Persoonlijke verhalen

Presentatrice Diana Matroos: ‘Mijn ouders leerden me: het is nooit te laat’

Wie Diana Matroos (44) aan het werk ziet bij RTL en BNR, ziet een echte mediaprofessional. De rest van haar tijd besteedt ze aan haar gezin. Haar eigen basis was niet zo stabiel, maar: “Mijn ouders hebben altijd veel geloof in mij gehad. Dat gaf me zelfvertrouwen.”

Diana Matroos kennen we vooral van televisie, waar ze bij RTL Z en RTL 4 het nieuws brengt. Maar ze doet nog meer; zo maakt ze ook programma’s voor BNR Nieuwsradio. Niet zo gek trouwens, dat Diana op tv én bij de radio terechtkwam: als kind was ze naar eigen zeggen al creatief en ‘een echt aandachtstrekkertje’.

Klopt het dat jij als kind al de neiging had om op elk podium te klimmen?
“Jazeker. Ik was een vrolijk kind dat veel energie had en dol was op pianospelen en dansen. Dat laatste heeft mijn moeder ook gestimuleerd door me al jong op ballet te doen: ik was een jaar of drie toen ik al naar balletschool de Toverfluit ging. Het dansen stelde natuurlijk nog niet zo veel voor; we moesten bijvoorbeeld een boom nadoen. Heerlijk vond ik het, er was veel ruimte voor drama.”

En het pianospelen, heb je dat nog lang volgehouden?
“Dat wilde ik van jongs af aan al. Uiteindelijk heeft mijn vader ervoor gezorgd dat er thuis een piano kwam. Best bijzonder, want we hadden het niet breed en mijn vader was vroeger verslaafd aan harddrugs. Dat hij dat toen toch voor elkaar kreeg, was dus knap. Het pianospelen ging aardig, ik heb nog optredens gedaan en de nodige podiumervaring opgedaan waar ik later in mijn vak veel aan heb gehad. Maar toen ik het huis uit ging, bleef de piano achter. Hij is later wel verhuisd naar mijn huis, maar meer dan hem af en toe afstoffen doe ik nu eigenlijk niet meer. Zonde, hè? Toen ik weer eens probeerde te spelen, merkte ik dat ik geen noot meer kon lezen. Het staat op mijn bucketlist; ooit als ik meer tijd heb, moet ik weer eens wat lessen gaan volgen.”

Hoe groeide je verder op?
“In Amsterdam, daar ben ik geboren en getogen. Op mijn zesde bleef mijn vader achter en is mijn moeder met mijn broer en mij op een ander adres gaan wonen, hoewel we nog wel veel contact hielden. Mijn vader kwam ook vaak bij ons, maar het is moeilijk om 24 uur per dag met een verslaafde te wonen. Mensen met een verslaving zijn onberekenbaar en vooral bezig met scoren. In zo’n omgeving wil je geen kinderen opvoeden. Dat wij verhuisden, was een beslissing die mijn ouders samen hebben genomen. Dat hebben ze goed gedaan.”

Het hele interview lees je in Vriendin 21. 

Reageer op dit artikel

Instagram