Vrouw (20)

Eveline’s man is depressief: ‘Terwijl hij op de bank ligt, komt alles op mij neer’

Eveline (43) houdt van haar rustige en bedachtzame man, maar zijn depressies drukken zwaar op haar en het gezinsleven. “Ik denk heus wel eens: ga jij ook eens wat doen?”

Eveline (43): “Laten we naar de Efteling gaan, zei ik dit weekend tegen mijn man, Sylvan. Ik bedoelde niet meteen nu – ik weet dat ik met spontane ideeën niet bij hem hoef aan te komen. Daar krijgt hij veel stress van, tot het punt dat hij zich echt ongelukkig voelt. Maar ik dacht: misschien volgende week, of volgende maand. Maar Sylvan wilde niet. Niet nu, niet volgende week, en ook niet volgend jaar. Hoewel ik al jarenlang leef met een man met depressies, liet ik me toch teleurstellen. Ik zou gewoon zo graag iets leuks willen doen als gezin en dan voelen hoe het is als we er echt alle drie van genieten, dus niet alleen mijn zoon en ik. Maar dat is bij ons gewoon niet zo. Sylvans ziekte maakt dat heel moeilijk.”

Rustig karakter

“Sylvan is nooit iemand geweest waar de energie vanaf spat. Dat hoeft ook niet. Ik viel op zijn rustige karakter. Hij is zo iemand die overal goed over nadenkt, doet nooit zomaar iets. Spontaniteit hoef je van hem niet te verwachten en dat vind ik prettig. Ik hoef geen man die op zaterdagochtend ineens verzint dat hij die avond in een hotel in Antwerpen wil slapen en vervolgens in de auto stapt. Doe mij maar dat bedachtzame en betrouwbare, daar word ik zelf ook rustig van. En dat het leven dan ook af en toe behoorlijk saai en voorspelbaar is, dat is dan maar zo. Ik zit daar niet mee.
Althans, zo was het eerste jaren van onze relatie – we zijn al dertien jaar bij elkaar. Ik weet niet meer precies wanneer dat rustige en bedachtzame van Sylvan begon te veranderen. Het moet een jaar of acht geleden zijn geweest, niet zo lang na de geboorte van onze zoon. Sylvan maakte zich heel veel zorgen om onze baby, ook al was die kerngezond. Overal zag hij gevaar, bij een simpel griepvirusje dacht hij dat Luuk doodging. Vervolgens was hij een week van slag, of zelfs langer, zelfs als Luuk allang weer was opgeknapt. Zo liet hij zich op allerlei fronten uit het veld slaan. Hij had destijds een nieuwe manager die hem, volgens hemzelf, niet waardeerde. Eerst vertrok hij met tegenzin naar zijn werk, daarna ging hij maar gewoon niet en meldde zich ziek. Als hij na een week echt niet langer kon thuisblijven, sleepte hij zich naar kantoor. ’s Avonds ging het alleen maar over al het onrecht dat hem was aangedaan en daar was hij dan oprecht verdrietig over. Het was moeilijk om te zien hoe Sylvan alle levenslust verloren leek te hebben, puur omdat zijn manager een rotzak was.”

Burn-out?

“Zo waren er allerlei gebeurtenissen die diep op Sylvan leken in te hakken. Waar een ander z’n schouders had opgehaald of na een moeilijke week of maand z’n rug had gerecht, bleef Sylvan erin hangen. Het ging van kwaad tot erger: hij meldde zich om de haverklap ziek, zorgde niet echt meer voor onze zoon en toen we een keer op vakantie gingen, lag hij eigenlijk alleen maar in ons hotelbed terwijl ik in mijn eentje bij het zwembad zat. Ik was bang dat hij een burn-out had. Sylvan kan niet goed tegen veranderingen en met de komst van Luuk en de verandering op zijn werk kon hij niet omgaan. Ik dacht dat dat hem overspannen had gemaakt.
Bij thuiskomst haalde ik hem over om naar de huisarts te gaan. Die vermoedde meteen dat er meer aan de hand was en stuurde hem door naar een psycholoog. Sylvan schrok daarvan – gek genoeg had hij niet eens echt door dat zijn klachten ernstig waren. Ik wel, ik was blij dat er iets aan gedaan zou worden. Naïef misschien, maar ik dacht dat hij er met een paar weken wel weer bovenop zou zijn.”

Intensieve therapie

“Wat ik toen nog niet wist, is dat depressie een ziekte is. Een ziekte die niet zomaar geneest en een ziekte waarvoor je vaak je hele leven lang gevoelig blijft. Na die eerste depressie ging het beter met Sylvan en dacht ik: mooi, dat hebben we ook weer overleefd. Maar er volgde een tweede depressie en toen kreeg hij intensieve therapie. Ook ik werd daarbij betrokken, want een depressie heeft invloed op het hele gezin. Ik leerde hoe ik Sylvan kan helpen en wat ik vooral niet moet doen. Bijvoorbeeld: wijzen op alle mooie dingen die er ook zijn. Die neiging had ik eerst wel. Ja, oké, je voelt je rot, maar kijk eens, de zon schijnt. Of de tulpen in de tuin komen op. Of Luuk heeft een mooie tekening gemaakt. Ik weet nu: dat heeft dus geen zin. Een depressie is geen bui, een depressie is een ziekte. Een depressie is ook geen keuze. Het is geen kwestie van even slikken, kiezen op elkaar en met een glimlach op je gezicht doorgaan.
Ik heb veel gehad aan wat ik heb geleerd, maar vanaf dat moment leek het wel alsof ons leven draaide om die depressies. In het begin was ik bang dat iets wat ik zei of deed Sylvans depressie zou triggeren en dus ging ik me heel opzichtig vrolijk gedragen. Alles hield ik bij Sylvan weg. In die tijd overleed een naaste collega van mij aan kanker. Dat maakte me heel verdrietig, maar ik droeg mijn verdriet alleen, want ik wilde Sylvan er niet mee belasten. Daardoor merkte ik dat onze relatie scheef groeide. Ik voelde me eenzaam en zocht mijn heil bij mijn moeder of vriendinnen. Sylvan merkte dat natuurlijk ook en voelde zich tekortschieten. We dreven in rap tempo uit elkaar. Er was relatietherapie voor nodig om weer tot elkaar te komen en te leren hoe we ondanks zijn ziekte, toch met elkaar konden leven en ook genoeg ruimte voor mij konden maken. Sylvan liet me beloven dat ik hem alles zou vertellen wat er speelde, ook al was dat voor hem lastig. Dat beloofde ik, maar in de praktijk vertel ik hem echt niet alles. Kleine dingen laat ik weg, zoals een aanvaring op de werkvloer of een irritatie in de supermarkt. Grote dingen deel ik met hem. Dat hij zijn best doet mij dan te steunen, waardeer ik.”

Schuldgevoel

“Maar als het op steunen aankomt, is het vaker andersom. Ik ben de sterke, ik blijf overeind. Dat is best lastig. Soms is het alsof Sylvans ziekte mij ook naar beneden sleept. Het is vermoeiend om samen te leven met iemand die het glas altijd als halfleeg – of helemaal leeg – ziet. Ik weet dat ik me daardoor niet moet laten beïnvloeden, maar dat is moeilijk. En toch houd ik mezelf voor: ik heb geen invloed op hoe hij zich voelt en ik kan mijn energie niet inzetten om de zijne te activeren. Dat werkt alleen maar averechts: het trekt mij leeg en hij gaat zich niet beter voelen, waardoor er bij hem ook nog een schuldgevoel ontstaat. Ik kan hem hooguit laten merken dat ik er voor hem ben en dat doe ik ook.
Afgelopen jaar heeft Sylvan weer een lange periode van depressie gehad, hij kruipt er net een beetje uit. Wekenlang heeft hij eigenlijk niets gedaan, behalve op de bank liggen en naar therapie gaan. Alles komt dan op mij neer: de verzorging van Luuk, het huishouden, familiebezoeken, verjaardagen. In mijn eentje houd ik alles draaiende, op Sylvan hoef ik niet te rekenen. Dat is zwaar en ik zou liegen als ik zei dat ik in zo’n periode nooit denk: zeg, ga jij ook nog wat doen?! Het is heel erg frustrerend om te zien hoe hij daar maar zit en ik de benen uit mijn lijf ren om alles draaiende te houden en ook nog te werken. Ik wéét dat hij er niets aan kan doen, maar hoe vaak ik mezelf dat ook vertel, ik laat me echt weleens meeslepen in boosheid of irritatie. Op zo’n moment bel ik een goede vriendin of mijn moeder. Zij weten wat er speelt, Sylvan en ik hebben daar nooit een geheim van gemaakt. Vaak komen ze Luuk dan even halen, zodat ik weg kan. Wandelen of sporten of een boek lezen in een koffietentje – als ik maar voor een uurtje uit die drukkende sfeer ben en kan ontspannen. Daarna kan ik het weer beter aan.”

Waarom wij?

“Het is makkelijk om je te laten meeslepen in gedachtes als: waarom wij? Waar hebben we dit aan verdiend? Dat is ook heus weleens gebeurd, maar inmiddels denk ik dat eigenlijk nooit meer. Het is wat het is en we moeten er het beste van maken. Het helpt ook om te bedenken dat het allemaal nog veel erger had kunnen zijn. Op sites voor lotgenotencontact lees ik verhalen van partners van mensen die suïcidaal zijn. Dat is Sylvan gelukkig niet. Ik weet niet of ik de angst aan zou kunnen van nooit weten of je partner nog thuiskomt. Als ik denk aan dat ik Luuk moet vertellen dat papa zichzelf van het leven heeft beroofd, moet ik al huilen. Ik prijs mezelf echt gelukkig dat dit bij ons niet speelt.
Ik ben er sowieso heel goed in geworden om lichtpuntjes te zien die een ander misschien niet echt opvallen. Een strandwandeling maken met z’n drieën en zien hoe Sylvan met Luuk dolt. Ze samen horen lachen – zo’n moment kan me tot tranen toe raken. Het vereist een andere blik. Niet denken aan wat er niet is en of wat niet kan, maar: wat is er wel? Zo heb ik inmiddels twee kaartjes voor de Efteling gekocht, Luuk en ik gaan samen. Ik gun hem gelukkige jeugdherinneringen met allebei zijn ouders, maar als dat niet lukt, dan moet het maar zo. Een zieke partner betekent loslaten en er het beste van maken. Daar ben ik door alles wat er is gebeurd goed in geworden. En hoe cliché het ook klinkt: ik ben sterker geworden. Ik durf erop te vertrouwen dat ik me wel red, en dat daardoor Sylvan en ik het samen ook redden. Want ondanks alles wat we hebben meegemaakt, en vast ook nog gaan meemaken, zou ik geen andere man willen. Ik heb voor Sylvan gekozen en ik blijf bij hem. Samen zijn we een op onze eigen manier een goed team en het mooie van lastige tijden is dat je de goede periodes nooit voor lief neemt. Als het goed gaat met Sylvan, genieten we daar dubbel zo hard van. Dat is ook veel waard.”

Tekst: Mariëtte Middelbeek. Om privacyredenen zijn alle namen veranderd, De echte namen zijn bekend bij de redactie.​​​​​​
Foto: Getty Images

Meer persoonlijke verhalen lezen? Neem nu een abonnement op Vriendin.