Kim is jeugdagent bij de politie: ‘Diensten met oud en nieuw zijn extra speciaal’

Kim (37), samen met Jason (33) en moeder van een dochter, is jeugdagent bij politie-eenheid Amsterdam, basisteam Aalsmeer-Uithoorn. “Agressiviteit richting hulpverleners met oud en nieuw wordt ieder jaar erger. Daar worden mijn collega’s en ik heel moe van, maar ons saamhorigheidsgevoel wordt alleen maar groter.”


Schrijf Je In Voor De Nieuwsbrief (32)

Kim: “Klokslag middernacht stond ik een keer tijdens de jaarwisseling iemand te reanimeren. Een ander jaar waren mijn collega’s en ik op dat moment met een uitslaande brand bezig terwijl we werden bekogeld met cobra’s, maar we hebben ook wel eens rustig naar het vuurwerk staan kijken en elkaar een gelukkig nieuwjaar gewenst. Toen er twee minuten later een melding binnenkwam, stapten we de auto in nadat we onze fles kinderchampagne achter een paal hadden gezet – om die een uur later weer op te halen. Diensten met oud en nieuw zijn extra speciaal. Je maakt in zo’n nacht van alles mee en bent continu gefocust: wat gaat er gebeuren, waar moeten we heen?”

Boeven vangen

“Die spanning en actie is precies wat mij als klein meisje trok. Ik riep op de basisschool al dat ik bij de politie wilde omdat het me geweldig leek om met sirenes en zwaailichten te rijden en boeven te vangen. Inmiddels weet ik dat bij de politie werken veel meer is dan dat én wat het zo mooi maakt: je helpt mensen en kunt echt iets voor hen betekenen. Ik was achttien toen ik aan de Politieacademie begon. Op straat kreeg ik al snel contact met de jeugd, wat ik toen al een heel interessante doelgroep vond: wat is hun gedachtegang, hoe kijken ze tegen dingen aan? Na een aantal jaar besloot ik me te specialiseren in het bereiken van jongeren en werd ik naast hoofdagent ook jeugdagent.”

Niet altijd stom

“In die tijd – ik was begin twintig – waren social media in opkomst. Samen met collega’s was ik al een Facebookaccount gestart voor ons basisteam Aalsmeer-Uithoorn, van de eenheid Amsterdam. Daarop plaatsten we berichten over preventie, bijvoorbeeld hoe je woninginbraken kunt voorkomen, en over dingen die speelden in de wijk. Maar we kwamen er al snel achter dat we met dat soort berichtgeving de jeugd niet bereikten. In hun ogen zijn we als politie bijna altijd negatief aanwezig: dit mag je niet doen, hier krijg je een bekeuring voor, enzovoorts. Om hen te laten zien dat wij niet altijd ‘stom zijn’, was het belangrijk om een andere toon aan te slaan. Bovendien moesten we naast Facebook en Instagram ook actief worden op platforms als Snapchat en TikTok, zodat we niet alleen de pubers, maar ook de jongeren van elf, twaalf jaar zouden bereiken. We breidden onze social media uit onder de naam Politie-eenheid Amsterdam, maar uiteindelijk kregen de accounts mijn naam: Politie Kim van der Weij. Ik kwam immers al heel vaak in beeld en door het persoonlijker te maken, hoopten we meer de aandacht van de jongeren te trekken. Dat werkte: al snel nam het aantal volgers een enorme vlucht.”

De mens achter het uniform

“Als jeugdagent probeer ik zoveel mogelijk in het brein van jongeren te stappen. Zo maakte ik een keer een video waarin ik uitlegde dat het gebruik van gel blasters in het openbaar strafbaar is. Als ik tegen jongeren zou zeggen dat ze met zo’n ding verkeerd bezig zijn, werkt dat averechts. In plaats daarvan legde ik uit dat ik heel goed begrijp dat ze er een willen hebben, want zo’n gel blaster is natuurlijk supertof. Maar tegelijkertijd maakte ik hen óók bewust van wat de gevolgen kunnen zijn en raadde ik aan om ’m op eigen terrein te gebruiken, want dat mag wél. Dat soort informatieve berichten wissel ik af met vrolijke, luchtige content. Zo laat ik bijvoorbeeld zien dat ik in mijn vrije tijd met een collega op een festival sta en upload ik tijdens de feestdagen een video vanaf het politiebureau, waarbij ik een kerstmuts draag. Die mix is heel belangrijk. Door de mens áchter het uniform te tonen, wil ik de jeugd laten zien dat wij weliswaar de wet moeten handhaven, maar ook gewoon heel leuk zijn.”

Heftige situaties

“Naast mijn werk als jeugdagent ben ik ook nog steeds politieagent op straat. Mijn werkdag is nooit hetzelfde. De ene dag rijd ik rond om te surveilleren en ga ik ergens op huisbezoek, de andere dag houd ik met collega’s een verkeerscontrole of geef ik vanuit het Educatief Programma Jongeren (EPJO) voorlichting op de basisschool aan groep acht. Daarnaast ben ik een groot deel  van de tijd bezig met noodhulp: de 112-meldingen die via de meldkamer bij ons binnenkomen. Sommige situaties die ik daarbij meemaak, gaan je niet in de koude kleren zitten. Het is niet niks als je een baby moet reanimeren of ter plaatse komt na een zwaar ongeluk. Gelukkig neem ik mijn werk nooit mee naar huis. Natuurlijk denk ik er na iets ingrijpends de volgende dag nog wel over na, dat is ook normaal, maar ik blijf er niet mee zitten. Iedere heftige melding wordt nabesproken met ons Team Collegiale Ondersteuning en wie daar behoefte aan heeft, kan verder in gesprek met een bedrijfsarts of -psycholoog. In de achttien jaar dat ik in het vak zit heb ik dingen meegemaakt die mensen in hun hele leven nooit te zien zullen krijgen. Toch probeer ik uit iedere melding iets positiefs te halen. Ik kijk vooral naar hoe ik in een heel zwart moment iets voor iemand heb kunnen betekenen. Dat gaat heel breed: van de man die ik op hoge snelheid naar het ziekenhuis heb gereden zodat hij zijn vrouw na een heftig ongeluk hopelijk nog in leven kon zien, tot de oude vrouw met dementie en de weg niet meer kon terugvinden.”

Van negatief naar positief

“Ook mijn werkzaamheden voor de jeugd zorgen voor lichtpuntjes. Veel jongeren vertellen dat ze met een glimlach naar mijn stories op de socials kijken. Door simpelweg mijzelf te zijn kan ik iemands dag maken – online, maar natuurlijk ook in de echte wereld. Zo heb ik aan keukentafels gezeten met kinderen die het slechte pad op gingen. Door samen met de ouders herhaaldelijk het gesprek aan te gaan met het kind, merkte ik gaandeweg dat er een heel andere tiener naar voren kwam. Iemand die positiviteit ging uitstralen, weer normaal met zijn ouders ging communiceren en zijn best ging doen op school. Soms heb je daarvoor een lange adem nodig. Maar als het lukt om die negatieve cirkel bij een jongere te doorbreken, is dat ontzettend mooi.

Meer respect

Je hoort wel eens dat de jeugd tegenwoordig steeds minder respect heeft voor de politie en andere hulpverleners. Maar weet je dat ik juist het tegenovergestelde ervaar? Op middelbare scholen word ik met open armen ontvangen, aangesproken met ‘u’ en leerlingen vragen of ze met mij op de foto mogen. Natuurlijk is er wel eens iemand die zegt dat hij een hekel aan de politie heeft. Maar dan ga ik het gesprek aan: hoe komt dat? Vaak gaat het om wat de jongere meekrijgt vanuit zijn omgeving, bijvoorbeeld een negatief verhaal over de politie dat zijn ouders hebben verteld. In gesprek met de tiener probeer ik dat negatieve beeld om te buigen naar iets positiefs. Meestal lukt dat. Online, waar de reacties soms zeker niet van de lucht zijn, doe ik dat ook. Algemene opmerkingen – ‘is dit waar ons belastinggeld naartoe gaat?’ – laat ik links liggen. Maar wanneer een reactie op mij als persoon gericht is of iemand mij een ernstige ziekte toewenst, zeg ik: ‘Ik krijg liever een griepje, maar vertel eens wat er aan de hand is?’ Vaak kom je dan al snel tot de diepere laag. Iemand had eens twee dagen eerder een bekeuring gekregen voor te hard rijden en was daar nog boos over. Terwijl we praatten, realiseerde hij zich dat het toch echt zijn eigen fout was geweest en dat het helemaal niet nodig was om zijn frustraties op mij af te reageren. Ik heb ook eens een discussie gehad met een volger die alles wat ik als jeugdagent online doe, niet nodig vond. We zijn in gesprek gegaan en uiteindelijk nader tot elkaar gekomen. Nu zijn we zelfs zo ver dat hij leuke reacties plaatst en mij een tijdje geleden feliciteerde met mijn zwangerschap. De politie vindt hij nog steeds niet leuk, maar hij heeft wel respect gekregen voor mij en is de mens achter het uniform gaan zien.”

Blonde krullenbol

‘Inmiddels zijn wij als politie al heel wat jaren actief op social media. Dat we op die manier ook de jeugd hebben weten te bereiken, maakt me trots. Voor veel jongeren ben ik die blonde krullenbol die laagdrempelig aanwezig is en aan wie ze alles durven vragen. Op straat word ik aangesproken: ‘Jij bent toch Kim, van TikTok?’ Geweldig, dat breekt het ijs meteen. In het begin was het natuurlijk wel een zoektocht: wat voor soort content werkt, wat niet? Achter de schermen waren er soms twijfels. Toen ik een dansfilmpje opnam, dacht mijn werkgever: is dat nou nodig? Jazeker, daar was ik van overtuigd. Om jongeren te bereiken moet je out of the box denken, inspelen op wat zíj interessant vinden. Als dat een dansfilmpje is op hun favoriete muziek, waardoor zij mij gaan volgen, neem ik graag een paar moves op. Veel jongeren reageren op mijn posts en stellen vragen. Zo plaatste ik afgelopen zomer een kiekje op Insta vanaf mijn vakantieadres en vroegen ze: ‘Hebben jullie dan ook vakantie bij de politie? Ben je de hele zomer vrij?’ Maar ik krijg ook vragen hoe onze diensten eruit zien en of we op het bureau eten en slapen. Blijkbaar willen jongeren weten hoe bepaalde dingen gaan als je bij de politie werkt. Voorheen, zeker in de tijd dat ik van de havo kwam, was er geen ruimte om dat soort vragen te stellen. Op onze socials, maar ook in mijn kinderboek Politieagent Kim dat onlangs is verschenen, leg ik in jip-en-janneketaal uit waarmee wij ons bezighouden. Zo hoop ik de wereld van de politie een stukje toegankelijker te maken.”

Nog beter inleven

“Het afgelopen jaar ben ik er tijdelijk uit geweest door mijn bevalverlof. Inmiddels ben ik alweer een paar maanden aan het werk, maar mensen vragen me nog steeds: ‘Ben je nu niet bang als je naar je werk gaat?’ Ik snap de vraag, maar het moederschap heeft mij als agent niet veranderd. Als ik bij een melding de angst zou hebben dat er iets met mij gebeurt en ik niet meer thuiskom, dan is dit niet de juiste baan. Het moederschap heeft juist een positief effect op mijn werk. Ik kon mij de zorgen van ouders altijd goed voorstellen omdat ik een neefje en nichtjes heb van wie ik zielsveel hou. Maar nu ik zelf moeder ben, is dat inlevingsvermogen alleen nog maar sterker geworden. Ik vóél nu de onmacht van ouders als hun kind bijvoorbeeld het slechte pad op dreigt te gaan. In dat extra inlevingsvermogen schuilt wel een valkuil: als je je zaken teveel aantrekt, kan het moeilijk zijn om het los te laten. Maar op zich ben ik daar niet bang voor. Ik ben vrij nuchter en denk dat ik alleen maar beter kan worden als politieagent.

Bij de politie sluit je vriendschappen voor het leven. Je beleeft dingen samen die je met andere vrienden nooit zal meemaken en dat maakt de band heel hecht. Niet voor niets spreken we van ‘de blauwe familie.’ Dat ik daar onderdeel van mag uitmaken, maakt me heel trots.”

Kim volgen? Bekijk hier haar Instagram.

Foto’s: Marloes Bosch
Visagie: Wilma Scholte

Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.

LEES OOK

Lees meer Persoonlijke verhalen
Persoonlijke verhalen
012026 Vriendinclub 820x270

Uit andere media


Meer van Tessa