dat ik ‘voor geen goud wilde ruilen met hun leven’. Ik realiseerde me nu pas hoe lullig die opmerking was en hoe dom. Ik zou nu juist alles op willen geven voor een eigen kind. Maar dat inzicht kwam helaas pas na mijn veertigste. Toen het eigenlijk al te laat was, of in ieder geval aan de late kant. Theoretisch kon het nog wel. Jan durfde zich, ondanks zijn standpunt, niet te laten steriliseren. Hij is bang voor naalden en ziekenhuizen. Ook ik wilde het niet doen en slikte daarom de anticonceptiepil. Misschien wel omdat ik onbewust een kans open wilde houden en niet het boek ‘kinderen’ definitief durfde te sluiten.

Als ik ooit per ongeluk in verwachting was geraakt, had ik het gehouden. Daar hadden we het wel al een keer over gehad en gek genoeg stond Jan daar ook achter. We geloven allebei niet in abortus als er geen dwingende reden voor is. Toch heb ik altijd trouw de pil geslikt. Ik vind niet dat je het kunt maken om stiekem de pil te ‘vergeten’. Wel hoopte ik de laatste jaren dat ik een keer dwars door de pil heen zwanger zou raken, echt per ongeluk. De pil is volgens mij voor 99 procent betrouwbaar, je houdt altijd een kleine onzekerheid. Ik hoopte dat mijn moeder van bovenaf iets zou regelen. Zij heeft het altijd erg jammer gevonden dat ze geen oma werd en vroeg soms of ik echt niet van gedachten was veranderd. Per ongeluk zwanger worden is echter nooit gebeurd. Ik werd stipt op tijd ongesteld en de keren dat ik griep had gehad of een keer een voedselvergiftiging had opgelopen na een besmet broodje kip, vreeën we uit voorzorg met een condoom.”

Superlieve hondenpapa

“Nu mijn lichaam in de overgang is en aangeeft dat ik een volgende levensfase inga en dus ook niet meer vruchtbaar ben, besef ik pas echt dat mijn kansen op een kind definitief zijn verkeken. En dat maakt dat ik in een lichte dip terecht ben gekomen. Ik vind mezelf zo zielig. Ik probeer mijn trieste gevoelens voor mijn man te verstoppen, maar als ik ’s avonds alleen thuis ben, lig ik vaak te huilen. Max is een gewillig slachtoffer om tegenaan te liggen. Ik heb al tientallen keren zijn vacht kletsnat gejankt. Natuurlijk is het niet alleen de spijt die me opbreekt. Ik ben toevallig deze week naar de huisarts geweest om mijn negatieve gevoelens en huilbuien aan te kaarten. Volgens hem heeft de overgang mijn depressieve klachten versterkt. Hij wil wel een recept uitschrijven voor hormonen of antidepressiva, maar heeft liever dat ik eerst met een psycholoog ga praten. Ik moet eerst rouwen om mijn niet-vervulde kinderwens.

Ik realiseer me nu ook pas hoe stom ik ben geweest. Ik had eerder hulp moeten inschakelen van een deskundige en het gesprek met Jan moeten aangaan. Misschien had ik hem wel gewoon moeten pushen, is het bij hem ook alleen maar angst om net zo te worden als zijn vader. Iets waar ik geen klap van geloof. Jan is namelijk een geweldige oom en heeft zelfs meer geduld met zijn neefjes en nichtjes dan ik. Ook voor onze Max is hij superlief en hij noemt zichzelf zelfs een hondenpapa. Als hij de hond bij zich roept, is ’t: ‘Hé Maxxie, kom eens bij papa.’ Iedere keer als ik dat hoor, steekt het bij me. Had ik nou maar mijn mond opengetrokken en Jan verteld over mijn grote geheime kinderwens! Wie weet waren we eruit gekomen. Nu is die kans voorbij en daar zal ik mee moeten leven.”

Lees ook: Mirella wilde een baby, maar was te zwaar: ‘Voor mijn kinderwens viel ik 30 kilo af’

Dit artikel staat in Vriendin 17 2015

Reageer op dit artikel

Janneke

In de overgang is de kans op zwangerschap erg klein maar niet nul. Ken zelf wel een vrouw die op haar 46e haar eerste en op haar 48e haar tweede kind kreeg. En soms lopen dingen anders. Moet je een andere invulling geven aan je leven. Iemand pushen lijkt me niet slim.

Beantwoorden