Persoonlijke verhalen

Ingeborgs dochter kreeg op haar vijftiende orthorexia

Is jouw dochter, net als veel meisjes tegenwoordig, ook zo obsessief bezig met gezond eten en sporten? Weet dan dat dit kan leiden tot de eetstoornis orthorexia. Hilde (21), de dochter van Ingeborg (52), kampt er al sinds haar vijftiende mee. Ingeborg: “Pas na twee jaar had ik het in de gaten.”

Ingeborg: “Hilde was als tiener een ontzettende streber. Ze wilde overal de beste in zijn. Ze kon goed sporten. Hockeyde op hoog niveau. Ik zag ook wel dat ze veel voor die sport moest laten. Haar leven bestond uit trainen, naar school gaan, huiswerk maken en opnieuw trainen. Maar ik dacht: zolang zij er plezier in heeft, vinden wij het ook leuk. Dat zij zichzelf verloor in obsessief gezond eten en extreem veel sporten, hadden we heel lang niet in de gaten.”

Lees ook: Jet van Nieuwkerk: ‘Ik leefde zo gezond, dat het ongezond werd’

Onverwerkt trauma
Hilde: “Zoiets begint ook onschuldig. Ik deed havo-examen en moest er flink voor blokken. Daarnaast had ik die meisjesdroom om ooit het Nederlands hockeyteam te bereiken. Ik deed alles om die droom te laten uitkomen. Uiteraard ging dat met het nodige vallen en opstaan. Ik weet dat op het moment dat ik mijn eetstoornis begon te ontwikkelen, ik niet lekker in mijn vel zat. Het waren allemaal kleine dingetjes die samen maakten dat ik er kwetsbaar voor was. Zo zat ik met een onverwerkt trauma. Als elfjarige ben ik onzedelijk betast door een trainer. Dat is destijds best groot geworden. We hebben aangifte gedaan, er kwam een rechtszaak en de trainer heeft een aantekening achter zijn naam gekregen zodat andere clubs gewaarschuwd zijn. Over wat dat met mij deed, sprak ik niet. En dat had misschien wel gemoeten. Daarnaast was ik onzeker over mijn sportprestaties, noem het faalangstig. Dus toen een hockeytrainer zei dat we met een lager vetpercentage beter zouden presteren en minder blessures zouden oplopen, greep ik dat direct aan als mogelijkheid om me te onderscheiden van de rest. Ik wilde dit goed aanpakken. Mijn doel was zo gezond en fit mogelijk zijn, zodat mijn sportprestaties verbeterden.”

Steeds magerder
“Alles waarvan ik dacht dat het slecht was voor mijn lichaam, zette ik op een verboden lijst. Producten met E-nummers, vetten, suikers, zouten en koolhydraten meed ik. Daarvoor in de plaats at ik vooral veel eiwitten, die zijn immers goed voor de spieropbouw. Ook verdiepte ik me in allerlei diëten en pikte ik er dat uit waarvan ik dacht dat het goed voor me zou zijn. Uiteindelijk at ik heel veel groente, fruit, vis en kip. Supergezond, zo dacht ik. En in het begin kreeg ik ook positieve opmerkingen: ‘Wat zie je er goed uit’. En mijn sportprestaties gingen omhoog. Ik zat echt in een flow en dacht: ik kan nog wel iets strenger zijn voor mezelf. Een stapje verder gaan. Op een gegeven moment at ik steeds minder of in elk geval steeds minder gevarieerd en daardoor kreeg ik lang niet alle voedingsstoffen binnen, waardoor ik afviel.”

‘Achteraf denk ik weleens: hadden we haar toen thuis moeten houden?’

Ingeborg: “Ik kreeg opmerkingen: ‘Wat is Hilde afgevallen!’ Zelf had ik dat nog niet zo door, terwijl ik er toch met mijn neus bovenop zat. Wat ik zag, is dat ze ’s avonds gewoon aan tafel mee-at. Weliswaar geen twee borden meer, maar nog altijd ruim voldoende. En ik zag haar daarnaast ook allemaal gezonde dingen eten. Dat ze de rest van de dag vrijwel niets at, wist ik niet. Ik dacht dus dat het afvallen te maken had met de stress van de examenperiode en de tijd erna. Hilde zou voor een jaar vertrekken naar Barcelona om daar te hockeyen en Spaans te leren. Achteraf denk ik weleens: hadden we haar toen thuis moeten houden? Een kind dat zo graag haar sportpassie wil najagen? Wij besloten anders, ook omdat we er alle vertrouwen in hadden dat ze eenmaal gesetteld in Spanje haar ritme weer zou vinden en op gewicht zou komen. Wel zeiden we tegen haar: ‘Eet nou goed, zorg dat je wat aankomt, anders houd je het niet vol en dan moet je terug. Want sporten met ondergewicht gaat niet.’ Helaas ging het in Spanje echt fout.”

Lees ook: Jet van Nieuwkerk: ‘Ik leefde zo gezond, dat het ongezond werd’

Streng eetregime
Hilde: “Ik was daar de hele dag bezig met wat ik wel en wat ik niet kon eten. Het moest en zou altijd gezonder. Ik bestelde eiwitrepen via internet. Deze zijn bedoeld als aanvulling op je maaltijd, ik at ze in plaats van een maaltijd. Ik berekende precies wat ik mocht hebben en hoeveel eiwitten ik dan binnenkreeg. Heel vermoeiend als ik eraan terugdenk. Een fulltime job. Mijn wereld werd steeds kleiner. Ik zonderde me af van alles en iedereen om maar niet te hoeven afwijken van mijn strenge eetregime. De zware hockeytrainingen hield ik maar amper vol en toch deed ik lichamelijk nog meer dan van me werd verwacht. Nachten stond ik naast het bed om extra vet te verbranden. En hoewel ik doodongelukkig was, zei ik eerst nog niets. Ik wilde dat mijn ouders trots op me zouden zijn en wilde niet dat zij zich zorgen zouden maken. Op een gegeven moment kon ik het niet meer verbergen en hing ik huilend aan de telefoon.”

Flauwvallen
Ingeborg: “Het liefst had ik haar direct opgehaald, maar dat wilde Hilde niet. Elke keer als ik haar opzocht, schrok ik van haar. Zo mager. Maar als we dan aten, at ze gewoon goed mee. Dus ook toen nog ging ik ervan uit dat het iets lichamelijks was. Een snelwerkende schildklier of iets dergelijks. Hilde zelf dacht dat ze gezond bezig was, dus zij zei verder ook niets over een obsessief eetpatroon. Pas toen ze regelmatig flauwviel, geen energie meer had om te trainen en constant overal kramp had, hebben we haar opgehaald en zijn we met haar naar een kinderarts gegaan. Daar is voor het eerst het woord eetstoornis gevallen. Qua gewicht kreeg ze de diagnose anorexia. Ik denk dat Hilde toen al richting de 42 kilo woog. Maar ook de term orthorexia viel. Nu nog een niet officieel erkende eetstoornis. Bij Hilde was er namelijk geen sprake van dun willen zijn, maar van een andere obsessie. Zij wilde zo gezond eten en sportte er zo extreem bij, dat het ongezond werd. Dat gaf ze toen ook voor het eerst bij ons aan. Moet je nagaan, we waren toen al bijna twee jaar verder. De arts zei: ‘Ik zie een meisje dat zich voor 600 procent inzet. Als het mijn dochter was, gaf ik haar volledige bed- en bankrust.”

Dit verhaal komt uit de Vriendin van deze week.

Reageer op dit artikel