Persoonlijke verhalen

Loubna: ‘Mijn hoofddoeken werden verkocht bij de Bijenkorf’

Loubna (40) vond dat er maar weinig mooie hoofddoeken te koop zijn. Ze besloot ze daarom zelf te ontwerpen. Een schot in de roos: via haar webshop verkoopt ze nu haar hijabs. “Het zou geweldig zijn als ze ook in buitenlandse warenhuizen komen te liggen.”

Loubna: “De Bijenkorf is altijd al mijn favoriete winkel geweest. Ik vind het een walhalla van mooie merken. Ik ga er vaak naartoe en koop er geregeld kleren. Toen ik mijn hoofddoeken ging ontwerpen, wilde ik dan ook de kwaliteit van de Bijenkorf evenaren. Mijn droom kwam uit toen ze daar ook nog eens werden verkocht.”

‘Het gevoel voor mode en styling heb ik van huis uit meegekregen'

Gevoel voor mode
“Het gevoel voor mode en styling heb ik van huis uit meegekregen. Mijn vader is altijd al een modefreak geweest. Hij was in zijn jonge jaren een knappe man, een beetje macho ook. Hij is in de jaren zestig vanuit Marokko naar Nederland gekomen om hier te werken, eerst in de Limburgse mijnen en later in Friesland, bij Batavus. Toen hij mijn moeder liet overkomen, speldde hij haar op de mouw dat de mensen in Nederland geen lange kleren droegen en dat ze dus in het kort moest: het was de tijd van de minirokjes. Dat zei hij omdat hij die mode zelf leuker vond, haha. Mijn moeder was trouwens ook modebewust. Ze keek altijd hoe andere mensen eruitzagen. Ze gaf me een compliment als ze vond dat ik er leuk uitzag, maar ze zei ook dat mijn nieuwe oranje oogschaduw écht niet stond. Als meisje was ik ook dol op mode. Ik ging graag naar het centrum van Heerenveen, waar ik ben geboren, om bij C&A setjes uit te zoeken. Ik vroeg dan of ze die apart wilden houden en zeurde mijn vader net zo lang aan zijn hoofd tot hij meeging om ze voor me te kopen. ’s Avonds in bed bedacht ik dan welk setje ik de volgende dag zou aandoen.”
 

'Ik denk dat ik op een gegeven moment wel tweehonderd sjaals had'

Verliefd op stof
“Toen ik een hoofddoek wilde gaan dragen, merkte ik dat weinig sjaals lekker zaten en er tegelijk mooi uitzagen. De hijabs die ik in de winkels zag, waren geel, rood, zwart of roze en ik vond ze een beetje doorsnee. Daarom ging ik kijken wat er online te koop was. Maar ook daar stond niets me echt aan: de stoffen gleden van mijn haar of voelden niet prettig aan. Ik denk dat ik op een gegeven moment wel tweehonderd sjaals had.

Door het uitproberen van al die hijabs kreeg ik beter zicht op wat ik wél fijn en mooi zou vinden. Een sjaal van dunne jersey zou fijn zijn, een soort T- shirtstof. Mijn hijab moest vooral van een mooie, luxe kwaliteit zijn. Ik ging op onderzoek uit naar wat er allemaal mogelijk was. Ik had geen ervaring in de modebranche. Ik werkte eerst als stewardess en daarna in de sociale sector, onder andere als sociaal raadsvrouw bij een woningbouwcorporatie. Maar ik kende wel mensen die in de modebranche werkten. Zo ontdekte ik dat ik samples van stoffen kon opvragen.

Ik probeerde een aantal stoffen uit en werd op slag verliefd op de stof van bamboe. Die stof is superzacht, neemt veel vocht op, is luchtig en valt mooi. Maar ook een dun soort katoen, een
mooie jerseystof en een mooie zijden stof vond ik prachtig. Ik liet in China en India zeven sjaals maken, afgezet met bijpassende kraaltjes langs de zomen. Zo begon ik mijn eerste collectie hijabs. Mijn webshop Sadoq – dat is mijn achternaam – was geboren.”

Lees het hele interview met Loubna in Vriendin 16

Foto: Bart Honingh

Reageer op dit artikel

Instagram