Placeholder

Jacqueline: “Waar ben ik mee bezig? Hij is getrouwd!”

Wanneer de vriend van Jacqueline plotseling bij haar weg gaat, biedt haar collega een schouder om op te huilen. Vanaf dat moment begint Jacqueline hem wel erg leuk te vinden, maar… hij is getrouwd!

Wanneer de vriend van Jacqueline plotseling bij haar weg gaat, biedt haar collega een schouder om op te huilen. Vanaf dat moment begint Jacqueline hem wel erg leuk te vinden, maar… hij is getrouwd!

Jacqueline (30): “2 jaar lang heb ik Robbert alleen maar als collega gezien. Dat hij knap en sexy was, dat zag ik toen ook al wel. Maar ik had thuis een vriend met wie ik heel gelukkig was. Mijn hoofd stond dus niet naar andere mannen. En Robbert was getrouwd en net vader geworden. Dus nee, er speelde absoluut niets tussen ons. Wel was het altijd al heel gezellig om met hem samen te werken. Ook gingen we wel eens met z’n tweeën lunchen. Dan konden we eindeloos kletsen. Ik vond het prachtig hoe trots hij op zijn zoontje was. Hij kon erg komisch vertellen over de fruithapjesfestijnen die er op zijn papadag plaatsvonden. Hij hulde zich dan altijd in een opengeknipte vuilniszak om zijn kleding tegen rondvliegende stukken banaan te beschermen. Hoe verzin je het!

Ook ik verlangde naar een baby en hoopte dat mijn vriend ooit net zo’n liefdevolle, originele vader zou worden als Robbert. Maar aan die droom kwam een tijdje terug abrupt een einde. Mijn vriend maakte het uit. We hadden het nota bene net nog gehad over een vakantie samen. Maar met welke leuke aanbieding ik ook kwam, hij reageerde niet echt enthousiast. En toen kwam de aap uit de mouw. Hij wilde toch niet met mij weg. Hij wilde helemaal niets meer samen met mij. Waarom precies, ik weet het nog altijd niet: de volgende dag pakte hij zijn spullen en verdween hij uit mijn leven.

Intens verdrietig zat ik de dagen erna op kantoor. Andere collega’s kon ik om de tuin leiden met smoesjes dat ik wat verkouden was, en ‘dat mijn hoofd vol watten zat’, maar bij Robbert kwam ik daar niet mee weg. ‘Vanmiddag na het werk gaan we een borrel doen,’ mailde hij. ‘Het gaat niet goed met jou en ik wil weten wat er is.’ Ik had me zo voorgenomen om niet te huilen – iemand die zich als zo’n lompe rotzak gedraagt als mijn ex verdient geen tranen – maar het gebeurde natuurlijk toch. Terwijl ik haast stikte in mijn huilbui, sloeg Robbert zijn armen om mee heen. Ik dook weg in zijn hals en voelde me zo gekoesterd. Eigenlijk is het toen, die middag, begonnen, al had ik dat zelf nog niet in de gaten.

Dat ik me na onze ontmoeting stukken beter voelde, weet ik aan het feit dat Robbert zo lief naar mij geluisterd had en had bevestigd dat mijn ex mij echt niet waard was. Ook zijn belofte dat we nog eens vaker wat zouden drinken na het werk, omdat ik niet mocht wegzinken in mijn verdriet, deed me goed. Hierna werd het een gewoonte dat we elke vrijdag na het werk even naar het café gingen. Een, twee uurtjes maar, dan moest hij naar zijn gezin.

Maar soms – steeds vaker – komt het voor dat het zo gezellig is dat hij zijn vrouw belt dat hij wat later komt. Ik merk dat zulke telefoontje mij steeds blijer maken. Kennelijk vindt hij mij zo leuk dat hij liever langer bij mij blijft dan aan het weekend met zijn gezin te beginnen. Ik kan er niet omheen: ik ben dolverliefd geworden op Robbert. Mijn ex voelt voor mij, al is het nog maar 3 maanden uit, als iemand uit een grijs verleden. Als een grote vergissing bovendien. Hoe heb ik ooit van hem kunnen houden? Robbert is véél leuker! Wat een heerlijke vent is hij. Zijn stoere, brede lichaam, zijn prachtige lach, zijn smakelijke manier van vertellen, de manier waarop hij aan mijn lippen hangt: het doet me allemaal smelten.

Elke dag voordat ik naar mijn werk ga, sta ik me tegenwoordig op te doffen. Vroeger trok ik vaak snel wat uit de kast, nu probeer ik er altijd zo goed mogelijk uit te zien. En met resultaat: iedereen op mijn werk zegt hoe stralend ik eruit zie. Ook Robbert zie ik vaak naar me kijken. Ik voel gewoon dat ik ook speciaal ben voor hem. We mailen steeds vaker grapjes over en weer en zoeken steeds vaker elkaars blik. Dat zorgt voor enorm vlinders in mijn buik. Tegelijk denk ik: waar ben ik mee bezig? Robbert is getrouwd, heeft een zoontje van 2! Daar mag ik toch niet tussenkomen? Relaties met gebonden mannen, ik ben er altijd erg tegen geweest. Maar nu zou ik zó zo’n ‘foute vrouw’ worden. Want als hij de eerste stap zet, zou ik er zeker op ingaan. Ik zit zelf ook steeds te broeden op hoe ik hem het beste kan verleiden. Het kan niet, het mag niet, ik weet het… Maar het is sterker dan ik. Ik wil hem gewoon!"

Tekst: Lydia van der Weide