Kiki: ‘We zijn te arm om te scheiden, dus wonen we nog samen’

Handenwrijvend kijken Kiki (42) en Marc (44) hoe hun huis in waarde stijgt. Dat de krapte op de huizenmarkt daarbij toeneemt, is een ver-van-hun-bed-show. Tot hun huwelijk in zwaar weer raakt en Kiki tot een schrikbarende conclusie komt: ze wil scheiden, maar kan het niet betalen.

Kiki: “Het was ons droomhuis. Het perfecte vervolg op onze droombruiloft. Nog geen week na ons ja-woord werden de bouwplannen voor een nieuwe wijk naast de onze bekendgemaakt. We vielen als een blok voor de jaren-dertigstijl. Het waren geen paleizen, maar het type waar ons oog op viel was groot genoeg voor ons en eventueel twee toekomstige kinderen. We tekenden in op het project en zetten nog geen twee maanden later onze handtekeningen op het koopcontract.
We waren eind twintig en meer bezig met het nastreven van het geijkte plaatje dan met elkaar. Het gezamenlijke doel – huisje, boompje, beestje, met genoeg geld om ten minste elk jaar te kunnen wintersporten – was wat ons bond. Wie we zelf waren, sneeuwde onder in de grootse toekomstplannen die we maakten. Ik negeerde mijn behoefte aan diepgang en geestelijke intimiteit in een relatie, Marc zette zijn zakelijke ambities opzij zonder er echt over na te denken. We waren elkaar al kwijt voordat we elkaar gevonden hadden.”

Pinterest-waardige inrichting

“Dat merkten we pas toen we ons bronzen huwelijk (acht jaar, red.) achter de rug hadden, de kinderen oud genoeg waren voor de basisschool, ons huis Pinterest-waardig was ingericht en we voor het eerst tijd hadden om weer eens om ons heen te kijken. Al onze dromen hadden we gerealiseerd. En nu? Zonder nieuw project om ons in vast te bijten, bleek alle gespreksstof opeens verdwenen. Marc trok zich steeds vaker terug in wielrennen en golf, ik breidde mijn werk uit van vierentwintig naar tweeëndertig uur. In de zorg, dus onregelmatige diensten, vaak in de avonduren of het weekend. Al snel waren we een geolied bedrijf waarin we de ‘diensten’ afwisselden. Om en om met de kinderen naar school, om de beurt kook-, kindersport- en boodschappendienst. Waar we eindelijk tijd hadden om in onze relatie te investeren, groeiden we steeds verder uit elkaar.
Ook van de seks was gaandeweg niets meer over. Vreeën we de euforie om een eerste paal in de grond, een vers gekochte keuken of een goede investering in een dakkapel er in voorgaande jaren nog vurig uit, met de klad in ons leven sloeg de sleur tussen de lakens al even hard toe.
In de tussentijd keken we wel handenwrijvend toe hoe de huizenprijzen sky high gingen. Zeker onze wijk bleek gewild. Huizen die tegelijk met het onze waren opgeleverd, gingen nu, pakweg tien jaar later, soms met wel een ton winst van de hand. Na zulk nieuws laaide het vuur tussen Marc en mij wel even op. Met zo’n bedrag zouden we kunnen investeren in een groter huis. Een nieuw project, een stap omhoog op de maatschappelijke ladder.”

Eigen takenlijsten

“Toch knaagde het steeds vaker. Was ik nog wel gelukkig? Marc en ik leefden meer als broer en zus dan als de gepassioneerde partners die we ooit waren. Ieder van ons had zijn eigen, duidelijk afgebakende takenlijst, met eigen vrienden. Op de voetbalclub van onze zoon had Marc een heuse bierkliek opgebouwd, het schoolplein was als klassenmoeder mijn domein. Ik borrelde met de buurtmoeders, Marc golfde met collega’s. De vakanties deden we al jaren met dezelfde vrienden. Oergezellig, ook voor de kinderen die allemaal in dezelfde leeftijd vielen, maar tijd voor elkaar maakten we ook daar niet.
Toen na de eerste lockdown de restaurants weer opengingen, boekte ik in een baldadige bui een sterrentent. Financieel zaten we er comfortabel genoeg bij. Marc reageerde enthousiast toen ik hem vroeg die vrijdagavond vrij te houden. Maar eenmaal aan het voorgerecht was duidelijk dat geen van ons het gesprek echt op gang kon houden. We kletsten wat obligaat over koetjes en kalfjes. Over de kinderen, inmiddels tien en twaalf. Wat roddels uit de buurt en werkperikelen. Met mijn baan in de zorg en Marcs werk in een elektronicawinkel met veel online-omzet was geen van ons langdurig door corona thuis komen te zitten. In de weken dat Marc noodgedwongen vaker thuis was, hield hij zich bezig met het thuisonderwijs van de kinderen. Als ik die dagen nachtdienst had, lag ik grotendeels in bed. Er was niets meer in ons leven dat ons nog nader tot elkaar bracht.”

Geen fladderaars

“‘Het is er gewoon niet meer, hè’, doorbrak ik een ongemakkelijke stilte met een steen in mijn maag. Niet de beste timing, aan een dis met de prijs van een gemiddeld paar gympen. Marc zweeg, maar ik zag de pijn op zijn gezicht. We hielden van elkaar, maar een goed huwelijk heeft meer nodig. Ons leven was stabiel en we maakten geen ruzie, maar we haalden ook niet het beste in elkaar naar boven. Als we heel eerlijk waren, stierven we allebei stukje bij beetje af, samen onder één dak.
In de weken na dat etentje praatten we meer dan ooit. We overwogen een open relatie, want we hadden het verder toch fijn samen? Zo hoefden we ons gezinsleven niet op te doeken, maar hadden we toch ruimte om ons los van elkaar te ontwikkelen, eigen levens op te bouwen. Maar we zijn beiden geen fladderaars. En hoe verklaar je dan naar de kinderen dat papa of mama een andere vaste partner heeft? We overwogen een lat-huwelijk, waarbij een van ons doordeweeks ergens anders zou wonen. Maar hoe langer we daarover nadachten, hoe meer dat voelde als hetvoorportaal van een scheiding. Als kop-in-het-zand-politiek voor een beslissing die we op die manier zouden uitstellen. We huilden, lachten, mopperden op elkaar en vreeën. Want ondanks onze naderende breuk, voelden we ons meer verbonden dan ooit. Verwarrend vond ik dat. Moesten we niet gewoon harder knokken? We boekten een paar online sessies bij een relatietherapeut. Die noemde ons ‘liefdevol’ en ‘respectvol’. Maar ze constateerde ook dat het klonk alsof we ons besluit om te scheiden eigenlijk al hadden genomen. Ze stelde voor de stappen daartoe te onderzoeken. Misschien kwamen gaandeweg wel gevoelens naar boven die meer duidelijkheid zouden bieden.”

Oplopende spanningen

“Duidelijkheid kwam er, maar niet in de vorm die we hoopten. Hoe we ook rekenden: uit elkaar gaan bleek zo makkelijk niet. Geen van ons beiden verdient genoeg om de ander uit te kopen uit ons huis. Het huis dan maar verkopen zodat ieder met de overwaarde en op basis van zijn eigen salaris iets nieuws kan kopen, bleek ook geen optie. De huizenprijzen liggen simpelweg te hoog. Tenzij we genoegen zouden nemen met een paar forse stappen achteruit op woonniveau. De kinderen samen op één kamer, in een slechte buurt, zonder enig comfort zoals onze kinderen hun leven lang gewend zijn. Steenrijk, straatarm – dat idee. Ook huren bleek een ingewikkeld verhaal. We verdienen allebei te veel voor een sociale huurwoning. Bovendien zijn de wachtlijsten zó lang dat de kinderen volwassen zouden zijn tegen de tijd dat we ervoor in aanmerking komen. Particuliere verhuur kent een ander euvel: verhuurders eisen een maandinkomen van minimaal vier keer de maandhuur, en daar komen Marc en ik bij lange na niet aan. Intrekken bij één van onze ouders is ondenkbaar: zo’n situatie kan met de huidige huizenmarkt zomaar jaren duren. Conclusie: we kunnen een scheiding domweg niet betalen.
Ondertussen lopen de spanningen tussen Marc en mij op. De wetenschap dat we feitelijk geen keus hebben of we samen willen zijn of niet, maakt dat de kleinste ergernissen opeens van levensbelang lijken. Zijn sporttas in de gang. Mijn rommelige kledingkast die hij moet delen met zijn vers gestreken overhemden. Onaangekondigd overwerk waar de ander zich op moet aanpassen en verschillende smaken in films, muziek en politiek. Alles wat niet overeenkomt, is nu storend. Ik heb er geen vertrouwen meer in dat we elkaar nog zullen terugvinden in de liefde.”

Tijd verdoen

“Ik heb verhalen gelezen van stellen die gescheiden zijn maar noodgedwongen onder één dak wonen. Of exen die dat zelfs vrijwillig doen, omwille van de kinderen. Ik kan het niet. Nu we het erover eens zijn dat ons huwelijk niet meer te redden valt, heb ik het nodig een nieuw bestaan op te bouwen, met de kinderen in een co-ouderschap. Een plek los van Marc. Want hoeveel ik ook om hem geef, elke dag samen in ons huis voel ik me voller en minder vrij. Ik draai zoveel mogelijk avonddiensten, Marc zoekt op zijn beurt vertier buiten de deur. In de nachten dat we samen thuis zijn, slaapt hij op een matras in ons kantoor. Een enkele vriendin lacht erom. Zegt: ‘Dat klinkt precies als mijn huwelijk. Lekker rustig, toch?’
Maar zo wil ik mijn liefdesleven niet leiden. Ik heb het gevoel dat we onze tijd verdoen. Ik gun zowel Marc als mezelf meer geluk dan dit. Al is het maar als voorbeeld voor onze kinderen. Die zijn oud genoeg om de perikelen mee te krijgen en zijn ervan op de hoogte dat het niet zo botert in ons huwelijksbootje. Daar zijn ze gek genoeg rustig onder, al hun vrienden hebben gescheiden ouders. Als we maar dichtbij elkaar blijven wonen, zeggen ze. Ze kijken vooral uit naar dubbel zoveel kerst- en verjaardagscadeaus.”

Opportunistisch

“Onlangs biechtte Marc op dat een moeder die hij kent via de voetbalclub van de kinderen hem niet helemaal onberoerd laat. Na de eerste klap tegen mijn ego, merkte ik dat ik vooral opluchting voelde. Ik zag opeens een uitweg. Als hij dolverliefd bij een ander intrekt, is ons probleem opgelost. Niet dat ik hem zal kunnen uitkopen, maar we vinden vast een oplossing. Uitstel van afrekenen en in ruil mag hij de alimentatie houden, bijvoorbeeld. Niet dat Marc extra zou moeten bijdragen voor de kinderen, we verdienen evenveel en zetten in op fiftyfifty zorg voor de kinderen. Maar dat verandert wanneer hij geen, of veel lagere, woonlasten heeft.
Ik vind het naar dat ik zo opportunistisch denk. Zo is onze relatie nooit geweest en het is niet hoe ik ben. Geld speelde nooit een rol in onze relatie. Nu dat wel zo is, wordt de band er niet beter op. Een vriendin opperde dat we ook samen een huis kunnen kopen. Zij staat voor dezelfde uitdaging met haar twee kinderen. Maar dan zit ik straks met víér kinderen in een huis dat niet volledig het mijne is. Dan kan ik net zo goed in een verstandshuwelijk blijven. Ondertussen hoop ik op een wonder. Sommige verhuurders stellen lagere inkomenseisen. Zo’n kans komt vast een keer. In de tussentijd kan ik sparen.”

Meer persoonlijke verhalen lezen? Neem nu een digitaal abonnement op Vriendin.