Kris (40) is dolgelukkig in haar eentje: ‘Niks rammelende eierstokken’

Kris (40) wil geen relatie. Ze wil gewoon vrij zijn en af en toe een avontuurtje beleven. Tot onbegrip van haar omgeving. “Elke maand komt wel weer de vraag: wanneer word jíj nu eens gelukkig?”

Kris: “‘O schat, wat fijn, nu komt het toch nog goed’, zei mijn moeder toen ze acht jaar geleden lucht kreeg van een tijdelijk avontuurtje. Het was niet de bedoeling dat ze van Martin wist. Ik kende hem via een datingsite en vond het gezellig om af en toe met hem te te eten, maar aan een relatie had geen van ons beiden behoefte. Toen we mijn moeder tegenkwamen in de stad – zij op weg om te gaan winkelen, wij onderweg naar de kroeg – trok ze automatisch haar conclusie. ‘Wat een leukerd’, appte ze met een knipoog nadat we na een ongemakkelijke kus en handdruk onze wegen vervolgden. Nu ze hem toch had gezien, was het wel zo makkelijk Martin voortaan maar gewoon als vriendje aan te duiden. Gewoon om van de vragen naar de liefde af te zijn. En ja, óók toen-ie al maanden exit was en ik weer dolgelukkig in mijn eentje.”

Schaapachtig meekletsen

“Ik had nooit de droom om later te trouwen en kinderen te krijgen. Schaapachtig kletste ik mee met vriendinnetjes, wanneer zij hun Grote Dag en hun nakomelingen visualiseerden. In werkelijkheid fantaseerde ik over heel andere dingen. Ik wilde tekenen, waarin ik de beste was van iedereen. Een huis en tuin vol dieren. Van ontwerpen hield ik wel, dus als zij droomden van prinsessenjurken en babyperikelen, bedacht ik de trouwlocatie. Of ik maakte er een kunstwerk van, met mijn gedroomde hond en kippen in de achtergrond.
Op de middelbare school had ik af en toe een vriendje. Best gezellig vond ik dat, maar het was meer voor de buitenwereld. Zo hoorde het nu eenmaal. Na een keertje zoenen in de bioscoop en friemelen in het fietsenhok was ik het doorgaans wel weer beu, en breide er een eind aan. Het liefst deed ik dingen met vriendinnen en werkte ik aan mijn kunst. Dat hield ik vol tot op de kunstacademie. Daarna kwamen de vragen.
Waar vriendinnen gingen samenwonen of op z’n minst een vaste relatie hadden, lonkte bij mij de vrijheid meer dan ooit. Iets waar mijn omgeving weinig van begreep. “Jouw tijd komt nog wel”, susten mijn broers. “En dan krijg je van ons je trouwjurk”, popelden mijn ouders. Een relatie is nog altijd de norm. Dat je zonder minstens zo content bent, gaat er bij veel mensen niet in.”

Wijn en onenightstands

“De eerste stellen in mijn omgeving tekenden gretig voor Vinex-huizen en vaste banen. Zaken waar ik de zenuwen van kreeg. Als zzp’er in de kunst leefde ik met de dag en ik was niet van plan dat op te geven. Mijn rommelige bovenwoning met drie katers voelde als een vrijstaat naast de strak gestuukte muren en designkeukens van mijn vrienden. En terwijl ik mijn weekends nog altijd vulde met wijn en soms een onenightstand, struinden zij met nieuw verworven hypotheken over meubelboulevards.
De eerste baby’s kwamen en hoe lief ik ze ook vond, ik voelde het niet. Niks rammelende eierstokken en nesteldrang, ik pakte liever een rugzak en vertrok een maand naar Namibië. Vriendschap en liefde waren een vloeibaar geheel in mijn leven. Een beetje zoals in de seventies. Vrijheid, blijheid. Een parallelle wereld naast die van mijn vriendinnen mét gezin. En zo verwaterden in de loop der jaren de meeste contacten.
Zo onstuimig als ik was toen ik in de twintig en begin dertig was, is mijn leven inmiddels niet meer. Ook ik heb nu vastigheid, maar in een andere vorm dan mijn familie graag zou zien. Mijn etage kon ik kopen toen het verhuurbedrijf de woningen afstootte, en zo woon ik met een kleine hypotheek heel prima, in mijn eentje. Hoewel ik nog steeds werk als zelfstandige, heb ik daarnaast een parttime vaste baan. Ik heb een auto, ook al is het een oudje. En ik heb een piepkleine pensioenpot opgebouwd.”

Interventies van blote kindervoeten

“Ik heb alleen geen partner- of kinderwens. En dat maakt mijn familie wat meewarig. Op zijn sterfbed, twee jaar geleden – mijn ouders waren ondertussen goed en wel op de hoogte dat Martin nooit een blijvertje was geworden – pakte mijn vader mijn handen en zei: ‘Blijf vertrouwen houden, Kris, je komt de liefde echt nog tegen.’ Mijn moeder sprak hem op haar beurt bemoedigend toe: ‘Ik zorg voor haar, schat, maak je geen zorgen.’ Ik was achtendertig en kon wel gillen: ik kan príma voor mezelf zorgen, en die liefde heb ik al, in de vorm van hechte, onvoorwaardelijke vriendschappen. Ik ben volmaakt gelukkig!
Onder die vrienden bevinden zich nu trouwens wel wat gezinnen. Die accepteren me zoals ik ben en genieten wanneer ik een feestje geef waar het eens níét wemelt van de kinderen. Waar soms zelfs weleens een blowtje wordt gerookt zonder angst voor Jeugdzorg op de stoep en interventies van blote kindervoeten in pyjama. Andersom ben ik dol op hun kroost. Voor de dochters van twee vriendinnen ben ik een suikertante. Ze staan te springen achter de voordeur als ze weten dat ik kom. Niet in de laatste plaats omdat ze weten dat er altijd wel een cadeautje uit mijn tas tevoorschijn komt.”
Soms komen ze een weekendje logeren. Dan kunnen mijn vriendinnen zorgeloos op pad en zit ik zo een hele zaterdag te knutselen. Dan mogen ze daarna bij mij in bed en eten we chips tussen de lakens. Op die manier heb ik wel de lusten, maar niet de lasten. “Want die zijn er natuurlijk ook, in een gezinsconstructie. Maar zoals het nog altijd taboe lijkt om geen gezin of zelfs een man te willen, mag je de last van ‘het perfecte plaatje’ ook niet benoemen.”

Harde tante

“Mijn twee oudere broers zijn allebei getrouwd. Hun levens laten zich samenvatten in seksloos, saai en stationwagons. En hoewel ik zie en respecteer dat veel mensen daar ongelooflijk gelukkig van worden, heb ik geen van beiden ooit betrapt op wat levensvreugde. De huwelijken zijn kil, de kinderen vaak lastig, de ouders constant op het punt van een burn-out. Daar zit je dan, in je hoeksteen van de samenleving. Toch zijn zij degenen met de boel op de rit, in de ogen van mijn moeder.
Terwijl ik op elke familiebijeenkomst weer een sneer krijg. ‘Nog steeds geen man in beeld?’, hoor ik dan. ‘Straks word je nog een ouwe vrijster.’ ‘Wanneer word jíj nu eens gelukkig?’ Of, zoals een oom eens zei: ‘Je moet het die mannen ook niet zo moeilijk maken, van te lang alleen zijn word je een harde tante.’ Een nichtje, nota bene jonger dan ik, presteerde het zelfs te vragen of ik misschien lesbisch ben. Alsof dat mijn gebrek aan een partner- of kinderwens zou verklaren. ‘Dan had ik nu in elk geval geen vrouw gehad’, antwoordde ik bits, ‘want ik ben dolgelukkig in mijn eentje.’
Al die oordelen kunnen me soms wel onzeker maken. Want ook collega’s noemen me de eeuwige vrijgezel. Wat gek, denk ik dan, ik noem hen toch ook niet de eeuwige getrouwden? Maar ondertussen knaagt op zo’n moment wel dat stemmetje. Mankeer ik iets? Is het slecht dat de standaard hokjes mij niet passen? Veel aandacht van mannen krijg ik niet, maar ik ben ervan overtuigd dat dat niet komt doordat ik raar of onaantrekkelijk ben, maar simpelweg doordat ik uitstraal dat ik niet open sta voor een relatie. Vooral nu ik veertig ben, slaat de twijfel weleens toe.”

Groot vangnet

“Dit is echt mijn allerlaatste kans om moeder te worden, weet ik zeker dat ik dit niet wil? En wat als de rammelende eierstokken over een jaar toch toeslaan, heb ik dan de boot gemist? Wat als ik wél behoefte krijg aan een partner, maar niet in staat ben om samen te leven omdat ik mijn hele leven alleen ben geweest? En wat als ik hulpbehoevend word en niemand heb om voor me te zorgen? Allemaal onzin natuurlijk, want mijn vangnet is groot. En als ik alsnog liefde tegen het lijf loop, gebeurt dat omdat ik er op dát moment klaar voor ben. In welke vorm we het dan gieten, zien we dan wel weer.
Het ergste vind ik dat ik mijn moeder teleurstel. Ik heb losgelaten dat ik haar ideaalplaatje moet vervullen, maar het doet me pijn dat zíj daar verdriet van heeft. Ik kan haar overtuigingen niet veranderen. Toch zou het me helpen als ze rust zou vinden in het feit dat ik nu eenmaal liever alleen door het leven ga. In de traditionele zin van het woord dan, want mijn seksleven is waarschijnlijk actiever dan dat van mijn vriendinnen mét een relatie. En de avonden die ik alleen op de bank doorbreng, zijn in een maand op één hand te tellen.”

Ineens een pionier

“In mijn oude vriendengroep zijn de eerste stellen inmiddels gescheiden. Eén van mijn vriendinnen van toen kwam ik onlangs nog tegen. ‘Dat heb je toch niet gek bekeken’, zei ze, lachend als een boer met kiespijn. ‘Maar ja, die wijsheid komt altijd achteraf.’ Ik vond het rot voor haar dat dat was wat ze voelde. Want daarmee diskwalificeerde ze haar hele huwelijk én moederschap. Ooit hadden die haar toch gelukkig gemaakt?
Ik heb nooit gekozen voor een single bestaan omdat ik niet geloof in liefde of het gezinsbestaan. Ik hou van veel mensen ongelooflijk veel. Ik ben alleen nog niemand tegengekomen aan wie ik me wil binden. Het had evengoed anders kunnen lopen. Dan had ik nu misschien wel in haar schoenen gestaan. Gek genoeg leek het haar te troosten toen ik dat met haar deelde. ‘Was ik maar zo sterk als jij’, antwoordde ze. Ik had me nooit gerealiseerd dat anderen me ook op die manier zagen, in plaats van alleen als eeuwige vrijgezel.
Het is bijzonder hoe de kaarten plotseling anders liggen. Was ik vroeger in de ogen van veel mensen een laatbloeier, nu ben ik opeens een pionier. Een voorbeeld voor vers gescheiden vrouwen die hunkeren naar de onafhankelijkheid die ik heb. Ik grinnik erom en geniet van hun gezelschap. Ik heb vaak genoeg moeten zoeken naar vriendinnen in mijn schuitje. Wie weet hoe lang het duurt, misschien kom ík straks zomaar de ware tegen.”

Tekst: Jorinde Benner. Om privacyredenen zijn alle namen veranderd, De echte namen zijn bekend bij de redactie.​​​​​​

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde artikelen