7 lezeressen over die ene ‘ja’ die hun leven veranderde: ‘Ja, ik wil een open relatie’

Tegen een droombaan of juist een scheiding, tegen een dier of een kind. Het kleine woordje ‘ja’ kan je leven zomaar veranderen. Daar weten deze vrouwen alles van.


Ontwerp Zonder Titel (37)

‘Ja, ik ga mee’

Inge (42): “Ik was verkouden, moe en had helemaal geen zin om mee te gaan naar een concert. Bovendien vond ik de band niet geweldig en had ik na een recente relatiebreuk vooral veel zelfmedelijden. Onder een dekentje chocola eten, dat was mijn plan voor die zaterdagavond. Maar goed, mijn buurvrouw had een kaartje over omdat een vriend van haar ziek was geworden. ‘Toe nou’, drong ze aan, ‘je gaat het echt wel leuk vinden als je er eenmaal bent. Het ergste wat er kan gebeuren, is dat we dronken naar huis gaan. En in je eentje ga je je toch alleen maar slecht voelen.’ Daar had ze wel gelijk in, dus stemde ik, met frisse tegenzin, ermee in om mee te gaan. Als ik die avond geen ja had gezegd, was ik nooit in de Ziggo Dome geweest waar ik tijdens het concert danste met een wildvreemde, dan waren die wildvreemde en ik nooit na het concert samen in de binnenstad van Amsterdam in een kroeg beland en hadden we niet gezoend en geen nummers uitgewisseld. En waren we nu, twee jaar later, niet samen heel erg gelukkig geweest. Maar gelukkig zei ik die avond wel ja.”

‘Ja, ze mag bij mij’

Marleen (52): “Na een heftige ervaring met twee pleegkinderen die helaas niet langer bij mij konden blijven, twijfelde ik of ik nog door kon en wilde gaan als pleegmoeder. Zelf heb ik nooit kinderen gekregen en mijn man en ik vingen altijd met veel liefde pleegkinderen op. Maar de laatste twee hadden zulke ernstige problematiek dat ik soms echt niet wist wat ik moest doen. De begeleiding, die altijd goed was geweest, haperde en uiteindelijk konden helaas beide kinderen niet blijven. Daar heb ik veel verdriet van gehad. Ik had ze zó graag iets anders gegund en het voelde alsof ik had gefaald. Tot overmaat van ramp gingen mijn man en ik niet lang daarna uit elkaar. Een jaar lang had ik geen pleegkinderen. Tót de telefoon ging. Of ik een meisje van negen jaar kon opvangen, met helaas al een behoorlijk dik dossier. Ik wilde nee zeggen, voelde me er nog niet klaar voor. Maar ik wist ook dat er een groot gebrek is aan pleeggezinnen en dat dit meisje door mijn nee misschien op een plek moest blijven die niet goed voor haar was. Dat kon ik niet over mijn hart verkrijgen en dus zei ik ja. Het werd de beste ja van mijn leven. Samira is nu twee jaar bij mij en heeft echt een enorme gebruiksaanwijzing, maar op een of andere manier lijkt het alsof ik die mijn hele leven al heb gelezen. We begrijpen elkaar, voelen elkaar aan, kunnen echt wel botsen, maar we vinden elkaar dan ook terug. In de tijd dat ze bij mij is, is het contact met haar biologische ouders gelukkig verbeterd. Samira is rustiger geworden, kan zich beter uitdrukken en heeft geleerd zich open te stellen voor warmte en zorg. Ik geniet als ik zie hoe goed het nu met haar gaat. En ik voel aan alles: pleegmoeder zijn is mijn roeping, dat vertrouwen heeft Samira me teruggegeven.”

‘Ja, ik doe aangifte’

Emilie (29): “In het begin vond ik het wel leuk, die aandacht van mijn collega Rogier. Hij was drie jaar ouder, knap, slim en grappig. Toen hij me privé begon te appen, appte ik terug. Alleen toen het niet bleef bij een geinig appje af en toe, maar zijn berichten meer een app-bombardement werden, vond ik het minder grappig worden. Als ik wakker werd, had ik al zes berichten van hem. Als ik met hem werkte, ging hij ook maar door en hing hij de hele tijd om me heen. Ik kon niet naar het toilet of de koffieautomaat of daar dook hij weer op op de gang. En op dagen dat ik vrij was, kreeg ik soms wel zestig, zeventig berichtjes.
Ik raapte al mijn moed bij elkaar en vroeg hem zowel op de app als op de gang om me wat meer met rust te laten. Dat was tegen het zere been natuurlijk. Hij zei dat ik zelf was begonnen met flirten en dat ik dan nu niet kon afhaken. Dat ik hem van alles verschuldigd was: een date, seks – ík had hem immers lopen ‘opgeilen’, zoals hij dat noemde. Ik wist niet wat ik hoorde. Vriendinnen zeiden: je moet daar weg. Ik heb een andere baan gezocht en ben zo snel mogelijk vertrokken, maar het stopte niet. Ik nam een ander nummer, binnen twee dagen had hij het. Hij mailde me, dook op bij mijn huis, het was echt heel eng. En allemaal omdat ik die schuld bij hem had, zoals hij het zei.
Ik raakte overspannen en op een avond dat hij weer stond aan te bellen, belde ik in paniek mijn moeder die ik tot nu toe niet had verteld hoe erg het was. Ze haalde me op en nam me mee naar haar huis. ‘Morgen doen we aangifte’, zei ze. Ik zei dat ik dat niet wilde, dat het erger zou worden, dát ik ook was begonnen. Allemaal angst natuurlijk. Uiteindelijk praatte mijn moeder me om en de volgende dag gingen we naar het politiebureau. Daar ben ik geweldig geholpen. Ze kwamen langs als Rogier bij mij voor de deur stond, hebben hem zelfs een keer gearresteerd. Langzaamaan ging voor hem de lol er blijkbaar af. De eerste keer dat ik een week niets hoorde, hing ik zo’n beetje de vlag uit. Nu is het al vier maanden stil. Ik ben zo blij dat ik de stap heb gewaagd en die aangifte heb gedaan.”

‘Ja, ik neem een pilletje’

Estelle (29): “Mijn vriendin wist het wel aan te prijzen. ‘Is leuk, Es, niet zo bang hoor, je raakt echt niet verslaafd.’ En ik, nieuwsgierig van aard, zei ja. Zo nam ik mijn eerste xtc-pil, op een festival nu twee jaar geleden. Mijn enige xtc-pil ook, want ik zal het nooit meer doen. Ik wist dat mijn vrienden die weleens een pil nemen het heerlijk vonden, zich vrij voelden, alleen maar warmte en liefde ervoeren en het ieder festival opnieuw deden. Maar ik had pech en voelde me al meteen heel slecht. Trillen, hartkloppingen, een bizarre dorst, het was vreselijk. Ik kwam in een heel slechte trip terecht die gewoon doodeng was. Mijn vriendin bracht me naar de EHBO, daar belden ze een ambulance die me naar het ziekenhuis bracht en van wat er daarna gebeurde, weet ik niet veel meer. Wel dat ik heel bang was om dood te gaan. Dat is nooit echt een risico geweest, omdat er waarschijnlijk niets mis was met de pil zelf, ik had er gewoon een heftige reactie op. De volgende dag was ik weer thuis. Fysiek heb ik er niets aan overgehouden, mentaal wel. De eerste tijd had ik veel nachtmerries waarin ik het herbeleefde, ik heb traumatherapie nodig gehad om eroverheen te komen. Ik schaam me nog steeds voor mezelf en weet niet of dat nog overgaat.”

‘Ja, ik meen het’

Karina (34): “Ik had het al zo vaak gezegd tegen Patrick: ‘Ik ga bij je weg, ik kan dit niet meer.’ Zijn narcisme en agressie, het gebrek aan respect naar mij toe, ik kon het vaak niet meer aan. Maar dan draaide hij ineens als een blad aan een boom en was hij weer de leuke man die hij, als hij maar wilde, ook kon zijn. Maar ook daarin was hij niet normaal. Patrick kon geen maat houden. Niet één lief appje, maar zestien achter elkaar. Niet een klein cadeautje, maar schoenen van zeshonderd euro. Daarna kon hij me zonder duidelijk reden ineens dagenlang negeren of hij zocht ruzie en gaf mij daar de schuld van. Hoe vaak ik sorry heb gezegd voor iets wat ik niet had gedaan of zonder dat ik überhaupt wist waarvoor, kan ik niet meer tellen. Mijn vrienden en familie zagen al langer dat het geen normale, gezonde relatie was. Ik wist het zelf ook, maar durfde niet te gaan. Patrick brak me af, vertelde me dat ik zonder hem niets was. Of hij dreigde me te vermoorden als ik wegging. Ik kreeg al met regelmaat een klap, dus ik wist dat hij niet schroomde om agressie te gebruiken. 

En toen kwam het moment dat hij zei dat hij een kind wilde. Ik ook, maar ik voelde aan alles: niet met deze man. Dan kom ik nooit meer van hem af. Hij dwong me zo’n beetje met de pil te stoppen en toen ik dat toezegde, kreeg ik zo’n stress. Nachtenlang sliep ik niet, ik had paniekaanvallen. Uiteindelijk ging ik naar de huisarts en stortte mijn hele hart uit. Zij hielp me door me naar een psycholoog te sturen en regelmatig te bellen hoe het ging. Het kostte me nog eens vier maanden waarin ik de pil stiekem bleef slikken en toen zei ik op een zondagmiddag waarin hij weer zo naar en agressief deed: ‘Ik ga bij je weg.’ Dat was misschien niet voor het eerst, maar nooit eerder had ik het zo hard gemeend. Hij begon weer met zijn ‘Zonder mij ben je niemand’ en daarna ‘Is dít dan wat je wil?’ Op die laatste vraag zei ik hard en vol vertrouwen: ‘Ja, dit is wat ik wil.’ Makkelijk is het daarna niet altijd geweest, maar dankzij mijn vrienden en familie sta ik nog overeind en heb ik mijn eigen leven opgebouwd. Ik heb mijn zelfvertrouwen teruggevonden en dat pakt niemand me meer af.” 

‘Ja, ik wil een open relatie’

Leonne (40): “Ingezakt, saai, vanzelfsprekend – na achttien jaar en drie kinderen waren dit zo’n beetje de woorden om de relatie tussen mij en mijn man Robbert te beschrijven. Allebei waren we al eens verliefd geweest op een ander, waar we uiteindelijk niets mee hadden gedaan omdat we scheiden te veel gedoe en ook wel een afgang vonden. Maar elkaar vonden we ook totaal niet meer interessant. Seks hadden we zelden en als het al gebeurde, was het plichtmatig en altijd volgens hetzelfde stramien. We groeiden uit elkaar en deden geen van beiden moeite om het tij te keren.

Tot Robbert opnieuw verliefd werd op een ander en deze keer was het serieus. Hij had nog nooit zoiets gevoeld, wilde bij haar zijn en overwoog van mij te scheiden. In plaats van te denken ‘nou doei, daar is het gat van de deur’, schrok ik echt wakker door wat hij zei. Ineens realiseerde ik me dat ik hem niet kwijt wilde en dat er iets moest gebeuren. Robbert had, ondanks zijn verliefdheid, eigenlijk hetzelfde gevoel.

Na lang praten en veel soul searching kwamen we erop uit dat we eigenlijk allebei nieuwsgierig waren naar wat er nog meer in de wereld te halen was, maar dat we elkaar en ons gezin niet kwijt wilden. Ik was er nog niet over uit wat we daarmee moesten toen Robbert met zijn vraag kwam: ‘Zullen we een open relatie proberen?’ De ja die ik daarop antwoordde, was mijn beste ooit. Ik realiseer me dat het ook heel erg fout had kunnen gaan en dat een open relatie de snelste weg naar de scheiding had kunnen worden, maar voor ons was dit precies wat we nodig hadden. We maakten allerlei afspraken – geen bekenden, geen relaties naast de onze, altijd eerlijk zijn tegen elkaar – en zetten onze eerste schreden op het pad van Second love en fetisjfeesten. Inmiddels hebben we allebei al de nodige avonturen naast ons huwelijk gehad en juist door elkaar daarover te vertellen en elkaar dit te gunnen, zijn we dichter naar elkaar toe gegroeid. Volgende week heb ik voor het eerst een date met een vrouw. Ik kan niet wachten tot het zover is én tot ik achteraf aan Robbert kan vertellen hoe het was.”

‘Ja, ik wil die boerderij’

Pauline (53): “Sinds ik op mijn zeventiende vanuit een Brabants dorp naar Amsterdam verhuisde, vertelde ik aan iedereen die het maar horen wilde dat ik écht een stadsmens ben. Mij moest je niet tussen de bomen en koeien zetten, ik gedij pas bij trams en sirenes. Lange tijd was dat ook zo. Ik voelde me thuis in de stad, voelde dat ik lééfde. Ik bezocht restaurants en musea, fietste op mooie dagen eindeloos rond om de reuring te voelen, ontmoette leuke mannen die nooit bleven en was gelukkig met mijn piepkleine appartementje midden in de stad.

Tot er tien jaar geleden iets begon te veranderen. Ik voelde me rusteloos en had vaak moeite het mooie van het leven in te zien. Ik veranderde van baan, maar het werd niet beter en ik kwam uiteindelijk met een burn-out thuis te zitten. Ik greep elke therapie, sport of coaching aan om beter te worden maar dat lukte niet. Als ik naar buiten ging voelde ik me overweldigd, op straat kon ik zomaar een paniekaanval krijgen. En tegelijkertijd had ik zo’n hardnekkig beeld van wat mijn leven moest zijn, dat ik mezelf dwong naar nieuwe restaurantjes te gaan of op een voorjaarsdag in het park te gaan zitten, want dít was toch mijn leven? Ik woonde toch niet voor niets in de stad?

Tijdens een week bij mijn tante in Brabant kwam de ommekeer. Mijn tante was toen al vijfentachtig en woonde in haar eentje op een klein boerderijtje: een schattig huisje, een erf en een weiland, meer was het niet. In de omgeving was er weinig te beleven. Als je ging lopen, kwam je een paar kilometer lang niemand tegen en dan stond je in een dorp met een supermarkt, een Hema en een kroeg. Vreselijk, zei ik de hele tijd tegen mezelf. Zo saai, zo gewoon, zo ‘alles wat ik ooit achter me had gelaten’. Maar mijn gevoel vertelde me een heel ander verhaal. Want wat ik al een tijdje merkte, kon ik nu niet meer ontkennen. In al die rust en ruimte voelde ik me eindelijk weer goed. Ik kon ademhalen en ontspannen en vond het heerlijk om zo ver ik kon kijken alleen maar groen te zien. Toen mijn tante terloops zei dat ze de boerderij wilde verkopen, verzette ik me uit alle macht tegen de gedachte die opkwam en dat was de gedachte dat ik hem wilde kopen.
Lang verhaal kort: toen mijn tante een tijdje later vroeg of het niet wat voor mij was, zei ik ja. Vorig jaar verhuisde ik. Inmiddels heb ik een kat, twee geiten en wat kippen en voel ik me de koning te rijk. Amsterdam was voor een bepaalde periode van mijn leven heerlijk, maar nu hoor ik hier, op het platteland.”

Om privacyredenen zijn de namen in dit artikel gefingeerd.
Foto: Getty Images

LEES OOK

Lees meer Persoonlijke verhalen
Persoonlijke verhalen
012026 Vriendinclub 820x270

Uit andere media


Meer van Mariette