Placeholder

Knof de barmhartige dierenvriend (of niet?)

Hij is debuterend schrijver en columnist van Vriendin.nl. Thuis probeert hij behalve zijn carrière ook zijn gezin te managen. Deze week komt zijn jongste zoon binnen met een verschrikt gezicht: er ligt een zieke vogel in de tuin… Dat vraagt om een sterk staaltje vaderschap…

Hij is debuterend schrijver en columnist van Vriendin.nl. Thuis probeert hij behalve zijn carrière ook zijn gezin te managen. Deze week komt zijn jongste zoon binnen met een verschrikt gezicht: er ligt een zieke vogel in de tuin… Dat vraagt om een sterk staaltje vaderschap…

Ik lig op de bank met mijn tablet op schoot als Olle (7) ineens komt binnenrennen.

‘Hij gaat dood! Hij gaat dood!’

‘Wie?’ zeg ik zonder van de iPad op te kijken. Olle heeft wel vaker moeite om hoofd- en bijzaken te onderscheiden. De kans is vrij groot dat het slachtoffer een gewond lieveheersbeestje is, of een bij die te diep in een bloemkelk heeft gekeken.

Maar Olle sleurt me mee naar buiten. ‘Kom nou! Je moet helpen.’

In de struiken ligt een kraai, stiller dan andere vogels. Roerloos.

‘Gaat-ie dood?’ vraagt Olle en ik zie de angst in zijn ogen. Dit vraagt om vaderschap.

‘Natuurlijk niet! We gaan hem toch redden?’ Voorzichtig pak ik de vogel bij zijn vlerken. ‘Laten we hem even in de tuin leggen. Dan kan hij rustig bijkomen.’

‘Nee! Daar pakt Sam hem.’

Sam is onze poes. Sam is oud, incontinent en te dement om een gevaar te zijn voor welke vogel dan ook. Maar Olle is er niet gerust op. We leggen de vogel op het balkon.

Een half uur later loop ik naar boven om te kijken hoe het met de kraai gaat. Hij kijkt me dom aan. Dat schiet niet op zo. Misschien slaat hij spontaan zijn vleugels uit als hij de blauwe lucht ziet. Dus til ik de kraai op en leg hem op de balkonleuning.

Niks.

‘Kom op. Vliegen.’

Een zetje geef ik hem, meer niet, en toch hij schuift hij van het randje af en stort, zonder zelfs maar te proberen te vliegen, van het balkon. De klap waarmee hij neerkomt, klinkt niet eens zo heel hard. Rustig, op zijn gemakje, komt Sam aangewaggeld, zijn blik strak op de vogel gericht die doodstil op het terras ligt.

‘Kst!’ roep ik.

Sam kijkt even op, constateert dat ik het maar ben, en waggelt verder. Ik storm de trap af en hol langs een spelende Olle de tuin in. ‘Hoe is het met Kareltje?’ Hij heeft hem al een naam gegeven. ‘Goed!’ roep ik. ‘Prima! Kan niet beter!’ Ik sluit de tuindeur. Sam zit naast Kareltje. Hij heeft een poot op de vogel gelegd.

‘Wegwezen!’

Ik duw hem op zij, weg van de kraai. Sam kuiert er op zijn gemak vandoor, alsof hij al die tijd al van plan was om op te stappen. Als ik de kraai optil, blijft zijn kopje hangen.

Wat nu?

Ik grijp de vogel, zet twee snelle passen naar de groene kliko en laat hem erin vallen. Een snelle, efficiënte begrafenis.

Dan zwaait de tuindeur open. ‘Papa!’ roept Olle. ‘Hij is weg! Kareltje is weggevlogen, papa!’

Ik steek mijn duim op. ‘Hoera.’

Juichend rent Olle weer naar binnen.  Ik leg een hand op de kliko. ‘Sorry, Kareltje,’ prevel ik.

 

 

Meer van Knof lezen?

Knofs succesvolle debuut: Saladedagen

SALADEDAGEN is een onweerstaanbaar grappige en ontroerende roman over liefde, vader worden en de groeipijnen die daarbij horen. Ondanks zijn vele blunders – of misschien wel juist daardoor – weet Lennart keer op keer het hart van de lezer te winnen.
Wil je meer lezen van Knof? Bestel dit boek nu op ako.nl (zonder verzendkosten!)