Jasmijn

Jasmijn is al vanaf haar jeugd depressief: ‘Ik ben niet zielig’

Jasmijn (35) is al vanaf haar vroege jeugd depressief. Dit heeft grote invloed op haar leven. “Als ik depressie krijg, voel ik mezelf afglijden.”

Jasmijn: “Als ik terugkijk, denk ik dat ik voor mijn tiende al depressief was. Ik voelde me altijd onbegrepen, ik kwam moeilijk mee met leeftijdsgenootjes, ik was vaak lamlendig, dan had ik echt nergens zin in. Ik was, denk ik, toen al vaak apathisch. Bovendien werd ik gepest, waardoor ik smoesjes verzon om niet naar school te hoeven. Op mijn dertiende ging ik voor het eerst in therapie. Ik kon mijn bed niet uitkomen, wilde niets, voelde me heel erg somber en nog altijd onbegrepen. Dat klinkt als normale puberkwalen, maar bij mij was het wel erg extreem. Mijn ouders zagen dat het niet goed ging, op school zagen ze het ook. Ik was begonnen op het gymnasium, maar zakte elke keer een niveau lager.De therapeute deed enorm haar best, maar de therapie hielp niet. Ik wilde er niet heen, gebruikte het vooral als excuus om te kunnen spijbelen. En als ik er was, begreep ik niet goed wat ik daar deed en wat het inhield. In plaats van beter, ging het alleen maar slechter met mij. Ik verweet mijn ouders dat ik van hen naar school moest, de plek waar ik me juist zo slecht voelde. Ik projecteerde mijn gevoel op hen en wilde weg. Op mijn zestiende trok ik de deur achter me dicht en verdween.”

Foute relatie

“Ik kwam terecht bij vrienden die ik tijdens het uitgaan had ontmoet, niet de beste omgeving. Bovendien kreeg ik een heel foute relatie. Hij was 32, narcistisch en manipulatief. Hij isoleerde me van mijn familie – ik had geen contact met mijn ouders – en ook van mijn vrienden. Ik woonde bij hem en was ontzettend depressief. Om te ontsnappen aan alles, draaide ik mijn dag- en nachtritme om. Overdag sliep ik, ’s nachts was ik wakker, want dan was het overal lekker rustig. Sociale situaties – waar ik door het pesten zoveel nare ervaringen mee had – vermeed ik volledig. Ik ben gelukkig nooit suïcidaal geweest, anders had ik mezelf in die periode zomaar iets aan kunnen doen.Tweeënhalf jaar duurde die relatie, tot ik zelf inzag dat die niet goed voor mij was. Het contact met mijn ouders, dat nu heel goed is, begon heel langzaam te herstellen. Ik verbrak mijn relatie en realiseerde me: dit gaat niet langer. Ik had meer in mijn mars dan niets doen, maar ik wist ook dat ik therapie nodig had om dat eruit te halen. Ik begon met deeltijdtherapie, maar als snel bleek dat dat niet genoeg was. Dus ging ik een jaar lang intern in therapie. Dat was het zwaarste jaar uit mijn leven, qua werken aan mezelf. Ontsnappen, verdwijnen, wat ik juist zo graag deed, kon daar niet. Je deelt een slaapkamer, je eet samen, je hebt drie of vier therapiesessies per dag. Als ik me niet goed voelde, moest ik mezelf toch laten zien, ik moest er dwars doorheen. Dat gaf me handvatten om straks, na de therapie, met mijn depressies te kunnen omgaan.”

Apatisch

“Het is niet altijd makkelijk uit te leggen hoe depressie voelt, en het is ook niet bij iedereen hetzelfde. Als ik depressie krijg, voel ik mezelf afglijden. Niets is meer leuk, ik ben verdrietig, ik voel me lamlendig. Dat begin is vreselijk, de angst dat je niet weet hoelang het deze keer gaat duren. Een paar maanden? Een paar jaar? Ik ben dan ook boos op mezelf, dat dit weer gebeurt. Ik vecht in eerste instantie tegen depressie. Dan probeer ik alles te blijven doen, mensen te zien, in beweging te blijven. Maar op een gegeven moment gaat dat niet meer. Dan heb ik nog voldoende energie om heel erg huilend op de bank te zitten, maar lukt het niet meer om naar buiten te gaan. De volgende stap is dat zelfs huilen niet meer lukt en ik alleen nog apathisch ben. Het liefst ontwijk ik dan alles en iedereen – al weet ik dankzij de therapie dat ik dat niet moet doen. Ik moest juist contact houden, eerlijk zijn over hoe ik me voel, structuur in de dagen houden, alleen dan kan ik ermee omgaan en er weer uitkomen.Dat is niet altijd makkelijk. Als ik depressief ben, heb ik veel last van schuldgevoel. Dan ben ik ervan overtuigd dat ik te veel ben, dat ik iedereen tot last ben. Ik ben niet gezellig als ik depressief ben, dus waarom zou je in mijn buurt willen zijn? Mensen uit mijn omgeving zeggen dat ze dat niet erg vinden, maar ik heb het gevoel dat ik hun leven ook moeilijk maak. Ik kan bijna niet geloven dat iemand toch bij mij wil zijn. Gelukkig heb ik mijn vriend, mijn ouders en vier goede vrienden bij wie ik altijd terechtkan.”

Enorme overwinning

“Nadat ik uit therapie was gekomen, wilde ik aan de slag. Iets doen met mijn leven. Omdat ik geen middelbareschooldiploma had, moest ik een extra toets doen om voor een opleiding te worden aangenomen. Die toets haalde ik niet. Toen besloot ik: ik ga op reis. Mijn depressies zijn seizoensgebonden, in de winter is het vaak erger. Daarom besloot ik naar de zon te gaan. Ik vertrok naar India, met mijn studieboeken. Toen ik terugkwam, haalde ik de toets en werd aangenomen op de hbo-opleiding biologiedocent. Dat was een enorme overwinning op mezelf.Helaas werd ik opnieuw depressief, ook omdat ik toen weer in een nare relatie zat. Dat duurde twee jaar. Uiteindelijk verbrak ik mijn relatie en ging stagelopen. Die stage was geweldig, leuk werk, een fijn team. Daardoor ging het beter met me, maar terug naar de studiebanken, dat ging niet. Sowieso wilde ik weg uit Nederland, weg van die winters. Daarom hakte ik de knoop door: ik ging iets doen wat ik écht wilde, in het buitenland. Ik vertrok naar Italië en werd daar duikinstructeur.Dat bleek een gouden idee. Ik heb zoveel geprobeerd om mijn hoofd leeg te maken – mindfulness, hardlopen, noem maar op – maar niets hielp. Er bleef altijd zoveel in mijn hoofd zitten. Maar als ik onder water ga, ervaar ik rust. Dat is altijd zo geweest. Ik ben regelmatig als duikinstructeur in het buitenland geweest en dan ging het altijd goed. Maar ik wil niet door mijn depressies worden gedwongen Nederland te verlaten, ik wil ook de winter in ons eigen land doorstaan. Dit jaar heb ik het niet makkelijk. Ik heb nu geen depressie, maar er zijn wel momenten dat ik het heel zwaar heb. Afgelopen weekend heb ik bijvoorbeeld alleen maar gehuild, maar daarna volgden ook weer een paar goede dagen.”

Lees ook: Annemiek lijdt al sinds haar vijftiende aan depressies

Niet zielig

“Wat voor mij vooral belangrijk is, is om genoeg omhanden te hebben. Als ik nog niet depressief ben, word ik het wel van nietsdoen. Daarom ben ik vrijwilligerswerk gaan doen bij de Depressie Vereniging, daar ben ik vrijwilligerscoördinator en ik heb de Depressielijn opgezet, het telefoonnummer waar mensen naartoe kunnen bellen voor support of advies. Ontzettend leuk om te doen. Daarnaast heb ik een duikschool gevonden waar ik kan duiken en waar ik eerlijk heb gezegd: soms gaat het niet goed met mij. Het mooie is, ik ben daar de enige vrouw tussen hele stoere mannen, maar ik krijg veel begrip. Afgelopen zondag had ik eigenlijk een cursus, maar het ging echt niet. Dat kan ik gewoon zeggen, en dat wordt geaccepteerd. Daardoor durf ik inmiddels zonder schaamte op te bellen. Dat is voor mij heel wat. En ik weet ook: achteraf word ik niet zielig aangekeken. Want ik ben helemaal niet zielig. Dat begrip voor als het even niet gaat, dat is fijn.”

Goedbedoelde ‘oplossingen’

“Al vind ik het niet erg dat niet iedereen begrijpt hoe depressie voelt. Als ik depressief ben, laat ik mezelf niet zien aan iedereen buiten mijn kleine kringetje. Daardoor ziet lang niet iedereen hoe ik me dan voel, en dat is oké. Ik ben alleen maar blij voor mensen die het niet begrijpen, dat betekent dat ze dit niet zelf of van dichtbij hebben meegemaakt. En niet weten hoe depressies je leven kunnen beïnvloeden. Ik vind het ook niet erg als iemand zegt dat hij of zij een ‘depressieve dag’ heeft, al heeft dat misschien weinig met een echte depressie te maken. Ik kan niet oordelen over het gevoel van een ander. Wel vind ik het moeilijk als mensen met allerlei goedbedoelde ‘oplossingen’ komen. ‘Joh, ga gewoon leuke dingen doe’, hoor ik dan. Of: ‘Schouders eronder, lach op je gezicht.’ Zo werkt het niet. Als je depressief bent, vind je niets leuk, echt helemaal niets. Ik hou heel veel van duiken, dat is wat ik het allerliefste doe. En toch zegde ik zondag af. Dat is geen kwestie van je rug rechten en doorgaan. Dat is een kwestie van écht niet kunnen. Depressie is een ziekte, ook al is die niet zo zichtbaar als sommige andere ziektes. Er is geen gips, geen kaal hoofd, geen dokter die met grafiekjes kan laten zien dat het niet goed gaat. Daardoor denken sommige mensen nog steeds dat het een keuze is, of iets waaraan je wel of niet kunt toegeven. Geloof me, zo makkelijk is het niet. Ik hoop dat er in de toekomst meer bekendheid voor depressie zal komen, en ook meer begrip. Als ik daaraan kan bijdragen, doe ik dat graag.”

Wat kun je doen?

• Als je je langer dan twee weken zeer neerslachtig voelt, trek dan aan de bel bij je huisarts. Hij of zij kan samen met jou uitzoeken waar je gevoel vandaan komt en of je wellicht depressie hebt. Als dat zo is, kan je huisarts je doorverwijzen.

• Praat met mensen die je vertrouwt over hoe je je voelt. Familie, naasten, of vrienden. Iemand op je school, werk, club, vereniging of kerk. Bijvoorbeeld een mentor, een (vertrouwens)persoon, personeelsfunctionaris of pastor.

• Praat anoniem over wat je bezighoudt via een telefonische hulplijn: de Depressielijn (088 5054334), de Luisterlijn (0900 0767) of bij MIND Korrelatie (0900 1450). Je kunt voor informatie ook terecht op www.depressievereniging.nl en voor online support op Depressie Connect.

• Als je aan zelfmoord denkt, kun je daar met de hulpverleners van 113 over praten via de telefoon – dat kan 24/7 via telefoonnummer 0800-0113 – of chat via www.113.nl.

Lees ook: Wat is een depressie? Psycholoog Merel legt het uit