Persoonlijke verhalen

Mel Wallis de Vries: ‘Ik gebruik allerlei trucs om lezers te blijven boeien’

Ze won weer de prijs voor het populairste jeugdboek. Haar jeugdthriller Wild verschijnt deze week en haar bestseller Schuld is te zien als musical. Haar boek Vals wordt binnenkort verfilmd. Mel Wallis de Vries (45): “Ik zit midden in een Efteling-ervaring, mijn leven lijkt wel een rollercoaster.”

Tieners lezen steeds minder boeken. Toch lukt het Mel Wallis de Vries al dertien jaar om een jong lezerspubliek aan zich te binden. Terwijl ze zich als moeder ook regelmatig afvraagt: hoe krijg ik mijn kinderen, Pien (13), Teun (10) en Roos (6), aan het lezen? “Ik kan wel heilig gaan zitten doen, maar ook ik moet alles uit de kast halen om ze af en toe van hun schermen af te krijgen en ze in een boek te laten verdwijnen. Wat dat betreft heb ik als schrijfster meer succes dan als moeder.”

Hoe komt het dat jouw boeken zo succesvol zijn?
“Mijn boeken bieden blijkbaar iets waarvoor tieners hun telefoon even aan de kant willen leggen. Ik ben de eerste in Nederland die jeugdthrillers is gaan schrijven. Die bestonden nog niet. Ik ben zelf dol op thrillers. Als kind las ik bij gebrek aan wat anders de thrillers van mijn moeder, waarin veertigers doodgingen. Eerlijk gezegd kwamen die verhalen niet helemaal bij me binnen. Ik kon me niet inleven in de hoofdpersonen, en ik denk dat mijn lezers dat wel kunnen. Ik miste als tiener eigenlijk de boeken die ik later zelf ben gaan schrijven.”

Vooral meiden verslinden je boeken. Wat trekt hen aan?
“Op mijn werkplek hangt een briefje waarop staat: het mag nooit saai zijn. Nergens mag het inzakken, want dan ben je de lezer kwijt. Ik besef heel goed dat mijn boeken moeten concurreren met telefoons. Dat is wel iets om rekening mee te houden. Jongeren krijgen een overdosis aan prikkels op school, op hun telefoon, bij het gamen, op YouTube en Netflix. Een boek dat voortkabbelt, heeft vaak onvoldoende power om de aandacht vast te houden. Dus laat ik op elke bladzijde wel iets gebeuren, eindigt ieder hoofdstuk met een cliffhanger en zijn plots altijd verrassend. En ik schuw geen enkel onderwerp. Allemaal elementen die passen in een spannend boek. Meiden willen doorlezen, ontdekken wat er is gebeurd, wie het heeft gedaan. Ik hou ervan om mensen op het verkeerde been te zetten. Thrillers schrijven is een soort wiskunde. Van tevoren heb ik in mijn hoofd een heel schema en aan het eind probeer ik alles logisch samen te brengen. Die puzzel maken, is elke keer weer een feestje.”

Heb je nog een geheim wapen?
“Ja, de vormgeving van een boek moet elke keer vernieuwend zijn. Lezers van nu zijn visueel ingesteld. Logisch, hun wereld speelt zich af op Instagram, Snapchat, YouTube en Fortnite. In mijn boeken probeer ik daarom woord en beeld samen te brengen. Bijvoorbeeld door naast het verhaal foto’s te laten zien van de personages. Volwassenen vinden dat niks, zij willen zelf de hoofdpersoon verzinnen. Tieners vinden die plaatjes juist fijn, ze zeggen: ‘Zo leuk dat ik nu weet hoe ze eruitziet.’ In mijn nieuwe boek Wild staan vlogbeelden, omdat een van de personages vlogt. Ik hoop dat het boek daardoor nog meer gaat leven. En we hebben een filmpje voor mijn website en YouTube gemaakt waarin de vlog ook echt te zien is.”

‘Op mijn website en op YouTube zet ik spannende filmpjes die we van nieuwe boeken maken’

Alleen tekst is niet meer genoeg?
“Dat klopt. Er zijn mensen die dat verschrikkelijk vinden. Ik niet, ik vind het juist een uitdaging om mee te veranderen en boeken zo te maken dat ze gelezen worden. Ik probeer sowieso mijn lezers overal bij te betrekken. Op mijn website en op YouTube zet ik spannende filmpjes die we van nieuwe boeken maken. En we schrijven altijd een wedstrijd uit om het meisje te vinden dat op
de voorkant van mijn boeken staat.”

Waar haal je de inspiratie vandaan?
“Een krantenknipsel, een afgelegen vakantieplek waar ik ben geweest, maar soms ook de schoolverhalen van mijn dochter Pien. Tot voor kort wist zij wel dat ik schreef, maar niet dat veel meisjes van haar leeftijd mijn boeken lezen. Dat was wel even een ontdekking voor haar in de eerste klas van de middelbare school. Zelf heeft ze overigens op dit moment meer met meisjesachtige dagboeken dan met thrillers. Mijn herinneringen aan mijn middelbareschooltijd zijn ook een inspiratiebron. Die tijd is me het best bijgebleven. Ik was heel verlegen en onzeker. Zo’n grietje waarvan er duizenden rondlopen. Je hebt van die meiden die meteen de goede kleren aantrekken, nou, die gave had ik niet.

Ik ben nooit gepest, ik zat zelfs in een gezellig groepje vrienden met leuke meiden en stoere jongens. Toch herinner ik me vooral de onzekerheid en de enorme druk die ik voelde om goede cijfers te halen. Als schrijver mis ik een schilletje, waardoor ik alles om me heen opslurp als een spons. Emoties, geluiden… ik kan me goed inleven in anderen. Als mijn dochter thuiskomt, op de bank ploft en een verhaal begint over meiden die elkaar dwarszitten, ga ik er helemaal in mee. Terwijl mijn man Michel zijn schouders ophaalt en nuchter zegt: ‘Zo gaat dat met meiden, morgen is alles weer vergeten.’ Hij heeft natuurlijk gelijk, de volgende dag is het weer koek en ei, maar iets in me is gevoelig voor dat soort verhalen.”

Boekwinkels zaten eerst niet op jouw jeugdthrillers te wachten, toch?
“Ik denk dat ze vooral schrokken van het woord jeugdthriller en van de omschrijving op de achterkant waarin stond dat er een meisje dood werd gevonden. Zoals gezegd, dat soort boeken bestond nog niet. Hun inschatting was: dit gaan we niet verkopen. Het is te spannend, te somber en te heftig. Tieners willen verhalen die goed aflopen, van die dagboekachtige meidenverhalen.”

Dit verhaal komt uit de Vriendin van deze week.

Foto: Bart Honingh

Reageer op dit artikel