Hoe weet je of je kind gepest wordt? Let op déze signalen – en dit kun je doen
Het is de nachtmerrie van iedere ouder: ontdekken dat je kind wordt gepest. Wat zijn de signalen, waar moet je op letten en wat kun je doen?
1. Wat zijn signalen van pestgedrag?
“Pesten begint vaak subtiel”, zegt Mirelle Valentijn, oprichter van Kenniscentrum Omgaan met Pesten. “Je ziet het niet altijd meteen. Kinderen veranderen langzaam: ze maken zich kleiner, trekken zich terug, maken minder oogcontact of praten minder. Vooral in omgevingen waar ze zich onveilig voelen – zoals op school of sport –, wordt dat zichtbaar. Ouders merken vaak dat hun kind minder afspreekt, stiller wordt of somberder oogt. Soms zijn er fysieke signalen: buikpijn, slecht slapen of concentratieproblemen. Ook kapotte spullen met een vaag verhaal kunnen een aanwijzing zijn. Omdat het geleidelijk aan erger wordt, is herkennen en signaleren van pesten topsport.”
2. Waar moet je op letten als ouder?
“Op veranderingen, niet op één moment, let op een patroon. Zie je dat je kind zich anders gedraagt, minder plezier heeft of sneller boos wordt? Dan is het belangrijk om nieuwsgierig te blijven. Ook opvallend gedrag zoals pleasen, clownesk doen of juist agressief reageren kan een signaal zijn van onderliggende onzekerheid of een reactie op nare ervaringen. Sommige kinderen vallen als gevolg van pesten terug in hun ontwikkeling of ontwikkelen angsten die steeds groter worden. Vraag niet direct: word je gepest? Maar praat over de manier waarop kinderen met elkaar en elkaars grenzen omgaan. Dat maakt het gesprek veiliger en kinderen delen meer.”
3. Waarom verzwijgt een kind soms dat het wordt gepest?
“Schaamte speelt een grote rol. Kinderen denken: wat is er mis met mij? Daarnaast zijn ze bang dat ouders ingrijpen of het probleem erger wordt. Sommige kinderen willen hun ouders niet belasten of weten simpelweg niet hoe ze moeten uitleggen wat er gebeurt. En er zijn ook kinderen die denken: ik los het zelf wel op. Dat is een soort overlevingsstrategie.”
Waarom wordt er gepest?
Mirelle Valentijn: “Pestgedrag kent verschillende oorzaken. Een belangrijke is frustratie. Kinderen die bijvoorbeeld door leerproblemen of onzekerheid zelf niet lekker in hun vel zitten, kunnen hun spanning afreageren op een ander. Dat geeft een gevoel van ontlading, controle of macht, wat het gedrag kan versterken. Daarnaast speelt aangeleerd gedrag een rol. Kinderen die opgroeien in een omgeving waar agressie, onveiligheid of weinig structuur is, nemen dit gedrag soms mee naar school of andere groepen. Een derde belangrijke factor is een verstoorde groepsdynamiek. In een groep die niet goed wordt begeleid, komt pesten vaker voor. Pesten kan ‘lonen voor de pester’, omdat het status geeft. Tot slot speelt ook erbij willen horen een rol. Kinderen doen soms mee met pesten om zelf niet buiten de groep te vallen of om geen slachtoffer te worden. Pesten is zelden een opzichzelfstaand probleem: het is een samenspel van individuen én de groep.”
Niet makkelijk aansluiting
Jeroen (40): “Vorig jaar merkten we dat Mats (11) niet altijd makkelijk aansluiting vond. Hij sprak niet vaak af en als hij eens vroeg om te spelen, kreeg hij ook weleens ‘nee’. In de klas gebeurden soms dingen die hem raakten, zoals opmerkingen over zijn waterwratjes. Op advies van zijn juf heeft hij een Sta Sterk training gedaan. Niet omdat het echt misging, maar om te voorkomen dat hij een mikpunt zou worden van pesters. Omdat mijn vrouw vroeger zelf gepest is, wilden we dit voor zijn. Het verandert zijn karakter niet, maar geeft hem wel handvatten. De training helpt hem om sterker te staan, voor zichzelf op te komen en te voelen: ik mag er zijn. Door de oefeningen die we samen hebben gedaan, is het thuis ook makkelijker geworden om het over weerbaarheid te hebben.”
Elke dag huilend naar huis
Karine (41): “Pas onlangs vertelde Alice (9) dat ze vorig jaar elke dag huilend naar huis fietste en vlak voor de poort haar tranen wegveegde. Dat brak mijn hart. Ik voelde al langer dat het op school niet goed met haar ging. Het begon met kleine signalen: niemand wilde met haar spelen, ze werd niet uitgenodigd voor feestjes. Eén dominant meisje bepaalde de sfeer in de klas en de andere meisjes volgden onder haar druk. Ze mochten van haar niet met Alice spelen. Ze trok zich steeds verder terug en bleek in de pauzes alleen, huilend op een bankje te zitten. Ik heb de school ingeschakeld en zelfs de moeder van dat meisje gebeld, maar er gebeurde niets. Toen ik zelf een ochtend meekeek en voelde hoe kil het was, wist ik: dit moet stoppen. Ik heb een andere school voor haar gezocht en in een Sta Sterk Training hebben we geleerd hoe ze kan omgaan met andersmans gedrag. Vanaf dag één voelde ze zich op haar gemak in haar nieuwe klas, ze heeft vriendinnen gemaakt en is weer vrolijk en enthousiast. Soms hebben we het samen nog over die vervelende tijd, ik help haar opmerkingen van anderen te filteren en positief assertief te blijven.”
Drie jaar gepest
Maartje (49): “Toen we in groep 5 ontdekten dat Daan (nu 12) al drie jaar werd gepest, zakte de grond onder mijn voeten vandaan. Wat moet hij zich al die tijd eenzaam hebben gevoeld. Hoe heb ik dit kunnen missen? De jaren daarvoor lag de focus op zijn heftige en ongecontroleerde gedrag. Ik dacht dat ik hem in het gareel moest krijgen. In de klas zijn verschillende interventies ingezet om de groepsdynamiek te herstellen. Er werd een groepje kinderen gevraagd om Daan te ondersteunen. Als het niet goed met hem ging, konden zij hulp inschakelen. Met behulp van externe begeleiding leerden we hem om zijn eigen emoties beter te herkennen en ermee om te gaan. Daarbij werkte hij met een ‘thermometer’ om signalen van oplopende spanning eerder te voelen, zodat hij op tijd afstand kon nemen of hulp kon vragen. Waar ik hoopte dat het na de basisschool beter zou gaan, bleek het pesten ook in de brugklas aan de orde te zijn. Daan wil het vaak zelf oplossen en vertelt het daarom niet altijd als er iets speelt. Thuis trekt hij zich dan terug in gamen. Dat is voor mij een duidelijk signaal om een gesprek met hem aan te gaan. Ik begrijp steeds beter dat dit iets anders van mij vraagt: niet reageren vanuit mijn eerste emotie, maar vanuit rust en overzicht. Het helpt om rustig naast hem te gaan liggen, zonder vragen of aannames, en voorbij het zichtbare gedrag te kijken. Dan kan ik hem geven wat hij nodig heeft: veiligheid en het gevoel dat hij er niet alleen voor staat. Zodat hij weet dat hij alles met mij kan delen en we samen kunnen kijken wat hij nodig heeft.”
Jongens versus meisje
Hoewel ieder kind anders is, zijn er wel verschillen zichtbaar in hoe jongens en meisjes pesten.
• Jongens pesten vaker openlijk en direct. Denk aan fysiek gedrag, schelden of uitdagen. In groepen speelt competitie een grote rol: wie is het sterkst, wie heeft de meeste invloed? Slachtoffers worden soms gekozen op basis van fysieke zwakte of ‘anders zijn’.
• Meisjes pesten vaker indirect en relationeel. Dat gebeurt subtieler: roddelen, buitensluiten of iemand negeren. Juist die onzichtbaarheid maakt het moeilijk te signaleren. Een kind kan zich volledig buitengesloten voelen zonder dat er openlijk iets gebeurt. Bij meisjes draait het vaker om relaties en sociale status, terwijl bij jongens macht en competitie een grotere rol spelen. Deze twee vormen doen evenveel pijn. Waar fysiek pesten zichtbaar is, kan relationeel pesten diep ingrijpen in het zelfbeeld van een kind. Het gevoel er niet bij te horen, kan minstens zo schadelijk zijn.
Dit kun je als ouder doen
Pesten los je niet in één keer op. Het vraagt tijd en samenwerking. Maar als ouder kun je wel verschil maken door er vroeg bij te zijn en je kind te ondersteunen. Mirelle Valentijn licht een aantal stappen toe:
1. Signaleren en in gesprek gaan
Wacht niet tot je kind zelf iets vertelt. Stel open vragen, zoals: hoe gaat het in de klas? Hoe gaan jullie met elkaar om? Dat voelt veiliger dan direct vragen naar pesten. Probeer nieuwsgierig te blijven zonder meteen oplossingen te geven. Vraag door: wat gebeurde er? Wat dacht je? Wat voelde je? Wat deed of zei je en hoe reageerden anderen? Zo help je je kind om zelf inzicht te krijgen.
2. Observeren
Kijk eens mee bij een feestje, sport of andere sociale momenten. Hoe beweegt je kind zich in een groep? Welke rol neemt het aan? Een vakantie is een uitgelezen moment om te kijken wat voor gedrag je kind in een nieuwe groep vertoont.
3. Vaardigheden ontwikkelen
Help je kind ook om vaardigheden te ontwikkelen, zoals grenzen aangeven en steviger staan (zowel in houding als stemgebruik en woordkeuze). Een ik-boodschap werkt goed. Een jij-boodschap lokt vaak extra pestgedrag uit. Dit kunnen kinderen ook leren op een Sta Sterk training.
4. Oefen lastige situaties
Oefen lastige situaties. Niet alleen praten, maar ook samen situaties naspelen. Dat kan wat vreemd voelen, maar het is echt zinvol.
5. Werk aan het zelfvertrouwen
Werk aan het zelfvertrouwen van je kind. Geef oprechte complimenten, ontdek waar je kind positieve ervaringen kan opdoen in contact met leeftijdsgenoten en laat voelen: je mag er zijn met je sterke en minder sterke kanten. Laat voelen: je bent goed zoals je bent.
6. Blijf in contact met school
Blijf in contact met school of andere volwassenen. Vraag hoe zij je kind zien in de groep en waarin je kind zich kan ontwikkelen en hoe zij daarbij kunnen helpen.
7. Samen nadenken over een oplossing
Zorg dat je kind weet dat het altijd bij je terechtkan om samen na te denken over een oplossing voor een lastige situatie. Door zelf open te zijn over lastige situaties (ook uit je eigen leven), verlaag je de drempel om te praten.
En dit helpt niet
Goedbedoelde adviezen kunnen averechts werken. Zeggen: ‘Sla maar terug’ of ‘negeer het gewoon’ helpt meestal niet. Het kan de situatie juist laten escaleren of het kind het gevoel geven dat het er alleen voor staat. Te snel ingrijpen zonder je kind te betrekken, kan het vertrouwen schaden. Luisteren is belangrijker dan oplossen. Pesten oplossen kost tijd en vraagt om een plan van aanpak gericht op alle betrokkenen.
Verschillende vormen van pestgedrag
Pesten kent veel verschillende vormen, en die zijn niet altijd zichtbaar.
Openlijk pesten is het meest herkenbaar:
• Schelden of kwetsende opmerkingen
• Fysiek geweld zoals duwen of slaan
• Iemand uitlachen of belachelijk maken
Maar er is ook verborgen pesten, dat vaak onder de radar blijft:
• Roddelen of achter iemands rug om praten
• Iemand negeren of buitensluiten
• Appgroepen waar iemand bewust niet in zit
Sociaal pesten:
• Niet gekozen worden bij activiteiten
• Niet uitgenodigd worden voor feestjes
• Structureel buiten de groep vallen
Online pesten
• Gemene berichten of reacties
• Foto’s of filmpjes verspreiden
• Iemand uitsluiten in digitale groepen
Vaak lopen online en offline pesten in elkaar over.
Rollen van pesten
• Slachtoffer
• Pester
• Verdediger
• Meeloper
• Aanmoediger
• Buitenstaander
Pesten gebeurt dus zelden één-op-één. Het is een groepsproces waarin meerdere kinderen een rol spelen. Juist daarom is het zo belangrijk om verder te kijken dan alleen het zichtbare gedrag.
Pesten op school: de cijfers
• In het basisonderwijs geeft 17% van de leerlingen aan weleens gepest te worden.
• In het voortgezet onderwijs zegt 9% van de leerlingen gepest te worden (minstens maandelijks tot dagelijks).
• Daarnaast wordt 7% van de leerlingen in het voortgezet onderwijs soms gepest (minder dan één keer per maand).
In vergelijking met 2018 zijn de cijfers over pesten over het geheel stabiel gebleven.
Deze gegevens zijn afkomstig uit de Landelijke Veiligheidsmonitor, waarin elke 2 jaar het veiligheidsgevoel van leerlingen en personeel in het primair en voortgezet onderwijs in kaart wordt gebracht.
Bronnen: Nederlands Jeugdinstituut, Nji.nl
Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.
LEES OOK

Uit andere media