Anniek (72) reist met haar bus langs de Europese kust
Op je 72ste kiezen voor een groot avontuur. Waarom niet? Aniek liet een schoolbus ombouwen en vertrok. Maar alleen is maar alleen, dus een steeds wisselende metgezel mag mee op reis. “Die ontmoetingen vind ik zo inspirerend.”
Ten jaar lang in een omgebouwde schoolbus langs de kusten van Europa reizen. Anniek (72) vertrok op 6 april 2025, dus ze is inmiddels al een flinke tijd onderweg. We videobellen met haar op een winterse dag. Anniek staat op een camperplaats vlak bij het zonnige Porto, waar het ’s middags een graad of vijftien is. Dat is niet verkeerd, geeft ze grif toe, terwijl ze – weliswaar met een trui aan, zo warm is het nou óók weer niet – in haar bus een slok van haar koffie neemt. “Het contrast kon niet groter zijn met het leven dat ik hiervoor leidde. Ik had mijn eigen vakantieresort in de Ardèche, een lofthotel met honderd bedden, twee appartementen, een feestzaal en een wellnessruimte. En nu ben ik dus hier, in Portugal. De ruimte die ik in mijn bus heb, is een stuk kleiner. Maar ik ben gelukkiger dan ooit,” lacht Anniek.
Droom wordt blok aan been
Een vakantieresort uitbaten – dat was niet helemaal de bedoeling, zegt Anniek. “Ik ben nogal ondernemend en kocht in 2023 een oude zijdespinnerij aan een rivier die ik wilde verbouwen tot een lofthotel.” De verbouwing vond ze een geweldig project. Anniek: “Alleen had ik er niet bij stilgestaan dat het daarna ook nog gerund moest worden, en dat dát niets voor mij was.” Want dat is een leven beheerst door omzet, cijfers en boekhouders. Helemaal niet Annieks ding, vertelt ze. Meteen vanaf het eerste jaar was het druk. Anniek: “Ik dacht: ach, ik vind vast wel iemand die mijn zaak voor een goede prijs wil overnemen. Maar dat lukte niet. Ik vond alleen mensen die daar voor een goed salaris als bedrijfsleider wilden werken. Dat wilde ik niet, ik wilde er echt vanaf. In de tussentijd maakte ik van alles mee: een overstroming, oplichters, diefstal, een lijk in de rivier… Mijn droom werd hoe langer hoe meer een blok aan mijn been. Het heeft twintig jaar geduurd, maar uiteindelijk vond ik een koper.”
Prima badkamer, keuken en goed bed
Waarna de weg vrij was om iets te doen waar de Vlaamse Anniek al een tijdje van droomde. Ze zag thuis in België ooit de tv-serie De Columbus. Daarin ging een presentator in een omgebouwde schoolbus – De Columbus – een tijdje met een gast op reis. De gast draaide met een muntje een balletje uit een kauwgomballenautomaat, en de vlag op het balletje gaf dan aan welk land hun rijrichting zou bepalen. “Dat vond ik zo inspirerend. Zoiets wilde ik ook. Doordat ik zo lang aan mijn zaak vastzat, duurde het wat langer voordat ik mijn droom kon waarmaken.” Maar na de verkoop was het eindelijk zover. Anniek: “Ik kon al snel ergens een mooie schoolbus op de kop tikken. Ik had geen zin in technische problemen, dus het moest een recente bus zijn. Dat lukte. Daarna liet ik de bus ombouwen. Een van mijn wensen was dat er een goede keuken in moest zitten, want ik ben dol op koken. Verder ben ik minimalistisch ingesteld. In de bus heb ik alle comfort, maar ik heb alleen spullen aan boord die ik echt nodig heb. Er is weinig ruimte, maar dat bevalt me prima. Hier vlak bij mijn camperplaats – ze draait haar camera naar buiten – staat een jong Iraans stel in een klein campertje, mét een hond. Ze verblijven hier een jaar: zij studeert in Porto, hij werkt. Gisteren barbecueden we samen en vertelde de vrouw dat haar man een hoarder is. Ik moet er niet aan denken hoe het er in die camper uitziet. Ik heb hier een prima badkamer, grote keuken en een goed bed, en ik probeer het hier netjes te houden. Dat is meer mijn stijl.”
Steeds een andere metgezel
Hoe Annieks bus zou heten, wist ze al snel. “Joanne! Vernoemd naar mijn twee kinderen die mij dit avontuur zo gunden: mijn zoon Jov en mijn dochter Nel – de twee middelste letters zijn van mijn eigen naam.” Na de verbouwing moest de bus gekeurd worden. Dat had nogal wat voeten in de aarde, waardoor Anniek nog meer vertraging opliep, én ze moest haar rijbewijs voor het rijden met een vrachtwagen halen. Vervolgens moest de bus nog verzekerd worden. “Uiteindelijk heb ik pas twee weken voordat ik vertrok voor het eerst met mijn bus gereden,” vertelt Anniek. In die twee weken mocht ze van de gemeente de bus parkeren op een plek bij de kerk in haar dorp. In die periode werd ze geïnterviewd voor een blad. “In dat blad werd gezegd dat iedereen die dat wilde, een kijkje kon komen nemen in mijn bus bij de kerk.” Zo kwam het dat Anniek op de dag van vertrek vanaf de parkeerplaats niet alleen werd uitgezwaaid door vrienden en familie, maar óók door een flinke groep onbekenden. Anniek: “Ik vond het hartstikke spannend om te vertrekken. Al die mensen die stonden te kijken, en ik had nog maar zo weinig in de bus gereden…” Gelukkig was haar dochter Nel bij haar. Zij was de eerste gast die Anniek vergezelde. Want net als bij De Columbus, was het de bedoeling dat er steeds een wisselende metgezel zou meereizen. Vrienden en familie, had Anniek bedacht. Maar dat liep anders.
Ontplofte mailbox
“Ik was nog maar een paar weken onderweg, mijn dochter Nel was inmiddels alweer thuis, toen ik een interview aan een krant gaf over mijn project. Die journalist had begrepen dat ik onderweg graag met mensen zou reizen die ik nog niet kende. Mijn mailadres stond erbij. De volgende dag ontplofte mijn mailbox. Ruim vijftig mensen vertelden dat ze graag een tijdje met mij zouden meereizen. Ik belde een vriendin: wat moest ik doen? Eigenlijk leek me het wel leuk om een tijdje met onbekenden te reizen. Maar er moest wel een match zijn, vond ik. Daar bedacht ik samen met die vriendin een manier voor. Mensen die willen meereizen, vullen eerst een contactformulier in op mijn site Joannebus.blog. Na die eerste selectie plannen we een videogesprek via Google Meet.” Op die manier zijn inmiddels – naast vrienden en familie – vijftien onbekenden een week of langer met Anniek op pad geweest. “Die ontmoetingen vind ik zo boeiend en inspirerend. Met sommige mensen raak ik niet uitgepraat, dan zitten we om twee uur ’s nachts nog te kletsen. Vooral mensen van boven de zestig hebben meestal al het een en ander meegemaakt in hun leven. Maar er gaan ook mensen mee die veel jonger zijn dan ik, hoor. De jongste was 28.”
Van ziek naar gezond
Anniek is 72, maar nog hartstikke fit. Geen enkel probleem dus om de komende tien jaar met haar bus rond te reizen. “Ik ben mijn hele leven bezig geweest met mijn gezondheid,” zegt ze. Daarachter gaat een tragische reden schuil: “Mijn ouders verloren hun oudste kind door een verkeerde inschatting van de huisarts. Mijn broer was ziek, maar de huisarts zei dat er niets met aan de hand was. Diezelfde nacht overleed hij aan een longontsteking. Toen mijn ouders mij kregen, besloten ze om nooit meer een huisarts te vertrouwen, maar om meteen naar een kinderarts te gaan als ik ziek was. Helaas was ik vaak ziek. Ik was een jaar of vier toen de kinderarts zei dat ik een ‘luie lever’ had. Daarom mocht ik geen vetten eten: geen jus op mijn aardappelen en geen boter op mijn brood. Mijn vader leek brood zonder boter en aardappelen zonder jus helemaal niet lekker. Daardoor at ik weinig brood, en sowieso niet veel koolhydraten. Ik ben ook geen zoetekauw. Omdat ik niet veel van dat soort dikmakers at, ben ik altijd slank gebleven. Nog steeds loop ik hard en doe ik elke ochtend in de bus in een aantal oefeningen: van horizontaal – vanuit mijn bed – naar verticaal. Verder kook ik graag gezond en eet ik geen bewerkte voeding.”
Hier aan de kust…
Terug naar de periode waarin Anniek plannen maakte om met haar bus te gaan rondreizen. Ze besloot om langs de Europese kust te trekken. Waarom? “Ik woon in België aan de kust. Ik heb een grote liefde voor water en ben gek op de zee. Dus die keuze was snel gemaakt, en ik ben nog steeds blij met deze beslissing. Al meteen toen ik die eerste dagen met mijn dochter langs de Normandische kust reed, werd ik zo overweldigd door het uitzicht vanaf de kliffen op die prachtige, eindeloze zee. Maar ook de rest van Frankrijk en Noordwest-Spanje is tot nu toe zo geweldig geweest. De enige spelbreker vond ik het massatoerisme in en rond de kuststeden tijdens het hoogseizoen. Gelukkig lukte het steeds om iets verder weg van de kust rustige plekken te vinden. Want waar geen bars, winkels of restaurants zijn, vind je ook geen toeristen.” Anniek vindt het fijner om zoals nu, in het laagseizoen, de stranden voor zichzelf alleen te hebben. “En om contact te hebben met de plaatselijke inwoners. Die zijn altijd zo vriendelijk en behulpzaam.”
Nog tien jaar erbij graag
Want dat heeft Anniek wel geleerd over zichzelf: ze kan prima alleen zijn, zoals nu, als er geen gast met haar meereist. Bang is ze ook niet, zegt ze desgevraagd. “Nee, ik ken geen angst. Ik weet inmiddels van mezelf dat ik niet snel in paniek raak als er iets gebeurt. Integendeel: ik kom dan in een soort zen-modus, waarin ik goed kan nadenken over een oplossing.” Dus ze ziet zichzelf in de komende tien jaar écht nog met de Joanne rondreizen? “Het liefste wel. Al heb ik geen plan of doel, alleen een richting. Over tien jaar ben ik 82. Wat ik daarna wil doen? Dat weet ik nog niet. Ik zie mezelf eerlijk gezegd dan niet meer in zo’n grote bus rondrijden. Maar ik wil ook nóóit terecht komen in een verpleeghuis. Daar moet ik niet aan denken. Ik zou mijn leven op dit moment een rapportcijfer tien geven, terwijl dat in mijn periode van het lofthotel een vier was. Dus ik blijf voorlopig de kusten van Europa volgen, met steeds de zee aan mijn rechterhand. Zo lang als ik kan.”
Foto: prive-bezit
LEES OOK

Uit andere media