Persoonlijke verhalen

Dilemma: ben jij donor?

Door de nieuwe donorwet wordt iedereen vanaf 2020 automatisch geregistreerd als donor, tenzij je aangeeft dat je dat niet wilt. Heb jij
je keuze al gemaakt?

Sharona (27) kreeg in 2015 een nieuw hart en nieuwe longen. Ze heeft een latrelatie en doet vrijwilligerswerk.

Sharona: “Ik ben geboren met een ­hartafwijking: ik had een hart met wat ‘fabrieksfoutjes’. Als kind was ik altijd moe, vaak ziek en zag ik blauw omdat mijn hart zo hard moest werken. Ik kon niet sporten, niet fietsen, geen dagjes uit. In de winter moest ik binnenblijven, omdat mijn lichaam het anders niet aankon. Ik kreeg ook last van mijn longen en heb ­zo veel longbloedingen gehad, dat de artsen op een gegeven ­moment zeiden dat het zo niet langer kon. Ze wilden kijken of een hart- en longtransplantatie een optie zou zijn. Dat was een shock voor me: blijkbaar was ik er echt slecht aan toe.

Ik heb alvast een afscheidsbrief geschreven, voor het geval ik op de operatietafel, of eerder, zou komen te overlijden. Na ­uitvoerig onderzoek bleek ik gelukkig fysiek sterk genoeg te zijn voor een transplantatie en kwam ik op de wachtlijst te staan. De eerste keer dat ik een transplantatie zou krijgen, was op 30 april 2015.

Ik lag al aan het infuus toen de donor uiteindelijk niet gezond bleek te zijn. Gelukkig volgde op 4 augustus een tweede oproep. Mijn ouders gingen mee. Mijn zus niet, want zij was op vakantie. Toen heb ik het allermoeilijkste ooit gedaan: mijn zus gebeld om afscheid te nemen. Want de kans bestond dat ik niet meer wakker zou worden. ­Gelukkig ging de ­transplantatie goed en kon ik mijn zus weer live zien, maar ­zonder donor had ik Kerst 2015 niet gehaald en was ik nu dood geweest.”

‘Mijn ­organen horen bij mijn lichaam en die gaan met mij mee als ik dit leven ­verlaat’

Alexandra (29) is single en werkzoekend. 

Alexandra: “Laat ik vooropstellen dat ik het een goed idee vind dat de donorwet van Pia Dijkstra is goedgekeurd. Maar zelf sta ik al jaren geregistreerd als niet-donor. Ik vind het geen fijn idee dat mijn organen, die bij mij horen, na mijn dood uit mijn lichaam worden gehaald. Ik ben niet gelovig en niet gelovig opgevoed, maar wel spiritueel: ik ­geloof dat je ziel op aarde komt met een bepaald doel, om bepaalde ­lessen te leren, mét het daarbij horende fysieke lichaam. Ik ben in dit lichaam met deze organen geboren en moet het met dit lichaam in dit leven doen. Mijn ­organen horen bij mijn lichaam en die gaan met mij mee als ik dit leven ­verlaat. Ik hoef dus ook geen organen van een ander.

Bovendien heb ik veel gelezen over dit onderwerp. Ik ben ervan overtuigd dat je nog wel degelijk leeft als je in een staat verkeert die ze hersendood noemen. Je kunt mogelijk nog van alles registreren en voelen. Wie weet wat deze mensen nog voelen als hun organen eruit gehaald worden? Wat me ook is bijgebleven, is een verhaal over een vrouw die een donorhart kreeg en daarna heel ander gedrag ging vertonen. Het bleek dat ze eigenschappen van haar donor overnam. Allemaal redenen voor mij om geen orgaandonor te willen zijn.”

Lees alle verhalen in Vriendin 11.

Foto: iStock

Reageer op dit artikel

Sandraa

Geen dilemma voor mij, jaren geleden al de keuze gemaakt om donor te zijn. Ik hoop dat na mijn overlijden anderen geholpen kunnen worden. Zonde als organen verbrandt worden terwijl genoeg mensen op een wachtlijst staan. Wat mij betreft had deze donorwet allang ingevoerd mogen worden, zodat iedereen eindelijk eens een keuze gaat maken. Het had ook nog een stap verder mogen gaan (mijn mening), dat mensen die geen donor willen zijn ook geen orgaan ontvangen.

Beantwoorden
pieter

ik wil een lekker re vrouw met tienen en een dikker reet

Beantwoorden

Instagram