judith-verliefd-op-twee-mannen

Van emigreren tot je kinderwens gedag zeggen: zij deden alles voor de liefde

Voor de liefde doe je soms dingen die je nooit voor mogelijk had gehouden, puur en alleen omdat je niets liever wilt dan samenzijn met je geliefde. Zeven vrouwen vertellen wat zij overhadden voor de liefde.

‘Hij vond een baan in het enige land ter wereld waar ik écht niet wilde wonen’

Steffie (31): “Jairo komt uit Brazilië. We ontmoetten elkaar op een festival. Het was liefde op de eerste dans. We hielden allebei van avontuur en hadden het gevoel dat de wereld aan onze voeten lag. Dat Nederland waarschijnlijk niet onze ‘final destionation’ zou zijn, was al snel duidelijk. Maar toen hij na een tijdje vertelde dat hij een baan kon krijgen als professor aan de Universiteit van Ningbo moest ik toch wel even slikken. China was zo ongeveer het enige land ter wereld waar ik écht niet wilde wonen! Ik had geen idee wat ik daar zou moeten doen, sprak de taal niet… Toch ben ik meegegaan naar het sollicitatiegesprek en daar bleek dat Ningbo een heel internationale stad is, waar veel mensen Engels spreken. Uiteindelijk hebben we daar een fantastische tijd gehad. We hebben veel vrienden gemaakt en ik heb zelfs fitness- en salsalessen gegeven. Helaas kreeg ik door de vele smog in de lucht steeds meer gezondheidsklachten. Uit liefde ben ik destijds met hem meegegaan naar China en uit liefde is hij samen met mij weer teruggekeerd. Een jaar hebben we in Delft gewoond, maar Jairo miste zijn familie in Brazilië. Opnieuw verhuisde ik zonder twijfel met hem mee naar de andere kant van de wereld. Kort na onze komst kreeg zijn moeder kanker en dus stond ons leven helaas vooral in het teken van mantelzorg. Maar ik ben blij dat Jairo de laatste jaren van zijn moeders leven bij haar heeft kunnen wonen en dat ik zijn familie heb leren kennen. Dat heeft onze band alleen maar nóg sterker gemaakt. Sinds kort wonen we weer in Nederland. Jairo heeft een baan gevonden aan de Universiteit van Enschede en ik heb een goedlopende pilates-studio. Aan een beetje stabiliteit in ons leven zijn we nu wel toe, en Jairo zegt ook dat hij zichzelf hier wel oud ziet worden. En toch heb ik van ons China-avontuur geleerd om nooit ‘nooit’ te zeggen…”

‘Ik wilde een kind, maar niet ten koste van alles’

Cindy (41): “Als klein meisje riep ik al dat ik later moeder wilde worden en die kinderwens werd in de loop der jaren alleen maar sterker. Toen ik rond mijn dertigste Kasper tegen het lijf liep, hadden we het al vrij snel over onze toekomstplannen. Ook hij wilde een gezin, al was het voor hem minder belangrijk dan voor mij. Als het niet lukte, was het ook goed, zei hij. Nadat we het zo’n twee jaar tevergeefs hebben geprobeerd, kwamen we in het medische circuit terecht. Daar bleek dat Kaspers zaadkwaliteit slecht was. De kans dat we samen een kind konden krijgen was klein, maar niet uitgesloten, zei de arts. Na een lang en zwaar vruchtbaarheidstraject, hebben we uiteindelijk moeten concluderen dat het ons niet is gegeven. Dat is heel verdrietig, maar we hebben ons leven op een andere manier ingericht: we reizen en sporten veel, gaan graag uit eten en doen andere leuke dingen die kunnen als je een dubbel inkomen zonder kinderen hebt. Vriendinnen hebben me wel eens gevraagd of ik er nooit aan heb gedacht om Kasper te verlaten en het met iemand anders te proberen. Eerlijk gezegd vind ik dat een belachelijke vraag. Ja, ik wilde graag een kind, maar niet ten koste van alles. Andersom had ik het ook een rotstreek hebben gevonden als hij mij om die reden had verlaten. Op onze trouwdag beloofden we elkaar trouw in voor- en tegenspoed. Dit is onze tegenspoed. Stiekem houd ik nog altijd een klein beetje hoop, want ik ben nog niet bejaard. Maar als het niet lukt, is het ook goed: die woorden van hem kan ik inmiddels ook met overtuiging uitspreken.”

‘Mijn eindeloze geduld heeft me vriendschappen gekost’

Lize (42): “Ik heb ruim drie jaar gewacht op de liefde van mijn leven. Zo lang had hij nodig om zijn gezin te verlaten voor mij. Natuurlijk ben ik niet trots op het verdriet dat onze relatie veroorzaakt heeft, zowel bij zijn ex-partner als bij zijn twee zoons. Toch heb ik geen spijt. Het was liefde op het eerste gezicht toen we elkaar zagen op een feestje. Echt zoals in de films: pats-boem, vlinders tot in je tenen. Dat hij getrouwd was, hoorde ik pas tijdens ons eerste afspraakje. Ik heb overwogen om keihard weg te rennen, maar kon het niet. In de jaren ervoor heb ik met de leukste mannen gedatet, maar nooit werd ik verliefd. Vriendinnen zeiden dat ik een te romantisch beeld had van de liefde: dat het gevoel vanzelf wel kwam als ik de tijd zou nemen om zo’n man beter te leren kennen. Ik dacht dat ze gelijk hadden, tot ik Paul ontmoette. Het oergevoel dat we bij elkaar hoorden, was sterker dan alle rationele redenen om ermee te stoppen. Vrijwel meteen heeft hij zijn vrouw alles verteld. Ze was woedend, maar gaf ook niet zomaar op. Ze overtuigde hem ervan om in relatietherapie te gaan, zogenaamd om ‘goed uit elkaar te gaan’. In die periode kreeg Paul ook nog eens kanker. Vanaf de zijlijn moest ik toekijken hoe zijn gezin hem bezocht in het ziekenhuis, terwijl ik het moest doen met stiekeme telefoontjes en appjes. Gelukkig kwam hij er weer bovenop, maar zijn herstel zorgde ervoor dat hij de stap om weg te gaan steeds uitstelde. Hoe langer het duurde, hoe meer kritiek ik vanuit mijn omgeving kreeg. Vriendinnen vonden dat hij me aan het lijntje hield, noemden mij naïef dat ik bleef wachten. Mijn eindeloze geduld heeft me vriendschappen gekost. Vervelend, maar ook dát was het waard. Nu, acht jaar later, zijn Paul en ik namelijk nog steeds zielsgelukkig samen.”

‘Heerlijk dat ik niet hoefde te werken? Ik verveelde me te pletter!’

Rieneke (67): “Vroeger op school was ik één van de weinige meisjes die goed was met cijfers. Na de hbs vond ik dan ook al snel mijn eerste baan op een administratiekantoor. Ze waren heel enthousiast over me en al na een paar maanden werd gefluisterd over een hogere functie. In die tijd had ik net Hans ontmoet. Ook hij was goed met cijfers, maar hij wilde óók de wereld zien. Nadat we een halfjaar verkering hadden, solliciteerde hij op een functie waarbij hij in Afrika kleine gemeentes ging helpen met de boekhouding. Ik kon mee, had de organisatie verzekerd. Hans wist van mijn ambities en stelde als voorwaarde dat er ook voor mij een baan geregeld zou worden. Geen probleem, zeiden ze. Eenmaal in Afrika bleek het toch minder rooskleurig. In de stad waar wij woonden was nauwelijks werk en de baantjes die er waren, gingen naar de lokale bevolking. Daar wilde ik ook niet over zeuren, want zij moesten ervan eten en wij niet. Iedereen riep hoe heerlijk het was dat ik niet hoefde te werken en dan hadden we ook nog eens een mooi huis met een hulp in de huishouding. Ondertussen verveelde ik me te pletter! Gelukkig heb ik mijn weg wel gevonden en veel vrijwilligerswerk gedaan. Toen Hans en ik na vijf jaar weer teruggingen naar Nederland, werd ik al snel zwanger en zat een fulltimebaan er niet meer in. De carrière die ik voor ogen had, is er dus nooit meer gekomen. Maar als ik het over mocht doen, zou ik niets veranderen. Hans en ik zijn inmiddels veertig jaar getrouwd en nog altijd verliefd op elkaar, en op Afrika.” 

‘Door onze verhuizing moest ik mijn praktijk opnieuw opbouwen’

Suzanne (54): “Ik riep altijd heel hard dat ik nooit meer weg zou gaan uit Almere. Ik had daar een fijn thuis met een eigen schoonheidssalon. Toch had ik nog wel één grote wens, namelijk een nieuwe liefde. Na mijn scheiding was ik al zo’n tien jaar alleen en na flink wat dates had ik eigenlijk de hoop een beetje opgegeven. Toen kwam ik via een datingapp in contact met René. Vanaf de eerste afspraak waren we onafscheidelijk. Hij woonde zo’n dertig kilometer bij mij vandaan, wat op zich prima te bereizen was. Maar na een paar jaar voelden we allebei steeds meer de behoefte om samen te wonen. Alleen was mijn huis niet groot genoeg voor ons samengestelde gezin van vijf kinderen en bij hem was geen ruimte voor mijn praktijk. Na veel wikken en wegen besloten we in Blaricum – halverwege onze woonplaatsen – iets nieuws te zoeken. Dat betekende dat ik mijn praktijk dus helemaal opnieuw moest opbouwen. Een grote stap, maar ik heb altijd in mijn eigen kracht geloofd. Het was heel spannend om aan mijn vaste klanten te vertellen dat ik wegging, maar gelukkig was iedereen heel blij voor me dat ik eindelijk de liefde van mijn leven had gevonden. Het grootste deel is zelfs met me meegegaan, wat ik een groot compliment vind. Mijn praktijk groeit en bloeit nu als nooit tevoren en René en ik zijn inmiddels alweer tien jaar gelukkig samen. Er zijn mensen die na een scheiding zeggen dat ze nooit meer willen trouwen, maar dat vind ik zo kil klinken. Ik bekijk het liever positief: ik wil nooit meer scheiden. Vol overtuiging heb ik dus op mijn vijftigste opnieuw mijn jawoord gegeven.”

‘Ik zie mijn ouders nog maar één keer per jaar’

Judith (47): “Ik ben opgegroeid in een streng gereformeerd gezin. Toen ik als vijftienjarig meisje voor het eerst verliefd werd op een klasgenote, zag ik dat dan ook als een grote zonde. Ik lag nachten wakker, denkend aan hoe God me zou straffen voor mijn gevoelens. Pas vele jaren later, toen ik de ‘echte wereld’ leerde kennen en om me heen zag dat homo’s en lesbiennes alles deden ‘wat God verboden had’ zonder daarvoor gestraft te worden, realiseerde ik me pas dat er niets raars of verkeerds was aan wie ik was. En na uitgebreide Bijbelstudies ontdekte ik ook dat vrouwenliefde helemaal niet wordt afgekeurd – dat is een interpretatie die mensen aan een eeuwenoude tekst geven. Maar toen ik hier voorzichtig met mijn moeder over probeerde te praten, merkte ik al snel dat die opening er bij mijn ouders niet was. Inmiddels heb ik verschillende relaties met vrouwen gehad. In het begin stiekem, maar op een gegeven moment ontmoette ik iemand die duidelijk was dat ze geen zin had in geheimzinnig gedoe. Met lood in mijn schoenen heb ik haar voorgesteld aan mijn familie, wat me niet in dank is afgenomen. Gebrouilleerd is een groot woord, maar innig is onze band niet meer. Ik zie mijn ouders nog ongeveer één keer per jaar, waarin we vooral wat beleefdheden uitwisselen. Het doet me nog steeds verdriet, maar ik heb er vrede mee. Mijn vrouw – want zo mag ik haar inmiddels noemen – houdt van mij om wie ik ben, dat heeft voor mij veel meer waarde dan familie die niet wil weten wie je echt bent.”

‘Ik vloog voor drie dagen naar de Azoren om hem te zien’

Nienke (40): “Ik had een date met een hele leuke man, alleen vertelde hij wel meteen dat hij binnenkort een zeilreis van twee maanden naar de Azoren zou gaan maken. ‘Geen probleem’, zei ik, niet wetende dat ik hem zó erg zou gaan missen. Ik was hartstikke verliefd, maar kon nauwelijks met hem communiceren. Waarom ging ik niet gewoon naar hem toe, vroeg mijn familie. Dat wilde ik wel, maar ik was net begonnen aan mijn eerste baan en dan is een vliegticket van pakweg 800 euro wel erg prijzig. Mijn oma en tante boden toen aan om dit voor mij te betalen. Heel bijzonder, zeker gezien het feit dat ze helemaal niet rijk waren en mijn nieuwe liefde nog niet eens hadden ontmoet. Bovendien kon ik in verband met mijn werk niet lang weg. Uiteindelijk ben ik dus voor drie dagen helemaal naar de Azoren gevlogen – vliegschaamte kenden we toen nog niet. Het was een gok, want als de wind tegenzat of er iets anders misging op zee, zouden we elkaar mislopen. Gelukkig kwam het allemaal goed en hadden we een magisch weekend. Op het moment dat hij op het vliegveld naar me toe kwam lopen, wist ik: dit is ’m. Inmiddels zijn we twaalf jaar getrouwd en hebben we drie kinderen. Op onze bruiloft hebben we naar mijn tante en oma uitgesproken dat hun ‘investering’ een goede zet is gebleken. En de zeilboot gebruiken we nu om met ons gezin op vakantie te gaan. We hoeven dus nooit meer zo lang zonder elkaar.”   
Tekst: Marion van Es
Foto: Getty Images

Meer Vriendin? Volg ons op Facebook en Instagram. Je kunt je ook aanmelden voor onze wekelijkse Vriendin nieuwsbrief.