Makelaar Mandy: ‘Een uur later staat Robbert buiten op me te wachten’
Mandy (33) is single en werkt als makelaar in een middelgrote stad. Haar liefdesleven is allesbehalve rustig: ze is verliefd op haar biseksuele, getrouwde buurman Tijn, heeft een crush op collega Maureen én onderhoudt in het geheim een seksuele relatie met een bekende Nederlander.
Volg elke doordeweekse dag haar avonturen op Vriendin.nl.
Donderdag 9 april
Vanochtend krijg ik een appje van mijn moeder waar op het eerste gezicht niets mis mee is. En juist daardoor lijkt het verdacht.
Vik had het natuurlijk weer drukker dan gedacht voor het tuincentrum. Maar ja hoor. Ik red me wel.
Ik lees het terwijl ik nog in bed lig en voel meteen dat kleine irritante prikje in mijn buik. Mijn moeder heeft een speciaal talent om drie passief-agressieve lagen in één appje te stoppen. En het dan ook nog zo te laten lijken dat zij degene is die de redelijkheid zelve belichaamt.
Ik typ terug: Fijn mam. Ik kom snel weer langs.
Dat is laf en vaag, maar voor negen uur ’s ochtends is het even genoeg.
Druk en saai
Op kantoor is het druk en saai tegelijk, wat misschien wel de meest vermoeiende combinatie is. Eva schuift weer door de ruimte alsof ze al voor de helft op Nicks visitekaartje woont, ik werk een paar mails weg en probeer intussen niet te veel aan gisteren te denken. Aan de BN’er. Aan zijn hand op mijn been. Aan dat zinnetje over zijn kennissen. Aan hoe fijn het is als iemand je wil helpen en hoe naar het voelt als je meteen bang wordt dat daar een prijskaartje aan hangt.
Robbert
Rond lunchtijd trilt mijn telefoon.
Robbert.
Yamas! Ben weer terug uit Athene. Spiritueel niks geleerd behalve dat knoflook in alles kan. Zelfs in je poriën, denk ik. Heb jij vanmiddag tijd of ben je druk bezig een vastgoedimperium op te bouwen?
Ik moet meteen lachen.
Ik stuur terug: Dat tweede vooral. Maar ik heb eind van de middag wel tijd.
Hij antwoordt direct.
Mooi. Ik heb een cadeautje voor je meegenomen. Niet schrikken, het is cultureel verantwoord en waarschijnlijk heel lelijk.
Tegen het boze oog
Een uur later staat hij buiten in zijn Nissan Pathfinder te wachten. Dat ding is zo groot dat het lijkt alsof hij niet rijdt maar op expeditie gaat. Robbert zelf stapt uit met zijn gebruinde kop en een grijns van iemand die geen idee heeft hoeveel prettiger hij een dag maakt.
‘Zo,’ zegt hij. ‘Daar is mijn favoriete makelaar.’
‘Je enige makelaar.’
‘Dat zeg jij steeds, maar ik vind het nogal gesloten denken.’
Hij drukt iets in mijn hand. Een lullig sleutelhanger-oog in blauw en wit, zo’n Grieks beschermingsdingetje waarvan je meteen ziet dat het in de winkel op een toeristische plank naast koelkastmagneten heeft gehangen.
‘Voor tegen het boze oog,’ zegt hij plechtig.
‘Maar het helpt blijkbaar niet tegen een slechte smaak.’
‘Nee, die was al uitverkocht.’
Pand
We stappen in. Zijn auto ruikt naar zon, pepermunt en een heel lichte restwalm van knoflook die hij zelf blijkbaar nog niet doorheeft.
‘Dus,’ zegt hij terwijl hij wegrijdt, ‘welk vastgoedimperium bouwen we vandaag?’
Ik wil eerst iets luchtigs zeggen. Iets afhoudends. Ik ben er nog niet uit of ik hem wil vertellen over het hoekpandje. Maar ineens heb ik daar geen zin in.
‘Ik heb een pand gezien,’ zeg ik.
Hij kijkt opzij. ‘Echt?’
‘Ja.’
‘En?’
Ik haal mijn schouders op. ‘Ik weet het niet goed. Het is klein. Beetje schraal. Maar wel zichtbaar. En ik blijf er maar aan denken.’
‘Dan gaan we kijken, mevrouwtje Makelaar. Nu meteen. Wat is het adres?’
Het klinkt eenvoudig als hij dat zegt. In ieder geval klinkt het niet alsof hij zich aanbiedt als redder, niet alsof hij zich ergens tussen wurmt, gewoon alsof hij denkt: nou, dan rijden we daar toch even heen.
Dat is misschien wel precies waarom ik Robbert zo leuk vind.
Niet kansloos
Bij het pand stappen we uit en Robbert zet meteen twee passen achteruit om de gevel te bekijken.
‘Hm,’ zegt hij.
‘Wat hm?’
‘Hm is vaktaal.’
‘Voor?’
‘Voor: hier moet wat liefde tegenaan, maar het is niet kansloos.’
Ik moet lachen. ‘Jij bent hier de aannemer.’
We loeren door de pui naar binnen en Robbert doet precies wat ik hoopte dat hij zou doen. Geen gewichtig gedoe. Geen dromerige praat.
‘Deze vloer moet eruit.’
‘Zo erg?’
‘Als jij hier serieus klanten op ontvangt, denken mensen dat je ze huizen uit 1998 gaat aansmeren met een leeuwenbeeld in de tuin.’
Hij wijst naar de achterwand. ‘Daar kun je best iets slims mee. Kast, archief, koffiehoek. En die pui aan de voorkant moet je niet dichtproppen met te veel onzin. Gewoon rustig. Anders wordt het een reisbureau uit 2004.’
‘Wat fijn dat jij altijd zo liefdevol formuleert.’
‘Dat doe ik speciaal voor jou.’
Niet heel chic
Hij tuurt verder, bukt bij het kozijn, tikt op het hout en kijkt dan goed naar boven. ‘Het goeie eraan is: het hoeft niet heel chic. Het moet vooral van jou voelen. Klein beginnen is niet erg. Liever klein en goed dan groot en halfbakken.’
Die zin blijft hangen.
Misschien omdat hij hem zegt zonder betweterigheid. Zonder je moet dit doen of dit is je kans. Het is gewoon een observatie van iemand die dagelijks muren openbreekt en blijkbaar dus ook vrij goed ziet wanneer iets fundament heeft.
Licht
We staan later weer voor het stoepje en ik voel me lichter dan toen ik hier laatst in mijn eentje stond.
‘Je vindt het leuk,’ zegt Robbert.
‘Ja.’
‘En je vindt het eng.’
‘Ja.’
Hij knikt. ‘Lijkt me gezond.’
Ik kijk hem aan en voel weer waarom hij zo fijn is. Licht. Onverwacht gezellig. Geen claim. Geen gepsychologiseer. Gewoon een man die in een veel te grote auto stapt om met je mee te kijken naar een pand omdat dat spannend voor je is.
Toch weet ik heel zeker dat Robbert niet de man is met wie ik zou willen bouwen. Daarvoor waait hij me te veel. Robbert hoort bij plezier, bij ranzige grapjes over Griekse knoflook en te grote auto’s. Niet bij thuiskomen.
Vriendenprijs
Als hij me aan het eind van de middag afzet, hangt het lullige blauwe oog al aan mijn sleutelbos en zegt hij: ‘Als je dit pand neemt, kom ik wel een keer iets slopen voor een vriendenprijs.’
‘Wat kost dat?’ Ik schrik.
‘Minimaal twee bitterballen en eeuwige bewondering.’
‘Dat red ik wel,’ zeg ik opgelucht.
En als ik uitstap, denk ik aan mijn moeder, aan Vik, aan mannen die blijven hangen en waar je niet mee vooruit komt. En dat er dan een Robbert in je leven komt die je gewoon door zichzelf te zijn veel meer voor je doet dan al die anderen bij elkaar.

Saskia
Wist je dat je Mandy’s vriendin Saskia nu ook wekelijks kunt volgen? Saskia (37) is bewust single, al hecht zij aan haar vaste ‘scharrels’. Als freelance retailcoach traint zij winkelteams en doorkruist daarvoor heel Nederland. De vrijgevochten Saskia vond in makelaar Mandy haar beste vriendin, bij wie ze altijd terecht kan – al kan het soms ook flink botsen. Saskia laveert door het leven en probeert daarin de beste keuzes te maken. Maar of ze daarin slaagt?
Volg haar avonturen elke dinsdag en vrijdag in de Vriendin Club!
Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.
LEES OOK

Uit andere media
