Isa (20) liep door een ski-ongeval een incomplete dwarslaesie op
Isa (20) liep, nu een jaar geleden, door een ski-ongeluk een incomplete dwarslaesie op. Ze zal nooit meer kunnen lopen. “Gelukkig heb ik een positieve instelling. Ik kan nog van alles en probeer ook zoveel mogelijk te doen.”
Geen pijn
Isa: “Ik voelde gelijk niets meer, ik had ook geen pijn. Ik wilde opgetild worden en verder skiën, maar ik moest écht blijven liggen – alsof ik nog iets anders kon. Uit het feit dat er vier mannen op sneeuwscooters naar me toe waren gekomen en de traumahelikopter werd gebeld, maakte ik op dat het echt niet goed was. Ik kreeg een infuus, werd ingepakt en meegenomen naar Innsbruck. Van de vlucht kan ik me amper iets herinneren, dat zullen de medicijnen geweest zijn. Volgens mij heb ik een deel van de vlucht zelfs geslapen.
Stage
Het gebeurde op 2 februari 2025 en ik was voor een stage in Oostenrijk. Het was mijn tweede week. De eerste week dat ik er was, waren mijn ouders mee skiën. Ik kende het skigebied van Serfaus goed, we kwamen er al jaren. De zon scheen, het was supermooi weer en ik begon met een vriend aan de eerste afdaling. Ik ging hem voor en stuitte op een heuvel die hoger was dan ik had gedacht. Ik verloor mijn balans en viel op mijn rug. Ik skiede veertig kilometer per uur, helemaal niet zo hard – ik ben altijd heel voorzichtig. Mijn val was vooral heel ongelukkig. Ik droeg wel een helm, geen rugbescherming.
Er kwamen vrijwel direct twee Duitse mannen naar me toe, die toevallig arts bleken te zijn. Mijn vriend was inshock, die had direct door dat het goed fout zat. De artsen alarmeerden de hulpdiensten op de sneeuwscooters en zij belden op hun beurt de traumahelikopter. Ik weet nog dat ik dacht dat ik doodging. Van een dwarslaesie had ik nog nooit gehoord.”
In shock
“Mijn vriend belde school en school belde mijn ouders die inmiddels weer in Nederland waren. In het ziekenhuis in Innsbruck ging ik door scans. Ook daar weet ik niets meer van. Ik weet nog wel dat ik mijn ouders aan de telefoon kreeg. ‘Ik voel mijn benen niet meer’, heb ik ze gezegd. Ze antwoordden dat ze er zo snel mogelijk aankwamen. ‘Nee joh, dat hoeft niet’, was mijn eerste reactie. Ik moest ophangen, ik zou geopereerd worden. ‘Kom toch maar wel’, zei ik vervolgens tegen mijn ouders. De arts probeerde mijn angst dood te gaan bij mij weg te nemen. Ik had nog nooit iets gebroken, ik was ook nog nooit geopereerd.
Ernstig skiongeluk
Ik kwam zo rond twaalf uur ’s middags ten val en rond elf uur ’s avonds werd ik wakker na mijn eerste operatie. Ik vroeg de enige verpleegkundige op de IC om mijn telefoon; ik wilde op mijn locatievoorzieningen kijken waar mijn ouders waren. Ze kon me mijn telefoon niet geven en zei dat ik maar moest gaan slapen. Ik was nog compleet in shock en heb er uiteindelijk aan toegegeven. Mijn ouders kwamen ondertussen na een rit van elf uur rond drie uur ’s nachts aan in Innsbruck en hebben tot acht uur ’s ochtends moeten wachten voor ze, bij hoge uitzondering zo vroeg al, het ziekenhuis in mochten. Het enige dat ze tot dan toe wisten, was dat ik een ‘ernstig skiongeluk’ had gehad. Mijn moeder had hardop uitgesproken dat ze hoopte dat het geen dwarslaesie of hersenletsel was.”
Tweede operatie
“Toen mijn ouders en broer binnenkwamen, moest ik heel erg huilen. Ik had inmiddels zo veel pijn aan mijn rug. ‘Mam, ze hebben je jas kapot geknipt’, snikte ik. Ik had mijn moeders dure ski-jas geleend en ze had mij op mijn hart gedrukt er voorzichtig mee te zijn. ‘Wat interesseert mij die jas nou!’ reageerde ze direct. Gek hoe je op zo’n moment met zulke onbelangrijke dingen bezig kunt zijn.
Ik was ook toen mijn ouders er waren nog heel bang. Na een half uurtje werden ze weggestuurd en hebben ze een gesprek met een arts gehad. Daar kregen ze te horen dat ik een complete dwarslaesie had en dat ik nooit meer zou kunnen lopen. De artsen wilden het mij nog niet vertellen, omdat ik nog zo emotioneel was. Die middag kwamen ze weer langs. Ze hadden mijn kamer leeggehaald, vertelden ze. Dat begreep ik niet. Ik zou mijn stage gewoon afmaken, dacht ik. Mijn ouders wisten inmiddels wel beter…
Incomplete dwarslaesie
De volgende dag kwam er relatief goed nieuws. Ik bleek geen complete, maar een incomplete dwarslaesie te hebben en dat gaf nog kans op enigszins herstel. Mij was nog steeds niks verteld. Er stond op dag vier nog een operatie op de planning. Het tweede deel van mijn rug werd met schroeven vastgezet. De ingreep zou zes uur in beslag nemen, maar duurde uiteindelijk bijna negen uur. Al die tijd wachtten mijn ouders op de gang. Dat moet vreselijk zijn geweest voor ze. Pas na die tweede operatie kreeg ik de foto’s van mijn rug te zien en legde de arts aan mij uit wat er precies aan de hand was. Mijn rug was op één plek gebroken en die breuk veroorzaakte op een paar millimeter na net geen complete dwarslaesie. Het was me meteen duidelijk dat het leven zoals ik dat kende, voorbij was. Ik ging tot ik dit ongeluk kreeg vijf dagen in de week naar school, ik werkte vier avonden in de bediening en ik sportte vier tot vijf keer in de week. Daarnaast had ik een druk sociaal leven. Ik wilde niet in een rolstoel, ik schaamde me ervoor. Maar ik had geen andere keuze. “
Nieuwe realiteit
“Na elf dagen in het ziekenhuis in Oostenrijk te hebben verbleven, werd ik door een ambulance opgehaald en naar een Nederlands ziekenhuis gebracht. Naar huis kon ik nog niet, ik moest eerst naar een revalidatiecentrum.
Ik wilde mijn bed niet uit. Ik had mijn borstbeen ook gebroken en daar veel last van. Mijn moeder kwam iedere dag langs en er kwamen ook heel wat vrienden op bezoek. Ik deed niet veel meer dan op mijn laptop wat films kijken om de tijd te doden. Ik heb mijn vader een paar keer huilend opgebeld om te zeggen dat ik dit écht niet wilde. Maar ik had niets te willen. Dit was mijn nieuwe realiteit.
Revalidatiecentrum
Online zocht ik op social media naar jonge mensen in een rolstoel. Ik kwam bijna niets tegen. ‘Misschien moet ik wel gewoon voor die zichtbaarheid gaan zorgen’, bedacht ik me. In het revalidatiecentrum kwam ik terecht op een afdeling met veertig mensen. Ik kijk daar met een goed gevoel op terug. Het was gezellig en ik heb er veel vrienden aan overgehouden. Ik leerde er de eerste week zitten in mijn rolstoel, steeds een beetje langer. Na die week begonnen de echte therapieën. Ik moest de spiergroepen die het nog wel deden, sterker zien te maken.”
Goede en slechte dagen
“In de drie maanden in het revalidatiecentrum heb ik geleerd zo veel mogelijk zelfstandig te kunnen doen. Daarna sliep ik bij goede vrienden en douchte ik bij andere vrienden, in afwachting van de aanpassingen in mijn ouderlijk huis. Vooral het aanvragen van de vergunningen nam veel tijd in beslag. Na vijf maanden was ik het logeren wel beu. Sinds oktober heb ik mijn eigen plek in de aanbouw in de tuin, gelukkig.
Naast dat ik niet kon lopen, was ik ook heel moe. Mijn zenuwen moesten herstellen en dat kost veel energie. Het moeilijkst vind ik het dat mijn blaas en darmen niet werken. Daar leer ik mee omgaan, maar accepteren is een ander verhaal. Ik heb goede en slechte dagen. Op een slechte dag pak ik mijn rust en kijk ik in bed een serie. De volgende dag kijk ik wel weer hoe het gaat.
Opleiding
Ik zit in het laatste jaar van mijn opleiding en heb ondanks alles al mijn theorie-examens gehaald. Ik ga veel met vrienden op pad en moet twee keer in de week naar de fysio. Alles doe ik in mijn rolstoel. Nederlandse winkels zijn best heel toegankelijk, restaurants een stuk minder. We zijn nu een jaar verder en er is nog steeds verbetering. Waar ik voorheen alleen naar een rolstoeltoilet ging, kan ik nu ook de overstap naar een gewoon toilet maken. Dat is al heel fijn.”
Positieve instelling
“Lotgenotencontact vind ik heel fijn. Dat had ik al in het revalidatiecentrum, maar inmiddels ook via social media, waar ik heel open ben over mijn dwarslaesie. Zo heb ik onder meer Menno Streefland leren kennen, die net als ik door een skiongeluk een incomplete dwarslaesie heeft opgelopen. Het is heel fijn om met hem te praten, hij weet als geen ander wat ik doormaak. Menno heeft een rugbeschermer ontwikkeld, waarvan een deel van de opbrengst naar Wings for Life, voor onderzoek naar dwarslaesies gaat. Ik help hem in de promotie van zijn product. Als ik een rugbeschermer had gedragen, had mijn val zeer waarschijnlijk niet zulke verstrekkende gevolgen gehad.
Skiën
Het gaat goed met me. Beter dan verwacht, eigenlijk. Ik heb geaccepteerd dat dit me is overkomen en ben niet van plan me te laten remmen. Skiën heb ik nog wel twee keer gedaan; zitskiën in Zoetermeer. Maar dat pakte me niet zoals echt skiën wel deed. Ik hou nog steeds hoop dat ik dat ooit weer kan doen.
In het begin had ik het behoorlijk moeilijk, maar ik heb gelukkig een heel positieve instelling. Ik kan nog van alles en probeer ook zoveel mogelijk te doen. Onlangs ben ik naar de Efteling geweest. Dat was ook weer een overwinning.”
Sterker dan ik dacht
“Mensen op straat kijken, dat zie ik. Ik voel dat ze mij zielig vinden, maar dat ben ik absoluut niet. Iedereen wil je helpen; lief vind ik dat. Maar ik vind het wel fijn als het eerst gevraagd wordt. Kort na het ongeluk droomde ik vaak dat ik weer kon lopen. Daar werd ik dan vervelend van wakker.
Waar ik het zelf inmiddels accepteer, merk ik dat mijn ouders het er nog moeilijk mee hebben. Vooral mijn moeder vindt het heel confronterend. Ze wil mij niet met haar verdriet belasten, maar ik zie aan haar gezicht dat het haar raakt. Ik begrijp het wel. Het is ook pas een jaar geleden… Dit heeft voor mijn ouders ook tijd nodig.
Als iemand tegen me zegt dat iets niet gaat lukken, laat ik juist zien dat ik het kan. Onlangs was ik op een meeloopdag op mijn vaders werk. Hij is vrachtwagenchauffeur en ik wilde in de cabine zitten. ‘Gaat je niet lukken’, zei mijn broer. Nou, wél dus! Ik verbaas mezelf soms weleens. Ik ben mentaal en fysiek sterker dan ik dacht.”
Foto: Mariel Kolmschot
Visagie: Lisette Verhoofstad
LEES OOK

Uit andere media