Persoonlijke verhalen

Iris verloor haar eeneiige tweelingzus: ‘Samen oud worden, het leek zo vanzelfsprekend’

Twee handen op één buik waren ze, Iris (44) en haar eeneiige tweelingzus Linda. Maar drieënhalf jaar geleden overleed Linda. “Ik vind het nog steeds moeilijk om haar dood te accepteren. Waarom zij en niet ik?”

Iris: “‘Later zitten we als stokoude dametjes in het bejaardentehuis’, zeiden mijn tweelingzus Linda en ik altijd tegen elkaar. Samen oud worden, het leek zo vanzelfsprekend. We waren immers ook samen begonnen in de buik van onze moeder, zij aan zij. Helaas is het einde voor Linda veel eerder gekomen dan verwacht. Domme pech, noemde ze het. En dat was het ook. Haar ziekte had mij net zo goed kunnen overkomen. Daarom vind ik het nog steeds moeilijk haar dood te accepteren. Waarom toch zij en niet ik? Op moeilijke momenten pak ik het kaartje dat ze mij vlak voor haar overlijden heeft gegeven. De woorden die ze daarop schreef, geven me kracht: ‘Veertig jaar samen een eenheid. Wat een fijne zus ben je. Ik hou van je voor altijd en zal altijd bij je zijn.’”

"Een paar dagen na de diagnose zei ze vastberaden: 'Ik ga beginnen aan die chemo en hoop op een wonder.’"

 

Hopen op een wonder
“In juni 2012 ging Linda met maagklachten naar het ziekenhuis. 
Ze had snel een vol gevoel, al na een boterham kreeg ze bijna geen hap meer naar binnen. Na een aantal onderzoeken kreeg ze de uitslag: maagkanker, met uitzaaiingen in het buikvlies. De arts zei met tranen in zijn ogen: ‘We kunnen niets meer voor u doen.’  Ik zat naast Linda en bood instinctief aan een deel van mijn maag af te staan. En wel meteen, als het moest. Maar volgens de arts had dat al geen nut meer. Linda was niet meer te genezen, de enige optie was levensverlengende chemotherapie. Linda was totaal verslagen en ook ik kon het amper bevatten. Mijn tweelingzus ernstig ziek? Levensverlengende chemo? Dat mijn zus zou overlijden, was ondenkbaar. Wat moest ik zonder haar? Van jongs af aan deden Linda en ik alles samen. We speelden vaak buiten, zaten op badminton en zwemmen en toen we ouder werden, gingen we winkelen en samen op vakantie. Ik was de mondige van ons tweeën. Linda liet weleens over zich heen lopen en dan nam ik het voor haar op. Ze was het gewend om een beetje in mijn schaduw te staan, dus toen ik op mijn achttiende voor een paar maanden als au pair naar Italië ging, vond ze dat best moeilijk. Toch liet ze dat bijna niet merken. Klagen kwam niet in haar woordenboek voor, ze was altijd positief. Zelfs toen ze hoorde dat ze ongeneeslijk ziek was. Een paar dagen na de diagnose zei ze vastberaden: ‘Ik ga beginnen aan die chemo en hoop op een wonder.’”

Lees het hele verhaal van Iris in Vriendin 8.

Meepraten over dit verhaal? Dat kan op ons forum.

 

Foto: Ruud Hoornstra

Reageer op dit artikel

Instagram