Persoonlijke verhalen

Marleen: ‘Tijdens manische buien dans ik met mijn kinderen door de kamer’

Marleen (36) is het ene moment supervrolijk en ontzettend energiek en het andere moment kan ze zich ontzettend down voelen. Drie jaar geleden hoorde ze dat ze manisch-depressief is. “Mijn kinderen vinden die hypomane periodes ook leuk. Dan zitten we opeens om vier uur bij de film en eten we daarna bij McDonald’s.”

'De energieke periodes werden afgewisseld door sombere' 

Marleen: “In mijn puberteit en in de jaren daarna was ik altijd bezig. Ik ging vier keer per week uit, zat op toneel, de scouting én sport, had een bijbaantje en uiteraard studeerde ik nog. Ik was expressief, had veel vrienden, een heel druk sociaal leven. Die energieke periodes werden afgewisseld door sombere. Dan wilde ik het liefst mijn bed niet uitkomen. Ik trok me terug, stopte acuut met alle clubjes. Als het dan weer beter ging, pakte ik de draad weer op en stortte ik me overal weer in. Ik putte mezelf constant uit. Mijn moeder heeft in die periode weleens gesuggereerd dat er wat met me aan de hand was, maar daar wilde ik niets van horen. Ik was ervan overtuigd dat ik een energiek persoon was, die inderdaad af en toe een sombere bui had. Mijn man kende ik toen al, hij weet dus niet beter. We zijn inmiddels zestien jaar samen en 12,5 jaar getrouwd. In die jaren wisselden goede periodes zich af met hypomane, die twee tot drie maanden duurden – tijden waarin ik energiek, maar prikkelbaar was – en sombere periodes die een maand duurden. Het was wie ik was. Tot we kinderen kregen, kwam ik er ook mee weg. In een sombere periode dook ik na mijn werk gewoon mijn bed in en sliep ik tot de volgende dag.”

'Dat was eigenlijk het enige wat ik wilde: slapen, slapen en nog eens slapen'

Alleen maar slapen
“Dat veranderde toen Sophie (nu 7) geboren werd. Toen belandde ik in mijn eerste heftige depressie. Die eerste negen maanden waren een worsteling. Als Sophie begon te huilen, kon ik alleen maar denken: wat moet je nou weer van me? Als Sophie overdag sliep, ging ik ook slapen. Dat was eigenlijk het enige wat ik wilde: slapen, slapen en nog eens slapen. Als Sophie dan een keer niet naar bed wilde of maar heel kort, vond ik dat vreselijk. Ik was blij met haar, maar kon dat moeilijk voelen. Somberheid had altijd de overhand. Gelukkig had ik wel het besef dat hechting
belangrijk is. Dus pakte ik haar op, maakte ik oogcontact en probeerde ik haar te troosten en te knuffelen. Maar ik vond het zwaar om écht vanuit mezelf contact met haar te maken. Ik onderkende niet dat ik een probleem had, al vroeg ik me wel af hoe andere moeders het deden. Toen ik een keer aan mijn zus vroeg of zij ook altijd zo moe was en het zo zwaar vond, zei ze ja. Ik dacht dus dat het normaal was wat ik voelde. Pas toen ik wat opknapte en verschil begon te merken, zei ik tegen mijn man: ‘Volgens mij ben ik depressief.’ Ik ging naar de huisarts en omdat het al wat beter ging, wilde ik geen medicatie. Wel heb ik afgesproken dat ik bij een tweede kind direct aan de bel zou trekken. Na de geboorte van Stan (nu 4) kreeg ik weer een depressie. Deze keer nog heftiger, ik ging bijna richting psychose. Toch heb ik nog zes weken borstvoeding gegeven voordat ik aan de medicatie ging. Toen ik eenmaal paroxetine slikte, was dat een openbaring. Zó was het dus om je stabiel te voelen en te weten wat je aankunt. Mijn hele leven moest ik al per dag bekijken hoe ik me voelde en wat ik die dag aan zou kunnen. Dat viel opeens van me af; nu wist ik waar ik aan toe was. Toen het nam een half jaar beter ging, ben ik de medicatie gaan afbouwen. Maar eenmaal zonder ondersteuning van de medicijnen voelden het leven en de combinatie zorg en werk weer continu als overleven.”

Lees het hele verhaal van Marleen in Vriendin 17

Foto: Marjolein Volmer

Reageer op dit artikel

Instagram