Nieuwtjes

Heleen is hoofdagent: ‘Er zou meer respect moeten zijn voor ons werk’

Elke dag wordt gemiddeld 25 keer fysiek en verbaal geweld gebruikt tegen politiemensen. Dat is omgerekend pakweg één incident per uur, ergens in Nederland. Dat blijkt uit cijfers die de politie heeft vrijgegeven over 2017. Het is voor het eerst dat de gegevens op deze manier openbaar worden gemaakt.

Heleen was op 28 september 2014 net klaar met een vroege dienst die om half zeven was begonnen. Vlak voordat ze wilde vertrekken, kwam een schokkende melding binnen. Een monstertruck was tijdens een evenement in Haaksbergen ingereden op het publiek.  “Ik besloot om met mijn collega mee te rijden, ook al zat mijn dienst er eigenlijk al op. Een paar extra handen zouden geen kwaad kunnen.”

Lief gebaar
Wat ze toen zag, zal ze nooit vergeten. “Eén groot slagveld van mensen op de grond. Allemaal slachtoffers die op hulp lagen te wachten. Er was nauwelijks werkruimte voor de ambulancemedewerkers en brandweerlieden, omdat ze zo dicht op elkaar zaten en lagen. We hielpen en kalmeerden mensen, maar moesten ook bewijslast verzamelen, getuigen horen, filmpjes op telefoons verzamelen, een verdachte aanhouden. Een en al hectiek was het. Twee collega’s van mij waren een jongetje aan het reanimeren. Helaas mocht dat niet meer baten. Hij overleed ter plekke. Ik zie nog voor me hoe een collega een deken over het jongetje heen legde. Op zijn knieën zat hij bij hem, met zijn bovenlichaam over hem heen gebogen zodat niemand op hem zou gaan staan. Al die tijd bleef hij zo bij hem zitten. Het is een beeld dat voor altijd op mijn netvlies staat.

Een vrouw kwam daarna naar me toe om te vragen of zij achter de lijkwagen aan mocht rijden als het jongetje zou worden weggebracht. Ze kende hem niet, maar vertelde dat zijn moeder haar had gevraagd of zij bij haar zoon wilde blijven, want zij moest zelf met haar zwaargewonde dochter mee naar het ziekenhuis in Groningen. De vrouw hield zich aan haar belofte en wilde de jongen niet alleen laten. Ik vond dat gebaar ondanks de intens trieste setting zo mooi, lief, dapper en trouw.”

Veel indruk
“Pas later, toen ik thuis was, drong tot me door wat ik had meegemaakt. Op de dag zelf komt er zo veel op je af dat je geen tijd hebt om ergens bij stil te staan. Voordat we er naartoe reden, moest ik eigenlijk al naar het toilet. Uiteindelijk ben ik pas rond elf uur gegaan. Zo zie je hoe onvoorspelbaar dit werk is. Je weet nooit waar je terechtkomt. Eenmaal thuis merkte ik hoeveel indruk het op me had gemaakt. Ik heb er die nacht slecht van geslapen. Het heeft even geduurd voordat ik er helemaal niet meer aan dacht.”

Het is een van de weinige keren dat een zaak echt langer door haar hoofd bleef spoken. “Je maakt als politieagent elke dag zo veel mee dat de meeste meldingen, hoe gek het misschien ook klinkt, gewoon worden. Aanrijdingen, burenruzies of winkeldiefstallen zijn bijna dagelijkse kost. Hoe normaal die dingen voor ons ook zijn, we zijn ons er natuurlijk van bewust dat ze voor de burgers vaak wél ingrijpend zijn.”

Niet bang
Heleen draait vooral noodhulpdiensten. Met haar collega’s gaat zij vrijwel dagelijks op 112-meldingen af. Daarnaast heeft ze dagdiensten waarin ze op kantoor werkt. Die meldingen kunnen over van alles gaan: een verkeersongeluk, burenruzies, mishandelingen, huiselijk geweld, vechtpartijen, geluidsoverlast, overvallen, verwarde personen, verdachte situaties. “Van tevoren weet je nooit wat je aantreft, maar bang ben ik nooit. Als ik hoor dat er ergens een vechtpartij is of iemand met een mes of vuurwapen loopt te zwaaien, wil ik eropaf, er iets aan dóén!”

Geen respect
“Mensen leggen tegenwoordig bijna alles vast met hun telefoon. Zelfs bij een eenvoudig bekeuringsgesprek halen ze meteen hun telefoon tevoorschijn om te filmen. Ik probeer dat langs me heen te laten gaan, omdat je anders alleen maar in een negatieve spiraal terechtkomt.”

Ze ervaart ook dat vooral jongeren steeds minder respect hebben voor de politie. “Geregeld krijg ik scheldwoorden als kutwout, hoer of kankerwout naar mijn hoofd. Die jongeren willen zélf met respect worden behandeld, maar doen dat omgekeerd niet. Ze verwachten wel dat ik hen bij wijze van spreken volgende week reanimeer of hun moeder help als haar iets overkomt, maar tegelijkertijd schelden ze me uit. Ik vat dat nooit persoonlijk op; het gaat om het uniform. Daarom raakt het me ook niet echt, maar ik accepteer het niet.

Hoewel ik weet dat het vaak gebeurt onder invloed van drank, groepsdruk of bewijsdrang, treed ik er hard tegen op. Je kunt ze niet opvoeden, maar ze er wel een nachtje over laten slapen en hopen dat ze er een boete voor krijgen opgelegd.”

Lees verder in Vriendin 22.

Reageer op dit artikel