Persoonlijke verhalen

Miranda: ‘Ik verloor mijn kind, maar niet mijn levenslust’

Het ergste wat een moeder kan meemaken, overkwam Miranda. Haar zoon Robin (27) overleed plotseling. Toch kan Miranda nog genieten van het leven. “Ik ben zo gelukkig als ik kan zijn onder de omstandigheden. Het ergste wat me kon overkomen, is al gebeurd.”

Miranda: “Het was  11 april 2015, kwart over drie ’s nachts, toen de telefoon ging. Slaperig nam ik op en hoorde de stem van mijn zoon Wesley. Wat hij zei, was niet te bevatten: mijn oudste zoon Robin, die toen 27 was, had een ongeluk gehad. Hij lag in coma op de intensive care en het kwam niet meer goed. Hun vader, van wie ik gescheiden ben, was al in het ziekenhuis in Zwolle. Er brak een dag aan die mijn leven voorgoed zou veranderen.

Ik wilde zo snel mogelijk naar Robin toe, maar omdat ik op Vlieland woon, moest ik vier uur wachten tot de eerste boot vertrok. Mijn gevoel schakelde ik uit, ik wilde ook niet getroost worden. Alles deed ik op de automatische piloot. Ik was altijd een ongeduldige betweter, die overal een oplossing voor had. Maar nu wist ik het echt niet meer. Voor dit drama was geen oplossing. Ik kon alleen maar hopen dat het toch nog goed zou komen.”

Kwetsbaar in ziekenhuis
“Op internet vond ik foto’s van het ongeluk. Een ambulance, Robins fiets die op de weg lag. Robin zelf zag ik gelukkig niet. Hij was in zijn stamcafé geweest en op weg naar huis aangereden door een auto. Hij was meteen buiten bewustzijn geweest. Toen ik bij het ziekenhuis aankwam, was Robin al opgegeven. Ik liep de kamer binnen en zag hem liggen aan de beademing, met een lichtblauw ziekenhuishemd om zijn grote, sterke lijf.

Hij zag er heel kwetsbaar uit. Ik kuste zijn wang, fluisterde dat mama er eindelijk was. Dat het me speet dat ik er niet eerder kon zijn. Dat hij mocht uitrusten en dat ik voor hem ging zorgen. Ik kon niet geloven wat de dokter zei: dat er geen enkele hoop meer was.”

‘Ik vind het mooi om te weten dat Robins hart nog altijd klopt’

Laatste adem
“Terwijl tientallen vrienden van Robin zich verzamelden op de gang, kregen wij als familie van een arts te horen dat Robin was overleden, en dat we moesten beslissen over zijn organen. We besloten Robins organen te doneren.

Robin bleef aan de beademing tot na de operatie. Het was heel raar; we namen afscheid van ons kind, leverden hem over aan de doktoren en wisten dat ze zijn lichaam gingen ‘leeghalen’ terwijl hij nog ademde. Ook al wist ik dat zijn lichaam kunstmatig op gang werd gehouden, het voelde toch heel dubbel.

De volgende ochtend kregen we Robin terug, koud en levenloos. Zijn laatste adem hebben we hem niet zien uitblazen. Of ik spijt heb van die keuze? Nee, want ik weet inmiddels
welke man Robins hart heeft gekregen. Ik vind het mooi te weten dat Robins hart nog altijd klopt en dat het goed gaat met de ontvanger. Robin was in zijn leven heel hulpvaardig. Dit paste bij hem.”

Positieve instelling
“Toen Robin pas was overleden, kon ik me niet voorstellen dat ik ooit weer gelukkig zou worden. Ik ben ook nog steeds verdrietig en denk elke dag aan Robin. Maar ik kan gewoon weer werken, verliefd worden en de mooie dingen zien van het leven. Daar ben ik blij om. Aanvankelijk voelde ik me hier schuldig over. In gedichten vroeg ik aan Robin toestemming om weer te gaan leven. Ik zeg altijd: ik ben zo gelukkig als ik kan zijn onder de omstandigheden. Honderd procent onbevangen ben ik niet meer. Maar ik voel wel nog heel sterk de drang om te leven.

Zolang je leeft, moet je zorgen dat je er het beste van maakt. Die positieve instelling zit in mijn genen. Carrière, geld en materiële dingen vind ik niet meer belangrijk. Mijn relativeringsvermogen is sky high geworden. Ik maak me niet meer druk om ruzietjes of onbenulligheden. Het ergste wat me kon overkomen, is al gebeurd. Daardoor ben ik eigenlijk nergens meer echt bang voor.”

Lees het hele verhaal in Vriendin 23.

Reageer op dit artikel